Over welke kennis en vaardigheden op ict-gebied moeten leerlingen beschikken als zij uitstromen uit het praktijkonderwijs? En hoe kunnen zij die verwerven?

formatief-toetsen

Digitale geletterdheid is het minimum aan kennis en vaardigheden op ict-gebied dat nodig is om mee te doen in de maatschappij. Iemand is digitaal geletterd als hij of zij de computer kan gebruiken om digitale informatie te verzamelen, creëren en delen. Zodat diegene thuis, op school, op het werk en in de samenleving goed mee kan doen. Het onderwijs heeft een belangrijke taak bij de ontwikkeling van digitale geletterdheid bij praktijkschoolleerlingen. Zij kunnen deze competenties minder gemakkelijk zelf aanleren en krijgen van thuis minder begeleiding. Daarnaast is de ontwikkeling van hun mediawijsheid van groot belang.  

Onderwijs heeft als taak jongeren goed toe te rusten voor de kennis- en netwerksamenleving van de toekomst. Digitale geletterdheid maakt daar deel van uit en is daarom onderdeel van de 21ste-eeuwse vaardigheden. Bij digitale geletterdheid gaat het om informatievaardigheden, computational thinking, mediawijsheid en ict-vaardigheden:

Bron: Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling (SLO) en Kennisnet

Voor een verdere uitwerking zie het artikel van Kennisnet: Werken aan digitale geletterdheid? Zo doe je dat.

Digitale geletterdheid wordt op verschillende manieren ingevuld. Ook over het minimumniveau dat nodig is voor de beoogde participatie, is nog geen overeenstemming. De vraag wat leerlingen moeten weten en kunnen als zij uitstromen uit het praktijkonderwijs, kunnen we op basis van nu beschikbare bronnen niet beantwoorden.

Computervaardigheden

De ICILS-toets (ICILS is een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek naar computer- en informatievaardigheden) onder 14-jarige leerlingen kent vier niveaus, van basis- tot geavanceerd. Het basisniveau omvat de volgende vaardigheden:
– functionele kennis, dat wil zeggen computers kunnen inzetten bij het uitvoeren van taken, basisopdrachten beheersen bij file-beheer, en kennis van de ict-basisterminologie en -functies.
– computers en software kunnen gebruiken om te communiceren.

Van de praktijkonderwijsleerlingen die de ICILS-toets hebben gemaakt, heeft meer dan de helft dit basisniveau niet gehaald. Om alle praktijkschoolleerlingen optimaal toe te rusten voor hun functioneren in de maatschappij is dus een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs. Vooralsnog blijkt de digitale geletterdheid van leerlingen sterker te worden beïnvloed door hun (sociaal-economische) thuissituatie dan door het curriculum van de onderwijsinstelling.

Digitale geletterdheid

Kennisnet heeft een plan uitgewerkt voor het ontwikkelen van digitale vaardigheden op school. De checklist digitale vaardigheden en een bijbehorend stappenplan, dat weliswaar is bedoeld voor het primair onderwijs, biedt waardevolle aanknopingspunten ook voor andere onderwijstypen.

Ook de Checklist digitale geletterdheid in het onderwijs biedt ondersteuning bij het invoeringsproces. Het is belangrijk de vier eerder genoemde vaardigheden niet afzonderlijk aan de orde te stellen, maar ze in samenhang in het onderwijs te verwerken.

Mediawijsheid

Bij het ontwikkelen van digitale geletterdheid bij leerlingen in het praktijkonderwijs, is mediawijsheid een belangrijk aandachtspunt. Laagopgeleide leerlingen maken minder gebruik van sociale media en lopen online meer risico. Het project ‘Meten van mediawijsheid’ (Mediawijzer.net) biedt goede aanknopingspunten voor het ontwikkelen van een aanpak. Mediawijsheid is ‘het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld’.

Visuele ondersteuning

Om praktijkschoolleerlingen mediawijsheid bij te brengen moet de wijze waarop men informatie overbrengt of vaardigheden aan wil leren, goed aansluiten bij het niveau van de jongeren. Pas het taalgebruik aan en maak gebruik van visuele ondersteuning, zoals foto’s of pictogrammen. Dan kunnen deze leerlingen gemakkelijker informatie onthouden. Daarnaast lijken deze jongeren sneller te leren als ze de oefenstof aangeboden krijgen in combinatie met doe-activiteiten.
Deze jongeren kunnen opgedane kennis moeilijk toepassen in nieuwe situaties. Daarom vergroot oefenen in realistische contexten de kans dat de opgedane kennis (= ervaring) blijft hangen. Verder is het van belang dat onderwijs, ouders en begeleiders nauw samenwerken, zodat de jongeren in verschillende contexten een goed afgestemde aanpak leren hanteren.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edith van Eck (kennismakelaar). Zij heeft hiertoe de volgende experts geconsulteerd: Irma Heemskerk (Kohnstamm Instituut), Joke Voogt (POWL, UvA; Hogeschool Windesheim), Remco Pijpers (Kennisnet, SLO), Martina Meelissen (Universiteit Twente) en Maaike Heitink  (Universiteit Twente).

Onderwijssector
vo

Thema
21st century skills (21e eeuwse vaardigheden), competenties, ict in het onderwijs, praktijkonderwijs (praktijkschool)

Vraagsteller
vo-instelling - docent