Hoe kunnen docenten omgaan met verstorend gedrag in de vmbo-bovenbouw van het speciaal onderwijs, zodat alle leerlingen een goed pedagogisch klimaat ervaren?

 VO | (V)SO | Leer- & gedragsproblemen
shutterstock_434175625_gedr

Docenten die oog hebben voor de context van gedrag en proactieve strategieën bedenken en plannen, kunnen verstorend gedrag voor zijn. Goed klassenmanagement, waarbij docenten van te voren nadenken over de werkwijze, regels en de sfeer, blijkt effectief. Leerlingen moet het gewenste gedrag wel bewust worden aangeleerd. Dat vraagt voortdurende professionalisering, ondersteund door schoolleiders. Een schoolbrede structurele aanpak met positieve gedragsinterventies komt eveneens ten goede aan het voorkomen en verminderen van verstorend gedrag.

Heel veel docenten hebben problemen met leerlingen die externaliserend, ofwel verstorend, gedrag vertonen. Voorbeelden van externaliserend gedrag zijn dwarsheid, onrust, brutaliteit, agressiviteit, het schenden van regels, weinig concentratie en overbeweeglijkheid. Docenten in alle vormen van basis- en voortgezet onderwijs hebben hiermee te maken, en vooral die in het (voortgezet) special onderwijs. Docenten die zijn opgeleid om te werken in het (voortgezet) speciaal onderwijs zijn tevreden over wat ze hebben geleerd, maar vinden het moeilijk dat om te zetten in handelen tijdens de lessen. Ze hebben geleerd om te gaan met een enkele leerling, maar hebben moeite met een hele klas. Alle docenten geven aan behoefte te hebben aan blijvende training.

Probleemgedrag

Veel docenten, ongeacht leeftijd en leservaring, voelen zich door externaliserend gedrag gestoord in het lesgeven. Ook ervaren ze een zekere mate van handelingsonbekwaamheid op dit punt. Voor de leerlingen die de boel verstoren, is hun eigen gedrag eveneens problematisch; het hindert hen bij het leren. Hun klasgenoten hebben er last van dat de rust en goede sfeer wordt verziekt. Al met al ervaren veel docenten stress door verstorend gedrag. Die stress maakt dat zij minder goed in staat zijn een prettige leeromgeving te creëren. Met internaliserend gedrag van leerlingen, bijvoorbeeld geslotenheid, weinig zelfvertrouwen, passiviteit of somberheid hebben docenten minder problemen. Er is weinig bekend over de specifieke dynamiek in een klas met leerlingen met zowel ex- als internaliserend gedrag. Van leerlingen met internaliserend gedrag kunnen we aannemen dat ook zij profiteren van een rustige(re) groep waarin duidelijk is wat kan en mag, en er voldoende gelegenheid is om tot leren te komen.

Behoorlijk veel docenten zijn geneigd het probleemgedrag enkel aan de leerlingen toe te schrijven, waardoor ze minder snel naar hun eigen rol kijken. Belangrijke vraag is of de docent de overtuiging heeft dat hij in staat is taken naar behoren uit te voeren. Veel docenten reageren achteraf op gedragsverstoringen en komen weinig toe aan proactieve maatregelen. Een veel gebruikte reactieve maatregel is het wegsturen van leerlingen, ondanks dat bijna iedereen het erover eens is dat dat niet helpt. Het kan zelfs verstorend gedrag versterken. Juist het proactief handelen is belangrijk. Het is dan wel zaak leerlingen bewust aan te leren hoe ze zich moeten gedragen, hoe iets hoort, en hoe ze om hulp kunnen vragen. Docenten die tijd besteden aan het expliciet aanleren van gewenst gedrag hebben minder te maken met probleemgedrag.

Goed klassenmanagement maakt het omgaan met probleemgedrag eveneens makkelijker. Duidelijke regels en verwachtingen over de klasinrichting, lesinhoud, lesmethoden, manier van werken, instructie en de relatie tussen docent en leerlingen bevorderen een goed pedagogisch klimaat dat inspeelt op het welbevinden van de leerling. Klassenmanagement zorgt ervoor dat alle leerlingen betrokken zijn en kunnen leren. Het helpt om van te voren te bedenken hoe je als docent wilt reageren. Helpend daarbij is het geven van boeiende lessen en gebruikmaken van humor, belonen i.p.v. straffen, wederzijdse gedragscontracten en het invoeren van bijvoorbeeld een chill pass – een kaart of symbool die de leerling mag inzetten als hij even de klas uit wil.

Voortdurende professionalisering en een positieve schoolcultuur zijn essentiële voorwaarden voor een omgeving waarin docenten goed kunnen functioneren. De schoolleiding kan zorgen voor een veilige sfeer waarin docenten van elkaar kunnen leren. Docenten ervaringen laten uitwisselen over leerlingen biedt tevens ruimte om naar het gedrag van leerlingen te kijken en situaties te analyseren. De schoolleiding heeft ook een taak bij het handhaven van de gemaakte afspraken, zodat alle docenten en medewerkers consequent blijven handelen.

Meer lezen?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sandra Beekhoven (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO, (V)SO

Vraagsteller
vso-instelling - leraar

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag