Is een rijenopstelling beter voor leerlingen in het vmbo basis/kader dan een groepsopstelling?

 VO | In de klas | Leer- & gedragsproblemen
shutterstock_520160479

Leerlingen die in rijen zitten, werken taakgerichter aan een individuele taak en hebben een betere werkhouding daarbij dan leerlingen in groepen. Zij krijgen meer werk gedaan in dezelfde tijd, omdat ze minder afgeleid zijn. De effecten zijn vooral groot voor leerlingen die snel afgeleid zijn en minder goed presteren. Voor interactieve werkvormen zijn rijen minder geschikt. Bij een hoefijzeropstelling (U) stellen leerlingen meer vragen aan elkaar en aan de docent, en is er een grotere taakgerichtheid bij het brainstormen.

Verrassend genoeg is vrijwel al het onderzoek naar het effect van rijenopstellingen op het leren gedaan in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Daarna stokt het onderzoek naar dit thema. Het meeste onderzoek is gedaan in het basisonderwijs, soms ook in de brugklas van het voortgezet onderwijs.

Toch zijn de resultaten consequent en heel specifiek: een opstelling in rijen zorgt voor een betere taakgerichtheid en een goede werkhouding van leerlingen die zelfstandig werken aan individuele taken. Het taakgerichte gedag verdubbelt en het storend gedrag is drie keer minder in rijen dan in groepen. Dit geldt vooral voor leerlingen die snel afgeleid zijn, minder presterende leerlingen en leerlingen met gedragsproblemen (storend gedrag).
Leerlingen produceren niet zozeer betere kwaliteit werk, maar wel meer werk (van dezelfde kwaliteit), als ze in rijen zitten.
Leerlingen die eerst in rijen werken en daarna in groepjes presteren beter dan leerlingen die in groepjes zijn begonnen en daarin blijven werken. Maar ze presteren niet zo goed als de leerlingen die in rijen blijven zitten.

De klasopstelling beïnvloedt ook het leraargedrag. Bij een rijenopstelling zijn leraren eerder geneigd instructie te geven en zelf te praten, bij een groepsopstelling veel minder. Ook geven leraren meer positieve en minder negatieve commentaren als leerlingen in rijen zitten.

De vraag of groepswerk geschikt is voor vmbo basis/kader leerlingen valt hier niet beknopt te beantwoorden. Wel mag verwacht worden dat een rijenopstelling zorgt voor minder cognitieve belasting door bijvoorbeeld geluidsoverlast en afleidend gedrag van klasgenoten dan een groepsopstelling.

Weeg opstelling af aan leerdoelen

Gedragingen die belangrijk zijn voor goede leerprestaties komen meer voor bij rijen dan bij groepen. Het is gemakkelijker om orde te houden bij een rijenopstelling en leerlingen geconcentreerd te houden, zeker in klassen waar kinderen snel afgeleid zijn. Zo’n opstelling verbetert het gedrag dat belangrijk is voor inoefenen, zoals focussen en de aandacht behouden. Leerlingen krijgen hierdoor meer werk gedaan.

Leraren die taakgericht gedrag van leerlingen willen bevorderen bij het individueel werken, kiezen dus het beste voor een rijenopstelling. Ook als de focus ligt op luisteren, zijn rijen geschikter.

Brainstormen

Als het gewenste gedrag interactief is, zoals brainstormen of vragen stellen aan de leraar, dan is een opstelling in cirkels, hoefijzeropstelling of groepen passender. Zo’n indeling bevordert de communicatie en stimuleert leerlingen actief vragen te stellen, aan de leerkracht en aan elkaar. Een opstelling in groepjes lokt een actievere werkhouding uit. Ook sluit deze opstelling beter dan rijen aan bij leerdoelen als communiceren en samenwerken, het ontwikkelen van sociaal-emotionele vaardigheden en burgerschapsvaardigheden. Het gedrag van leraren verandert bij een andere opstelling.

De flexibiliteit van klaslokalen blijkt een aantoonbaar positief effect te hebben op de leerresultaten van leerlingen in het basisonderwijs. Verklaring: in een flexibel lokaal kan een leraar verschillende werkmethoden en leeractiviteiten kiezen en die aanpassen aan haar klas en de leerdoelen.

Een vaste indeling benut dus niet alle mogelijkheden. Een verplichte groepsindeling sluit werkvormen uit waarbij rustig gewerkt moet worden. Dit is voor snel afgeleide leerlingen een aandachtspunt. Een flexibele indeling, waarbij de leraar de opstelling kan aanpassen aan de leerdoelen, lijkt te prefereren boven elke vaste.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Melissa van Amerongen (kennismakelaar). Zij heeft hiertoe Yvonne van den Berg (Radboud Universiteit Nijmegen) geconsulteerd.

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - docent

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag