Welke didactische strategieën bevorderen het eigenaarschap van leerlingen met een verstandelijke beperking voor hun leerproces?

 VO | (V)SO | Zelfregulerend leren

Leren dat recht doet aan hun behoeften en mogelijkheden, kan leerlingen met een licht verstandelijke beperking eigenaar maken van hun leerproces. De docent bekijkt samen met de leerling wat de meerwaarde van het leren voor zijn leef- en werksituatie is en welke persoonlijke doelen hij dan kan bereiken. Door coöperatief leren behalen leerlingen met een licht verstandelijke beperking zowel op sociaal als op cognitief gebied winst.

Leerlingen met een licht verstandelijke beperking hebben vaak achterstanden op het gebied van adaptieve vaardigheden en in cognitief functioneren. Deze leerlingen zitten in het praktijkonderwijs, in het basis of voortgezet speciaal onderwijs of in het reguliere onderwijs met extra ondersteuning.

Streven naar eigenaarschap

Leerlingen voelen zich prettiger als ze invloed hebben op hun leerproces en eigenaar worden van hun leertraject. Voorwaarde is wel dat leerlingen het leren als betekenisvol zien. Als leerlingen het gevoel hebben dat ze het leren zelf in de hand hebben, raken ze gemotiveerder om te gaan leren.
Zowel de leerlingen als hun ouders en de school vinden zelfstandigheid essentieel. Leerlingen moeten zelf initiatief kunnen nemen. Vooral leerlingen met een licht verstandelijke beperking hebben hierbij ondersteuning nodig. In vergelijking met reguliere leerlingen zijn deze leerlingen afhankelijker van hun familie. Maar niet alle leerlingen met een verstandelijke beperking willen onafhankelijk zijn van hun ouders. Het streven naar zelfstandigheid moet wel passen bij de leerling.

Doelgerichte benadering als didactische strategie

Samen met de leraar bepaalt de leerling met een licht verstandelijke beperking wat de meerwaarde van het leren voor zijn leven is. Hierbij is een doelgerichte benadering als didactische strategie van belang. Het moet duidelijk zijn welke doelen de leerling wil en kan behalen. De leraar en de leerling bekijken samen welke vaardigheden, interesses, motivatie en levensstijl passend zijn voor de leef- en werksituatie van de leerling. Een afgestemde begeleiding van de leerling met een licht verstandelijke beperking kan bijdragen aan zelfwerkzaamheid, zodat hij na het leerproces goed kan functioneren in de privé- en werkomgeving. Vooral het vergroten van sociale vaardigheden kan de leerling helpen.

Het inzetten van coöperatieve werkvormen zorgt voor betere sociale contacten. Als de leerlingen daarna in een nieuwe groep komen, zijn ze ook enthousiaster over andere leerlingen en het gezamenlijke resultaat. Door coöperatief leren behalen leerlingen met een licht verstandelijke beperking eveneens winst op cognitief gebied. Dat komt omdat ze vertrouwen op hun klasgenoten en van hen aanvullende instructie, feedback en coaching krijgen. Door deze didactische strategie krijgt de leerling meer grip op zijn eigen leerproces en vergroot het zijn eigenaarschap.

De docent als gids

Tijdens het leerproces van de leerling met een licht verstandelijke beperking is de leraar in feite een gids. Hij begeleidt de leerling, maar neemt het leerproces niet uit handen. De leraar is flexibel en zorgt dat de leerinhoud voldoende eenvoudig is voor de leerling. Deze flexibele ondersteuning, inclusief het geven van passende instructies, zorgt ervoor dat leerlingen meer betrokken raken bij het leerproces dan door de traditionele manier van lesgeven.

De Academie voor Zelfstandigheid biedt een leertraject aan gericht op zelfstandiger werken, wonen en het volgen van een mbo1-beroepsopleiding. Het is een programma, waarbij de leraar – met op de achtergrond de steun van familie, vrienden en collega’s –  ervoor zorgt, dat leren en werken samen komen. Zo kan de leerling gericht aan zijn toekomst werken.

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO, (V)SO

Vraagsteller
vso-instelling - leraar

Gerelateerde vragen:

Wat is er bekend over de relatie tussen rekeninterventies en motivatie bij leerlingen in het praktijkonderwijs?
 VO | (V)SO | Leer- & gedragsproblemen | Motivatie | Vakken
Hoewel de vraag niet direct kan worden beantwoord, zijn aanknopingspunten voor het verhogen van rekenmotivatie te vinden in de motivatietheorie en verkennend onderzoek bij zwakke rekenaars. Te denken valt aan beheersingsdoelen stellen, succeservaringen faciliteren, waardevolle opdrachten verstrekken, het zelfbeeld en zelfvertrouwen van leerlingen verhogen, autonomie of zelfregulatie versterken en investeren in relaties tussen leraar en leerling. Deze aanknopingspunten zijn ook te herkennen in twee handvatten voor de praktijk over het motiveren van leerlingen en over leerroutes voor rekenen in het praktijkonderwijs.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag