Hoe kom je tot verticaal alignment in het onderwijs?

 PO | VO | MBO | Leraren & schoolleiders | Schoolorganisatie

Verticaal alignment is geen doel op zich, maar is gericht op beter onderwijs en het leren van kinderen. Om alignment, oftewel verbinding en afstemming te bereiken tussen de verschillende lagen betrokkenen in het onderwijs, is het creëren en onderhouden van eigenaarschap van al die betrokkenen een sleutelfactor. Zo kunnen ze samen werken aan gemeenschappelijk doelen. Daarbij moet er aandacht zijn voor de verschillende rollen van de betrokken mensen en organisaties. En het is nodig een kwaliteitscultuur te creëren waarbinnen men ruimte en vertrouwen voelt om kennis te delen en te innoveren.

Om de onderwijskwaliteit te verbeteren is een zeker mate van verbinding en afstemming nodig, oftewel alignment, tussen de verschillende lagen van het onderwijssysteem. Daarbij moet rekening worden gehouden met gedeelde én verschillende opvattingen van de betrokkenen over onderwijs, en met beleidsruimte en regels. Structuren voor collectieve besluitvorming vormen, deze onderhouden en informatie uitwisselen, zijn noodzakelijke activiteiten om doelen en strategieën te kunnen bepalen. Bovenschoolse  bestuursbureaus kunnen bijvoorbeeld scholen in hun beleid(sbepaling) op verschillende manieren ondersteunen, door kennis over good practices aan te reiken en te helpen bij het leren van de voorbeelden.

Eigenaarschap

Verticaal alignment is de afstemming tussen ‘people strategy and business goals’. Daarbij lijken formele structuren en coördinatieprocessen minder effectief te zijn dan informele factoren zoals aandacht voor het gevoel van eigenaarschap en cultuurverschillen.

Alignment in het primair onderwijs vindt plaats op drie verschillende niveaus: op landelijk beleidsniveau (de overheid, Inspectie van het Onderwijs, PO-raad et cetera), op bestuursniveau (schoolbestuur, schoolleider, ondernemingsraad) en op lesniveau (leraren, de schoolleider, de klas, ouders). Elk van die niveaus is relevant voor het realiseren van goed onderwijs. Alle drie zouden een gevoel van eigenaarschap moeten hebben om onderwijskwaliteit te realiseren en te blijven ontwikkelen.

Wat levert dat op?

Het is belangrijk om door de lagen heen samen te werken aan gemeenschappelijke doelen. Om verticale afstemming te bereiken is het essentieel eigenaarschap te creëren bij de verschillende lagen – het bestuur, en zeker ook de schoolleiding en de leraren. Daarbij moet er aandacht zijn voor de verschillende rollen van de betrokkenen en organisaties. En het is nodig een kwaliteitscultuur te creëren waarbinnen men ruimte en vertrouwen voelt om kennis te delen en te innoveren.

Verticale afstemming betekent niet noodzakelijkerwijs dat alle lagen continu samenwerken. Het kan ook bereikt worden door afstemming tussen twee lagen. Verticaal alignment is verder geen situatie maar een continu proces van leren en verbeteren. Dit betekent dat het voortdurend om inspanning vraagt van betrokkenen. Verticaal alignment kan de volgende (kwaliteits)effecten hebben: ruimte voor iedereen om mee te denken over de vraag wat onderwijskwaliteit is, creatief denken en innovatieve oplossingen, bundeling van krachten door samenwerking, effectieve en duurzame schoolontwikkeling, effectief leiderschap en een lerende organisatie worden, gericht op het leren van leerlingen. Dat laatste staat immers centraal, het verticaal alignment is geen doel op zich. Het gaat erom om op bovenschools, school-, team- en klasniveau integraal en parallel te werken aan eigenaarschap, afstemming en verbetering van onderwijs, en daarmee aan opbrengsten voor leerlingen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen, waaronder de op verzoek van de Kennisrotonde opgestelde literatuurverkenning.

Verschillende organisaties publiceren regelmatig over beleidsvoering in de publieke sector. Zie bijvoorbeeld:

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Niek van den Berg (kennismakelaar). Zij heeft hiertoe Hilda Wierda-Boer, Dymphy Kiggen en Frans de Vijlder (HAN Kenniscentrum Publieke Zaak) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO, VO, MBO

Vraagsteller
adviseur

Gerelateerde vragen:

Is er een relatie tussen kwaliteitsbeleid van scholen voor voortgezet onderwijs en hun lerend vermogen?
 VO | Leraren & schoolleiders | Schoolorganisatie
Vo-scholen streven steeds vaker een meer continue verbetercultuur na en willen zich tot een lerende organisatie ontwikkelen. Of kwaliteitsbeleid bijdraagt aan het lerend vermogen van een school of de ontwikkeling naar een lerende organisatie, is niet bekend. Scholen melden zelf andere elementen dan kwaliteitsbeleid die daarvoor belangrijk zijn, bijvoorbeeld goede samenwerking tussen management en werkvloer, de mogelijkheid om zich gezamenlijk te ontwikkelen en een duidelijk plan voor die ontwikkeling.
Lees verder
Draagt een meerscholendirectie bij aan efficiënt werken en aan tevredenheid van ouders en personeel?
 PO
Veranderingen in organisatiestructuur binnen scholen, zoals een verandering naar een meerscholendirectie, kan impact hebben op leraren en schoolleiding. Problemen kunnen ontstaan doordat er te veel afstand is tussen management en leraren, waardoor leraren zich niet gezien en gewaardeerd voelen. Een direct antwoord op deze vraag is in de wetenschappelijke literatuur niet gevonden. Er is wél onderzoek naar de invloed van een schoolleider op de schoolcultuur en daarmee op het welbevinden van leraren en ouders binnen een school. Het is belangrijk dat schoolleiders op locatie voldoende tijd en aandacht hebben voor leraren, leerlingen en ouders. En de schoolleiders moeten voldoende zichtbaar zijn, om zo bij te dragen aan een goed leerklimaat.
Lees verder
Interview met vraagsteller Sander Galjaard
Leidt betrokkenheid van leerlingen bij onderwijsinterventies tot meer motivatie en betere leerresultaten?
 VO | In de klas | Vernieuwingsonderwijs
Leerlingen bij onderwijsinterventies betrekken, kan bijdragen aan hun motivatie en leerresultaten. Door de inhoud van onderwijsinterventies tussen docenten en leerlingen af te stemmen wordt het eigenaarschap van leerlingen aangesproken. Zo wordt ook een beroep gedaan op hun intrinsieke motivatie. Die motivatie heeft een gunstig effect op leerresultaten. Er zijn echter ook allerlei andere factoren van invloed. Daarom gaat de betrokkenheid van leerlingen bij interventies niet altijd gepaard met meer motivatie en betere leerresultaten.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag