Welke factoren spelen een rol bij de resultaten van de Cito-eindtoets of de centrale eindtoets PO?

 PO | Toetsen & feedback
shutterstock_211281496

Meerdere factoren hebben invloed op de resultaten van de (Cito) eindtoets in het primair onderwijs. Een greep uit de selectie: aanleg/intelligentie, motivatie, geslacht, leeftijd, achtergronden van de leerlingen en het leerlinggewicht, en de kwaliteit van het onderwijs.

Het antwoord op deze vraag baseren we op gegevens van de Cito-eindtoets en de centrale eindtoets PO van het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Vanaf het schooljaar 2014-2015 zijn alle scholen verplicht in groep 8 een eindtoets af te nemen. Deze vindt plaats in april. Het CvTE stelt de eindtoets, die samen met Cito is gemaakt (en daarom in de volksmond Cito-toets blijft heten), ter beschikking aan de scholen. Er is ook een aantal andere toetsen dat mag worden gebruikt.

Relevante factoren 

De volgende factoren hangen samen met prestaties op de Cito-toets/centrale eindtoets:

  • Aanleg/intelligentie. Verschillen in leerprestaties op de onderdelen van de centrale eindtoets hangen samen met intelligentie.
  • Motivatie van de leerlingen. Hierbij gaat het om leertaakgerichtheid, concentratie in de klas, huiswerkattitude. De motivatie is vooral van belang voor gewichtenleerlingen (leerlingen van ouders met geen hogere opleiding dan vmbo-b of -k).
  • Op sommige onderdelen van de toets scoren meisjes traditioneel wat hoger, op andere jongens.
  • Vertraagde leerlingen (leerlingen die zijn blijven zitten of die later zijn ingestroomd in groep 3) scoren als groep lager dan reguliere leerlingen, voorlijke leerlingen (leerlingen die een klas hebben overgeslagen of die eerder naar groep 3 zijn gegaan) juist hoger.
  • Leerlingen uit de vier grote steden scoren als groep in de regel wat lager.
  • Achtergronden van de leerlingen, bijvoorbeeld beroep, etnische afkomst en inkomen ouders. Het gaat hierbij om het percentage achterstandsleerlingen op de hele school: scholen met een hoger percentage achterstandsleerlingen scoren lager dan scholen met een lager percentage achterstandsleerlingen. Het opleidingsniveau en de etnische herkomst van ouders zijn belangrijke voorspellers; het inkomen van de ouders minder.
  • Leerlingen die worden aangemeld voor de niveau-toets scoren duidelijk lager dan leerlingen die daarvoor niet worden aangemeld. Deze zogenoemde N-toets is bedoeld voor leerlingen die wat meer moeite hebben met de basisvaardigheden taal en rekenen en bevat wat makkelijkere opgaven. De score op deze toets wordt omgezet naar een score op dezelfde schaal (501-550), alsof de leerling de ‘reguliere’ eindtoets heeft gemaakt.
  • De kwaliteit van het onderwijs op de basisschool.
  • Invloeden vanuit het gezin, zoals de taal die thuis wordt gesproken.
  • Overige buitenschoolse factoren (invloeden vanuit de sociale omgeving, niet zijnde het gezin).

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Christa Teurlings. Zij heeft hiervoor de volgende experts geconsulteerd: Guuske Ledoux (Kohnstamm Instituut, UvA Amsterdam), Frans Janssens (voorheen Universiteit Twente), Bruno Vreeburg (Onderwijsinspectie) en Cecile Harmsen (Centrale Eindtoets).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
schoolbestuur - adviseur of beleidsmedewerker

Gerelateerde vragen:

Interview met vraagsteller Pierre den Hartog
Wat is de meerwaarde van de Cito-toetsen Woordenschat voor het volgen van de woordenschatontwikkeling?
 PO | Taal | Toetsen & feedback | Vakken
De toetspakketten LOVS Woordenschat van Cito zijn een hulpmiddel om op lange termijn het globale woordenschatniveau (brede woordenschat en diepe woordenschat) en de woordenschatontwikkeling van leerlingen in kaart te brengen. De resultaten van de toets geven informatie over die ontwikkeling en kunnen helpen om beslissingen te nemen over de schoolloopbaan van leerlingen. Om positieve effecten te sorteren op de woordenschatontwikkeling zouden scholen de toets ook formatief kunnen gebruiken. Dan zetten ze de toetsresultaten in om het woordenschatonderwijs aan te passen. Dit vereist een aantal randvoorwaarden: eigenschappen van de toets zelf, de frequentie van afname, de leerling, de schoolcultuur, de inrichting van het (digitale) LOVS en de expertise van schoolteams.
Lees verder
Hoe kan het onderwijs met succes formatief toetsen inzetten?
 PO | VO | MBO | Toetsen & feedback
Formatief toetsen heeft als doel het leerproces te verbeteren. Daartoe wordt regelmatig vastgesteld hoe leerlingen zich ontwikkelen. Op grond van de bevindingen bepaalt de leraar hoe het leerproces het beste vorm kan krijgen. Cruciaal bij formatief toetsen is het geven van feedback. Dit versterkt de motivatie van leerlingen en geeft richting bij hun verdere ontwikkeling. Formatief toetsen wordt niet alleen door de leraar uitgevoerd, ook self-assessment en peer-assessment zijn goed mogelijk. Voorwaarden voor effectieve formatieve toetsing zijn: betekenisvolle toetsen, regelmatige toetsing, professionele docenten, betrokken leerlingen en een toetscultuur die is gericht op onderwijsverbetering.
Lees verder
Wat is het effect van digitaal toetsen versus schriftelijk toetsen op de prestaties op taal en rekenen?
 PO | Toetsen & feedback
Het effect van digitaal toetsen versus schriftelijk toetsen verschilt per leerdomein. Leerlingen presteren slechter op een digitale toets begrijpend lezen dan op een papieren leestoets, zeker als het gaat om een lange en informatieve tekst. Voor spelling is het nog onduidelijk wat het effect is van digitaal dan wel op papier toetsen. En bij rekenen lijken er geen verschillen in prestaties te zijn. Ook voor de eindtoets die alle groep-8 leerlingen aan het eind van het schooljaar maken zijn de prestaties op de digitale en papieren versie vergelijkbaar.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag