Hoe en in welke mate kan het huidige onderwijs in het V(S)O bijdragen aan de ontwikkeling van een passend toekomstperspectief bij leerlingen met ASS?

 VO | (V)SO | Differentiatie | Leer- & gedragsproblemen
shutterstock_78854017

Leerlingen met een autismespectrumstoornis (ASS) lijken baat te hebben bij gerichte begeleiding in het regulier of speciaal voortgezet onderwijs. ASS is een verzamelnaam voor heel verschillende leerlingen, die soms behoefte hebben aan een verschillende aanpak. Dus maatwerk is nodig. Voor stellige uitspraken over effecten van begeleiding is het te vroeg. Meer empirisch onderzoek hiernaar is wenselijk.

Onder de groep ASS-leerlingen vallen de ‘klassieke’ autistische leerlingen, leerlingen met het syndroom van Asperger en leerlingen met PDD-NOS. Voor de invoering van passend onderwijs kregen deze leerlingen een indicatie voor cluster 2 of 4, als ze een normale intelligentie hadden. ASS-leerlingen met een verstandelijke beperking kregen een indicatie voor cluster 3.

Maatwerk

De Inspectie van het Onderwijs onderzocht hoe scholen ASS-leerlingen stapsgewijs integreren en voorbereiden op werk en maatschappij. Maatwerk moet centraal staan, concludeert de Inspectie op basis van case studies op vijf scholen voor speciaal basisonderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Andere sleutelbegrippen zijn veiligheid en structuur, schoolinterne deskundigheid, betrokkenheid en flexibele onderwijspraktijk.

Studie- en beroepskeuze

Een project om ASS-leerlingen te begeleiden is het Pass-traject, opgezet door scholen, bedrijven en overheid in Twente. Het Pass-traject richt zich op ASS-leerlingen met een normale intelligentie. Binnen het Pass-traject zijn doorlopende leer- en zorglijnen opgezet om de leerlingen te begeleiden bij twee schakelmomenten, de overgang van vmbo naar mbo en de overgang van mbo naar arbeid. Centraal daarbij stonden een ontwikkelingsgerichte aanpak en een sterke samenwerking tussen alle betrokken partijen binnen onderwijs en bedrijfsleven.

Na de invoering van het Pass-traject daalde het aantal studenten dat in het eerste leerjaar in het mbo switchte naar een andere opleiding fors. In vier jaar tijd daalde dit van zestig procent naar twintig procent. De overgang van vmbo naar mbo is dus veel beter verlopen.

Een belangrijke ervaring uit de evaluatie van het Pass-traject is dat er steeds wordt gezocht naar een balans tussen enerzijds verantwoordelijkheid geven aan de ASS-studenten en anderzijds rekening houden met hun beperkingen op het gebied van sociale competenties. Die balans is niet voor alle studenten dezelfde. De een kan meer verantwoordelijkheid aan dan de ander. Maatwerk bieden is daarom van groot belang. Dat blijkt ook uit een kleinschalig onderzoek: jongeren met ASS hebben behoefte aan begeleiding, maar ook aan het maken van eigen keuzes.

Werk

Er zijn ook studies naar een bredere doelgroep dan alleen leerlingen met ASS, zoals een studie naar de (werk)toekomst van cluster 4-leerlingen. Onderzoek door UWV laat zien dat cluster 4-scholen leerlingen bij voorkeur voorbereiden op vervolgonderwijs, omdat een startkwalificatie betere kansen geeft op een goede arbeidsmarktpositie. Niet alle leerlingen hebben echter het vermogen naar het vervolgonderwijs te gaan. Directe begeleiding naar werk krijgt daarom ook aandacht. Maar cluster-4-scholen geven aan te weinig middelen te hebben om dat goed te doen. Een intensievere samenwerking tussen cluster-4-scholen, UWV en jobcoachorganisaties zou de aansluiting tussen opleiding en werk kunnen verbeteren. Met name voor ASS-leerlingen is er winst te behalen volgens dit onderzoek.

Het lijkt erop dat gerichte begeleiding van ASS-leerlingen, waarbij maatwerk wordt geleverd, hun kansen in het vervolgonderwijs vergroot. Deze conclusie is echter voorlopig, omdat hij gebaseerd is op een klein aantal studies.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Anne Luc van der Vegt.

Onderwijssector
VO, (V)SO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Gerelateerde vragen:

Hoe kunnen leraren met Asperger hun sociale vaardigheden in de klas versterken?
 LERARENOPLEIDING | PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leer- & gedragsproblemen
Voor (beginnende) leraren zijn begeleide video-analyse en synchroon coachen met een oortje effectieve manieren om klassenmanagement, didactiek en de pedagogische relatie met leerlingen te ontwikkelen. Hoewel er geen onderzoek naar is gedaan, is het plausibel dat deze werkwijze ook voor beginnende leraren met Asperger effectief kunnen zijn. Het inzetten van strips en films kan personen met Asperger helpen om de gedachtewereld van anderen te herkennen en te begrijpen. Vervolgens leren ze hun eigen gedrag af te stemmen op dat van anderen.
Lees verder
Hoe kunnen onderwijsprofessionals hoogsensitiviteit herkennen bij kinderen in het basisonderwijs en op welke manier kunnen zij daarop inspelen?
 PO | Leer- & gedragsproblemen
Hoogsensitiviteit is een aangeboren eigenschap die zich door opvoeding en socialisatie verder ontwikkelt. Kenmerkend is de intense zintuiglijke ervaring waardoor kinderen snel overprikkeld en gestrest raken. Er is een specifieke test voor kinderen om de hooggevoeligheid te meten. Leerkrachten kunnen hoogsensitieve kinderen zonder oordeel en met begrip tegemoet treden. Essentieel is om die kinderen een veilige omgeving, op school en in de klas, te bieden.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag