Is het voor vmbo-leerlingen moeilijker om een reflectieopdracht uit te voeren dan voor havo/vwo-leerlingen?

 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | Zelfregulerend leren
shutterstock_402458263

Leerlingen die zwak presteren op bepaalde taken, laten vaak ook slechte metacognitieve vaardigheden zien. Ze hebben bijvoorbeeld moeite om op hun presteren te reflecteren of het nut van reflectie in te zien. Opdrachten waarbij de verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces geleidelijk wordt overgeheveld van leraar naar leerling kunnen helpen om leerlingen te leren reflecteren.

Een opmerking vooraf. Omdat in de literatuur zelfreflectie geen apart onderwerp voor onderzoek lijkt te zijn, maar reflectie wel vaak genoemd wordt als onderdeel van zelfregulatie, richten we ons in dit antwoord op zelfregulatie.

Heeft het leerniveau invloed op de vaardigheid om te reflecteren? Er bestaat inderdaad een verband tussen het niveau van de leerling (student ability) en de effectiviteit van opdrachten voor zelfregulering. Niveauverschillen spelen een rol bij het kunnen aanleren van zelfregulerende vaardigheden.

Struikelblokken voor (v)mbo-studenten

Uit een onderzoek onder mbo-studenten blijkt dat het ze vaak ontbreekt aan goed ontwikkelde zelfsturingsvaardigheden die nodig zijn om het leerproces effectief te controleren. De bevraagde studenten vonden het onder andere moeilijk vragen over zelfsturing te beantwoorden, zagen niet in wat ze eraan hadden, waren bang op hun eigen reflectie te worden beoordeeld en vonden dat de docent over hun werk moest oordelen.

Het is daarom belangrijk (v)mbo-studenten duidelijk te maken wat ze aan zelfsturing hebben. Leerlingen die abstracter denken, vinden dat uit zichzelf al evidenter. (V)mbo-studenten moeten ook leren hun eigen oordeel te vertrouwen en niet terug te vallen op de docent (‘de baas’), maar eigen, interne criteria ontwikkelen. Het helpt als leerlingen inzien waarom zelfbeoordelingstaken belangrijk zijn en begrijpen waarom ze zichzelf moeten verbeteren.

Leerlingen die zwak presteren op een bepaald domein, laten vaak ook slechte metacognitieve vaardigheden zien. Ze moeten soms eerst beter worden in de leertaak zelf, zodat ze zien dat ze nog veel te leren hebben, voordat ze hun eigen prestaties beter kunnen inschatten. De paradox is dus dat ze pas zien hoe incompentent ze zijn, als ze competenter worden. Inzicht in het eigen kunnen is een belangrijke voorwaarde voor zelfgereguleerd leren: als leerlingen niet in staat zijn hun eigen leerproces te beoordelen, kunnen ze het leerproces ook niet verder reguleren.

Ondersteuning bij zelfregulatie

Zelfregulatie is een vaardigheid die voor iedereen moeilijk is om te ontwikkelen. De meesten hebben daarbij veel ondersteuning nodig en moeten geleidelijk zelf verantwoordelijkheid  krijgen. De leraar kan leerlingen helpen door de regulatie geleidelijk aan hen over te dragen in drie fases:

  1. leraargestuurd: de activiteiten van de leraar zijn erop gericht de leeractiviteiten van de leerling te reguleren. Voorbeelden: instrueren, uitleggen, toelichten, specificeren.
  2. gedeelde controle: de activiteiten van de leraar zijn erop gericht de leeractiviteiten van de leerling te stimuleren. Voorbeelden: modelleren, voordoen, stimuleren, ondersteunen, vragen stellen, bediscussiëren.
  3. zelfregulatie/leerlingcontrole: de activiteiten van de leraar zijn gericht op zelfregulatie: leerlingen laten discussiëren, reflecteren, zichzelf laten corrigeren.

Leerlingen die moeite hebben te reflecteren op een bepaalde taak, kunnen er baat bij hebben als ze eerst opdrachten krijgen uit de eerste en tweede fase.

Het belang van variatie

Ten slotte: reflectie is niet – of maar zeer beperkt – een generieke vaardigheid: je kunt goed zijn in het zelfreguleren van je prestaties als voetballer, maar slecht in het reguleren van je prestaties op scheikundegebied. Je neemt die vaardigheid dus niet vanzelf mee naar een ander domein.

Het helpt als leerlingen zelfregulatie in zo veel mogelijk verschillende situaties tegenkomen, met een vergelijkbare complexiteit. Er kan pas transfer plaatsvinden van het ene vak naar het andere als leerlingen begrijpen hoe de zelfregulatiestrategie werkt. Ook moeten ze snappen wanneer en onder welke omstandigheden deze het best toegepast kan worden en wat het van ze vereist.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Andere relevante vragen beantwoord door de Kennisrotonde:

Bekijk ook het filmpje over ondersteuning bieden (‘scaffolding’): https://www.leraar24.nl/scaffolding/

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Melissa van Amerongen en Rosanne Dubbeld (kennismakelaars). Zij hebben hiertoe dr. Jorrick Beckers (Fontys Hogeschool) geconsulteerd.

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - adviseur of beleidsmedewerker

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag