Welke factoren zijn van invloed op de kwaliteit van werkplekleren in het beroepsonderwijs?

 MBO | Werkplekleren | Zelfregulerend leren
shutterstock_213330310

De kenmerken van drie betrokkenen, te weten de student, de werkplek en de opleiding, bepalen of werkplekleren succesvol is. En hoe ze zich tot elkaar verhouden. Communicatie en uitwisselen van kennis en ervaring tussen de partijen is daarbij van groot belang.

Onder de term werkplekleren worden alle vormen van leren in authentieke (arbeids)situaties verstaan. Het gaat om gepland en bewust leren van studenten in een authentieke arbeidssituatie gericht op het verwerven van beroepsrelevante competenties (Veldhoven e.a, 2009).

De beoogde effecten van werkplekleren zijn breed, zo blijkt uit een grootschalige reviewstudie (Nelen e.a, 2010; Poortman e.a, 2012). Zoals a) directe rendementen als competentieontwikkeling, en b) indirecte rendementen als salaris, loopbaan en productiviteit. Indirecte rendementen bevatten zowel werknemers- en werkgeversrendementen.

De OESO (2010) noemt vier mogelijke voordelen van werkplekleren: 1) de werkplek als kwalitatief hoogstaande leeromgeving; 2) tweerichtingsverkeer tussen potentiële werkgevers en werknemers; 3) de arbeidsmarktrelevantie van beroepsopleidingen wordt helder in relatie tot beschikbare werkplekken; 4) studenten die leren op de werkplek leveren ook een rechtstreekse bijdrage aan de productiviteit van betreffende organisaties. De voorzichtige conclusie is dat werkplekleren inderdaad de beoogde effecten en voordelen oplevert (Nelen e.a., 2010).

Kenmerken

Vanuit onderzoek is een aantal factoren bekend die belangrijk zijn bij het optimaal vormgeven van werkplekleren. Zo spelen kenmerken van drie betrokkenen hierin een cruciale rol: van de student, de werkplek en de opleidingspraktijk. (Virtanen, Tynjälä & Eteläpeltoa, 2014).

De student. Kenmerken die van invloed zijn op het leerproces op een werkplek zijn o.a. voorkennis, motivatie en leersensitiviteit (Poortman & Visser, 2008) en geloof in eigen kunnen en ervaring (Blokhuis, 2007).

De opleiding. Sturing aan het werkplekleren vanuit de opleiding bestaat uit o.a. uit adequate voorbereiding en passende opdrachten voor op de werkplek.

De werkplek. Een geschikte werkplek voor werkplekleren beschikt over het volgende (Poortman & Visser, 2008):

  • Kenmerken van directe taakuitoefening door student: taakautonomie, variatie in het werk, complexiteit;
  • Kenmerken die met de sociale omgeving van de werkplek samenhangen: participatie, communicatie en interactie, feedback en ondersteuning;
  • Kenmerken van de werkplek als informatieomgeving: toegang tot bruikbare informatie binnen (en buiten) de werkplek;
  • Daarnaast is werkdruk van belang i.v.m. voldoende tijd voor reflectie en interactie met collega’s. De werkplek moet uitnodigen tot communicatie over en reflectie op het uitgevoerde werk (Onstenk, 1997; Billett, 2002 in Onderwijsraad, 2003).

Raakvlakken

Er zijn natuurlijk raakvlakken tussen de drie betrokken partijen. Het raakvlak student-opleiding omvat de begeleiding vanuit de opleiding. Het gaat dan vooral om voortgangsgesprekken, stagebezoeken en terugkommomenten (Poortman & Visser, 2008) en een vaste begeleider (Algemene Rekenkamer, 2008).

Bij het raakvlak student-werkplek gaat het om begeleiding vanuit de werkplek. Die zou uit monitoring, modelling en coaching kunnen bestaan, blijkt uit internationale literatuur, en bijvoorbeeld ook uit vraag-en-antwoord dialogen (Billet, 2000). Uit onderzoek in Nederland zijn vier soorten begeleiding bekend (Blokhuis, 2006; 2007), zie figuur 2.

Figuur 2: Vier soorten begeleiding op de werkplek
Figuur 2: Vier soorten begeleiding op de werkplek (Blokhuis, 2006; 2007)

De kwaliteit van de begeleiding van studenten vanuit de werkplek is sterk afhankelijk van de competenties en kwaliteiten van de werkplekbegeleiders (Nedermeijer e.a., 2010; Nieuwenhuis e.a, 2011).

Belangrijk voor het raakvlak opleiding-werkplek is de kwaliteit van de samenwerking. Er kan worden geconstateerd dat de communicatie tussen opleiding en werkplek te typeren is als eenrichtingsverkeer vanuit het onderwijs (Onderwijsraad, 2003). Dat leidt tot problemen in afstemmen tussen theorie en praktijk, waardoor dat twee gescheiden werelden blijven (Onderwijsraad, 2003).

Tot slot is er het raakvlak student-opleiding-werkplek. Belangrijk is dat er een match is tussen wat de opleiding beoogt, wat de werkplek kan bieden en de wensen en achtergrond van een specifieke student (Nieuwenhuis e.a., 2011). Daarnaast is de beoordeling belangrijk. Er ontbreekt echter nog vaak een helder en uniform kader voor beoordelen op de werkplek (Nieuwenhuis e.a., 2011).

Curriculum

Op het raakvlak student-opleiding-werkplek moet het overigens niet alleen gaan om communicatie en samenwerking over specifieke studenten, maar om ‘intensieve communicatie over het gehele curriculum’ en het verbinden en verstrengelen van binnen- en buitenschoolse leerervaringen. (Onderwijsraad, 2003). Om studenten te kunnen blijven toerusten voor de arbeidsmarkt van de 21ste eeuw worden idealiter ‘over de grenzen van het eigen systeem – onderwijs en bedrijfsleven – systematisch kennis en ervaringen met elkaar in contact gebracht, productief ingezet, uitgewisseld, geordend en gevalideerd’ (Van der Veer e.a., 2014).

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Ilya Zitter (Lectoraat Beroepsonderwijs, HU). Zij heeft hiervoor aanvullend Anne Khaled (Lectoraat Beroepsonderwijs, HU) geraadpleegd.

Onderwijssector
MBO

Vraagsteller
samenwerkingsverband van mbo en bedrijfsleven

Gerelateerde vragen:

Wat is er bekend over de effectiviteit van het practicum voor het verwerven van (theoretische) begrippen uit de bètavakken?
 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | Vakken | Werkplekleren
Practicum kan verwijzen naar veel verschillende onderwijsvormen zoals traditionele practica, onderzoekspractica en demonstratiepractica. Traditionele practicumvormen, die dienen ter bevestiging of illustratie van eerder onderwezen theorie, blijken weinig effectief te zijn om leerlingen (theoretische) begrippen te laten verwerven.
Lees verder
Interview met vraagsteller Geert Berghuis
Heeft de stagevorm (lint- of blokstage) effect op het leerrendement in het mbo?
 MBO | Werkplekleren
Er is één studie naar de invloed van lint- en blokstages op het leerrendement in het mbo, maar daarin zijn geen effecten gevonden. Een aantal andere studies laat op basis van ervaringen van betrokkenen wel verschillende andersoortige voor- en nadelen van stagevormen zien. Genoemde voordelen van een lintstage zijn onder andere betere afstemming en afwisseling tussen theorie en praktijk, en meer mogelijkheden voor feedback en reflectie. Bij een blokstage zijn dat bijvoorbeeld lagere werkdruk voor studenten en meer tijd om een beroepshouding te ontwikkelen. Deze voordelen hebben weliswaar een indirecte link met leerrendement, maar die link is niet empirisch onderzocht.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag