Wat zijn de belangrijkste factoren op basis waarvan een leerling vmbo kiest voor een vervolgopleiding naar het mbo?

 VO | MBO | Schoolloopbaan
shutterstock_145330747

Leerlingen kiezen een mbo-opleiding vooral op basis van interesse in het vakgebied, het carrièreperspectief en de beïnvloeding door anderen. Dat blijkt uit empirische onderzoeken meestendeels gebaseerd op zelfrapportages. De theorie suggereert echter dat leerlingen voor een studie kiezen op basis van hun ervaringen en intuïtie. Keuzebegeleiding zou daarom niet alleen objectieve informatie moeten verstrekken, maar vooral persoonlijke aandacht moeten hebben voor de brede ontwikkeling van de leerling.

De meeste empirische onderzoeken zijn gebaseerd op zelfrapportages door leerlingen. Zij geven zelf aan dat zij een mbo-opleiding (techniek en economie) kiezen op basis van interesse in het vakgebied, het carrièreperspectief en beïnvloeding door anderen, in die volgorde. De school en locatie van de school zijn minder relevant en reisafstand is het minst belangrijk, hoewel de reistijd maximaal 30-60 minuten mag zijn.

Weinig rationeel handelen

De vraag is wat de waarde is van zelfrapportages over het keuzeproces. Uit onderzoek blijkt namelijk dat mensen vaak de werkelijke drijfveren en oorzaken van hun eigen gedrag niet kennen (Aarts e.a., 2014). Veel keuzes worden onbewust gemaakt, waarna achteraf een aannemelijke verklaring voor gedrag wordt geconstrueerd (postrationalisatie). Ook met betrekking tot profiel-, studie en beroepskeuze tonen diverse empirische onderzoeken aan dat jongeren weinig rationeel handelen (in termen van arbeidsmarkt en carrièreperspectief). De genoemde keuzefactoren hoeven dus niet overeen te komen met de werkelijk doorslaggevende redenen.

In een reviewstudie over studiekeuze onder jongeren komt naar voren dat studiekeuze voornamelijk gebaseerd is op intuïtie, ervaringen van de leerling zelf en van anderen, geruchten en percepties (Meijers, Kuijpers & Winters, 2010). De keuze voor een studie blijkt dus maar in beperkte mate rationeel te zijn. De studiekeuze wordt beïnvloed door de brede ontwikkeling van een individuele leerling, variërend van de cognitieve ontwikkeling tot familierelaties (voor techniekstudenten is het bijvoorbeeld relevant dat vaders ook in technisch beroep werkzaam te zijn).

Loopbaanbegeleiding

Internationaal onderzoek toont aan dat loopbaan- en keuzebegeleiding van invloed is op het studiekeuzeproces. Alhoewel loopbaanbegeleiding dus effect sorteert, laat onderzoek ook zien dat het persoonlijke leven van de student in relatie tot de loopbaan onvoldoende wordt belicht. De begeleider blijft vaak hangen in de rol van informatieverstrekker. De gesprekken gaan veelal over studiesucces, zoals cijfers, en in mindere mate over loopbaanontwikkeling (Winters e.a., 2009).

Carrousel

Snippe e.a. (2010) rapporteren over een andere manier van loopbaanbegeleiding, de vmbo Carrousel (gericht op de sector Zorg en Welzijn). Dit is een intensieve manier van loopbaanbegeleiding waarbij leerlingen met bijvoorbeeld bezoek aan organisaties en bedrijven een beter beeld krijgen van de beroepspraktijk. Het idee is dat ze door deze beroepsoriëntatie een bewustere keuze maken voor een vervolgopleiding en minder zullen switchen van opleiding in het mbo. Deelnemers aan de vmbo Caroussel switchen inderdaad minder dan niet-deelnemers. Een belangrijke factor hierbij is dat de inhoud van het beroep/vak wordt verkend en minder het carrièreperspectief.

Om zijn keuzeproces te ondersteunen is het belangrijk dat de identiteit, het richtingsgevoel en de loopbaancompetenties bij de leerling worden ontwikkeld. Leerlingen moeten inzicht krijgen in voor hen belangrijke waarden en de wijze waarop zij deze kunnen inzetten in de ontwikkeling van een loopbaan. Persoonlijke begeleiding en aandacht voor de brede ontwikkeling van de leerling zijn dus van belang.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sanne Kruijer en Sjerp van der Ploeg.

Onderwijssector
VO, MBO

Vraagsteller
mbo-instelling - adviseur of beleidsmedewerker

Gerelateerde vragen:

Interview met vraagsteller Ester Cuijpers
Hoe krijgt loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) vorm en wat is het effect van LOB op loopbanen van vo-leerlingen?
 VO | MBO | Schoolloopbaan
De ontwikkeling van een arbeidsidentiteit en van loopbaancompetenties zijn kernelementen van LOB. Dat leer je niet uit een boek. Het vraagt om een krachtige loopbaangerichte leeromgeving die keuzemogelijkheden biedt. En het vereist een begeleiding in dialoog, gericht op reflectie en betekenisgeving van de opgedane (werk)ervaringen. Deze werkwijze is in de praktijk echter nog geen gemeengoed.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag