Is het waar dat de leerkracht het beste met leren lezen kan beginnen als de leerling ‘leesrijp’ is?

 PO | Taal | Vakken

Er is geen bewijs dat je als leerkracht het beste met leren lezen kunt beginnen als de leerling ‘leesrijp’ is. Een uitdagende geletterde omgeving in groep 1 en 2 is wel van bewezen belang. Daarnaast zijn er veel aanwijzingen dat het gericht bevorderen van fonemisch bewustzijn (het besef dat woorden uit klanken bestaan) en klank-tekenkoppelingen in de kleutergroepen het aanvankelijk lezen in groep 3 ten goede komt.

Twee invloedrijke theorieën over de ontwikkeling van leren en denken bij kinderen zijn de cognitieve ontwikkelingstheorie van Jean Piaget en de socioculturele theorie van Lev Vygotsky. Deze theorieën bieden een kader om de (lees)ontwikkeling van kinderen te bestuderen en te duiden.

Ontwikkeling als natuurlijk groeiproces

De term leesrijpheid sluit aan bij het gedachtengoed van Piaget en komt uit de ontwikkelingspsychologie van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Piaget zag de ontwikkeling van het kind vooral als een natuurlijk groeiproces, dat verloopt in fasen. De leeftijden die passen bij elke fase geven de periode aan waarin een bepaalde ontwikkeling plaatsvindt. Gezien de neurologische rijping – het ontwikkelingsstadium waarin het kind zich bevindt – zou het niet zinvol zijn om kinderen kennis aan te leren waar ze nog niet aan toe zijn. Sommige psychologen en orthopedagogen baseren zich op Piagets theorie en beweren dat kinderen in groep 1 en 2 nog niet leesrijp zijn.

Een kritiekpunt op de theorie van Piaget is dat deze weinig rekening houdt met de invloed van de culturele en sociale omgeving, zoals de school. Er is bovendien geen empirische evidentie voor de stelling dat leesrijpheid een voorwaarde is om te leren lezen.

Invloed van de omgeving op het groeiproces

De aanleg van kinderen bepaalt deels op welk niveau van geletterdheid zij de basisschool binnenkomen. Daarnaast zijn er veel aanwijzingen dat een stimulerende leesomgeving geletterdheid bevordert. Het vermogen om te leren lezen is cultureel bepaald en niet (in hoofdzaak) afhankelijk van neurologische rijping. Dit sluit aan bij de leertheorie van Vygotsky, waarin sociale en culturele invloeden een cruciale rol spelen. Volgens Vygotsky ontwikkelt het kind zich op basis van voorbeeldgedrag uit zijn omgeving en in interactie met volwassenen en leeftijdsgenootjes. Kinderen leren het meeste als ze activiteiten nog niet zelfstandig kunnen uitvoeren, maar wel met ondersteuning van anderen. Dit noemt Vygotsky de ‘zone van de naaste ontwikkeling’.

Het lijkt dus van belang om een uitdagende geletterde omgeving te creëren in groep 1 en 2. Hiervoor kan de leerkracht gebruikmaken van de Tussendoelen beginnende geletterdheid voor groep 1 t/m 3. In deze periode ontdekken kinderen dat taal verschillende functies heeft en worden ze zich bewust van het verband tussen gesproken en geschreven taal.

Gerichte instructie in groep 1 en 2 loont

Alleen het bieden van een rijke geletterde omgeving is – vooral voor risicoleerlingen – niet voldoende. Gerichte instructie en begeleiding in letterkennis, klank-tekenkoppelingen en fonemisch bewustzijn (het besef dat woorden uit klanken bestaan) in groep 1 en 2 bereiden leerlingen voor op het technisch lezen in groep 3.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Andere relevante Kennisrotonde-antwoorden:

Wat is het langetermijneffect van het aanleren van klank-letterkoppelingen in groep 2 op de leesresultaten van leerlingen in groep 3?

Hoe kunnen leerkrachten kennis uit onderzoek over het leren van kleuters gebruiken om verrijking aan te bieden aan kleuters die al kunnen lezen?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Lia Katuin (antwoordspecialist) en Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - schoolleider

Gerelateerde vragen:

Wat is het langetermijneffect van het aanleren van klank-letterkoppelingen in groep 2 op de leesresultaten van leerlingen in groep 3?
 PO | Taal | Vakken
Kinderen die in de kleuterperiode geen gericht aanbod krijgen in het aanleren van de klank-letterkoppelingen, lopen een groter risico op het ontwikkelen van leesproblemen vanaf groep 3. Fonologisch bewustzijn (kunnen omgaan met klanken) in combinatie met actieve letterkennis en woordenschat zijn de bouwstenen voor directe, vlotte woordherkenning vanaf de start van de formele leesinstructie. Om een goed begin te kunnen maken met leren lezen (decoderen) in groep 3, is het noodzakelijk om hiervoor al in de kleuterperiode een stevige de basis te leggen. Het aanleren van klank-letterkoppelingen in groep 2 heeft dus een positief effect op de leesresultaten van leerlingen in groep 3. Bovendien voorkomt het leesproblemen op de korte of langere termijn.
Lees verder
Hoe kunnen leerkrachten het leren van kleuters die al kunnen lezen verrijken?
 PO | Differentiatie | Taal | Vakken
Aandacht besteden aan zowel begrijpend als technisch lezen, verhalen vertellen en hardop lezen. Daarmee verrijken leerkrachten het leren van kleuters. Verder is het belangrijk motivatie, interesse, autonomie en positieve zelfevaluaties te bevorderen. Een goede aanpak voor het leesonderwijs bij kleuters lijkt deelname aan taalsituaties en spel te zijn. Kinderen gaan samen lezen en schrijven, waardoor ze zich competent voelen en het belang van lezen en schrijven ervaren.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag