Hoe kan intervisie bijdragen aan het succes van een inductietraject voor startende leraren?

 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Ook interessant

Intervisie is een van de mogelijke werkvormen om startende leraren te ondersteunen binnen een zogenoemd inductieprogramma. Onderzoek naar de effectiviteit van intervisie in dit kader is schaars. Maar onderzoek naar verwante vormen van professionalisering biedt aanknopingspunten. Om bij te dragen aan inductietrajecten zou intervisie moeten voldoen aan een aantal kenmerken. Kort gezegd gaat het om praktische en sociale integratie, ondersteuning bij het werk in de klas en het primaire proces, en aandacht voor loopbaanontwikkeling.

Inductietrajecten

Inductieprogramma’s hebben positieve effecten op betrokkenheid van startende leraren in de school, hun werk in de klas en in het verlengde daarvan op de leerlingprestaties. Dat is vooral zo als zij een ervaren leraar als mentor krijgen. Ook leiden inductieprogramma’s tot minder uitval van beginnende leraren.

Inductieprogramma’s stimuleren het welbevinden en zelfvertrouwen van beginnende docenten. Ze dragen ook bij aan de band met andere beginnende docenten en het gevoel welkom te zijn in de school. De ondersteuning die de begeleider van de startende docent biedt, is daarbij het  belangrijkst. De begeleider moet geen antwoorden geven maar vragen stellen. En diegene moet de startende leraren stimuleren om (gezamenlijk) te reflecteren op de kwesties waar zij tegenaan lopen.

Ook een succesvoorwaarde is dat leraren vanaf het begin deel uitmaken van de professionele cultuur van een school. En er moet voor leraren ruimte zijn om problemen in te brengen en met elkaar te bespreken. Loopbaanbeleid en zorg voor doorgaande professionele ontwikkeling van leraren zijn tevens van belang.

Intervisie als vorm van professionalisering

Blijft de vraag hoe intervisie een effectief onderdeel van inductietrajecten kan zijn. Onderzoek naar verwante vormen voor de professionalisering van leraren kan daar wellicht iets over zeggen.

Vormen van professionalisering waar leraren als groep meedoen en samenwerken, blijken effectief te zijn. Interactie, discussie en onderlinge feedback zijn krachtige leermiddelen. Het gaat hier om samenwerking tussen leraren van dezelfde school, leerjaar of vaksectie. Belangrijk is verder dat leraren zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor hun professionele ontwikkeling. Tevens moeten ze sterk betrokken zijn bij het bepalen van de doelen, inhoud, opzet en methodiek. Dit zou de effectiviteit en bruikbaarheid van professionalisering versterken.

Belangrijke factoren daarbij zijn een focus op vakinhoud en vakdidactiek, actief leren door leraren, samenhang met de eigen lespraktijk en school, duur en collectieve deelname. Niet zozeer het type interventie is van belang maar veeleer hoe die concreet wordt ingevuld in relatie tot de beoogde doelen. Kort gezegd gaat het bij inductie om het realiseren van praktische en sociale integratie, ondersteuning bij het werk in de klas en rond het primaire proces, en het concretiseren van loopbaanperspectieven.

Wanneer intervisie in inductietrajecten voor startende leraren wordt ingezet om daaraan een bijdrage te leveren, is het belangrijk dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • samen leren van en met elkaar
  • een deskundige begeleider die expertise inbrengt en ook als coach kan fungeren
  • de begeleider stelt vragen en laat de deelnemers nadenken en discussiëren over de antwoorden
  • deelnemers brengen eigen leerpunten en casussen in vanuit hun dagelijks werk
  • deelnemers zijn betrokken bij het bepalen van inhoud en methodiek
  • er is een veilige cultuur waarin deelnemers hun problemen durven inbrengen
  • deelnemers worden gestimuleerd ideeën uit te proberen en hun ervaringen terug te koppelen
  • er is een professionele cultuur waarin starters en zittende leraren zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor hun professionele ontwikkeling.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edith van Eck (Kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Wouter Schenke (Kohnstamm) en Marco Snoek (Hogeschool van Amsterdam) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
projectleider

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag