Hoe kan hoekenwerk in groep 3 en 4 het spelend leren faciliteren, zodat de leerlingen de leerdoelen van hoekenwerk bereiken?

 PO | Zelfregulerend leren | Ook interessant

Om leerlingen effectief te laten leren van spel in hoeken is het nodig regels op te stellen voor het hoekenwerk en er voor te zorgen dat leerlingen zich betrokken voelen. Binnen de gestelde kaders moeten leerlingen zelf kunnen bepalen hoe zij hun spel spelen. Drie factoren zijn van invloed op de kwaliteit van het spel: de speelomgeving, de interactie tussen de leerlingen onderling en de interactie met de leerkracht. Een leerkracht bereikt meer met spelend leren als de leerdoelen aansluiten bij de ontwikkeling van de individuele leerling.

Hoekenwerk is vooral bekend in kinderdagverblijven, waar het onderdeel is van de pedagogische kwaliteit. Maar hoekenwerk komt ook voor bij gastouders, buitenschoolse opvanglocaties en in kleutergroepen. Elke hoek is ingericht rond een thema, zo kan er bijvoorbeeld een taalhoek zijn, een bouwhoek, een verkeershoek of een knutselhoek. Leerlingen kunnen er alleen of in kleine groepjes spelen, én er leren.

Er zijn kwaliteitsmonitoren voor de kinderopvang (0-4 jaar) en voor de buitenschoolse opvang (4-13 jaar). Vooral de monitor voor de opvang van oudere leerlingen kan een inspiratiebron zijn voor het inrichten van hoekenwerk in groep 3 en 4. Kwaliteit van hoekenwerk op basisscholen is deels vergelijkbaar met de kwaliteit van de omgeving op kinderdagverblijven en de buitenschoolse opvang.

Speelomgeving en interacties bepalen effectiviteit van spelend leren

Drie factoren beïnvloeden de ervaringen die een spelende leerling opdoet tijdens hoekenwerk: de speelomgeving, de interactie met andere leerlingen en de interactie met de leerkracht.

De speelomgeving

Een goede speelomgeving is vooral uitdagend voor de leerlingen; niet te moeilijk, niet te makkelijk. De leerkracht die samen met de leerlingen een hoek inricht, verhoogt de betrokkenheid van de leerlingen. Dit kan inspirerend en motiverend werken. Verder is het belangrijk om druk en rustig spel van elkaar te scheiden. Leerlingen moeten zich op hun spel kunnen concentreren en niet gestoord worden door groepsgenoten die hun bouwwerk mogelijk omver rennen. Leerlingen moeten zich veilig voelen en zich kunnen associëren met de aankleding en de inrichting van de ruimte. Het helpt om bij het beschikbaar stellen van materialen rekening te houden met multiculturele verschillen.

Interactie met andere leerlingen

Door interactie met andere leerlingen leren ze van elkaar. In groepjes leerlingen van verschillende leeftijden geldt dat des te meer. Jongere leerlingen kunnen dan spel imiteren van oudere leerlingen, waardoor hun spelbeleving rijker wordt. Leerlingen kunnen ook samen onderzoeken wat er nodig is om een hoek met een specifiek thema in te richten. Deze samenwerking vergroot hun leefwereld.

Interactie met de leerkracht

Een belangrijke rol in de spelbeleving van leerlingen is weggelegd voor de leerkracht. Zij of hij richt de hoeken in, bepaalt de thema’s en biedt materialen aan – al dan niet in overleg met de leerlingen. De leerkracht geeft de leerlingen een veilig gevoel en biedt ze begeleiding om goed met elkaar om te gaan. Door actief betrokken te zijn bij het spel kan de leerkracht de leerlingen sturen en hun spelbeleving verrijken.

Voorwaarden voor spelend leren

Om leerlingen effectief te laten leren van spel in het hoekenwerk, is het goed om regels voor activiteiten op te stellen. Binnen dat kader hebben leerlingen vrijheid in de uitvoering van de activiteit. Ze kunnen zelf bepalen hoe zij hun spel spelen, vanuit een grote betrokkenheid. Leerlingen laten spelen met een leerdoel, is dus een goed initiatief, mits de leerdoelen aansluiten bij de ontwikkeling van elk individueel kind.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Iris Bollen (antwoordspecialist) en Wouter Schenke (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - schoolleider

Gerelateerde vragen:

Welke effecten heeft een zomerschool op de (taal)ontwikkeling van jonge kinderen met een taalachterstand? Welke activiteiten dragen bij aan stimulering van de (taal)ontwikkeling?
 PO | Differentiatie | Gelijke kansen | Taal | Vakken
Zomerscholen zijn een effectieve manier van onderwijstijdverlenging. En ze stimuleren de taalontwikkeling van basisschoolleerlingen. Belangrijk is dat de leerlingen intensief met taal in aanraking komen voor langere tijd, dat ze les krijgen in kleine groepen en dat hun ouders betrokken zijn. Activiteiten om de taalontwikkeling van jonge kinderen met een taalachterstand te bevorderen zijn het aanbieden van een talige omgeving, veel spreekgelegenheid, focus op betekenisvolle taaltaken en samenwerking, en waar nodig expliciete instructie.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag