Is werken met een kleine kring als vorm van intern differentiëren de goede aanpak voor de cognitieve ontwikkeling van alle kinderen in een onderbouwklas?

 PO
voorlezen aan kleuters

Kinderen in een kleine kring plaatsen voor extra en/of op maat aanpak kan tot betere prestaties leiden. Hoogpresteerders profiteren meer van deze aanpak dan laagpresteerders en in veel gevallen is het eerder nadelig voor de laatsten. Voor hun prestaties is het beter om in een heterogene setting te leren, met leerlingen die het beter doen. Extra aandacht voor lager presterende kinderen in een kleine kring kan onder ideale omstandigheden wel tot extra leeropbrengsten leiden. Daarvoor moet de kwaliteit van de instructie hoog zijn, er voldoende tijd extra aandacht worden gegeven en de wijze van differentiëren moet worden omarmd door de leerkracht. Er is niet aangetoond dat kinderen buiten de kleine kring nadelen ondervinden van het zelfstandig moeten werken op momenten dat de leerkracht met die kring bezig is.

Werken met een kleine kring is een vorm van interne differentiatie: het op basis van verschillen indelen van leerlingen binnen een klas of groep. Dat gebeurt in de onderwijspraktijk zowel voor hoog- als laagpresteerders. Als het gaat om laagpresteerders geeft de leerkracht in de kleine kring extra of verlengde instructie terwijl andere kinderen zelfstandig werken. De veronderstelling is dat kinderen uit de kleine kring daardoor beter gaan presteren op het onderdeel waarop ze aangetoond achterblijven maar het is de vraag of het zo werkt. Apart groeperen leidt tot betere leerresultaten (zie ook een eerder rapport van de Kennisrotonde, 2017) maar niet bij iedereen en niet in alle situaties. Voor laagpresteerders werkt het meestal minder goed dan voor hoogpresteerders, waardoor verschillen tussen leerlingen eerder groter worden dan afnemen.

Enkel het bij elkaar zetten van laag presterende leerlingen voor aparte of remediërende instructie is dus niet voldoende om ze een inhaalslag te laten maken. Verbetering van prestaties en inhalen van achterstanden bij laagpresteerders is alleen te realiseren als de context en aanpak ideaal zijn.

Factoren die meebepalend zijn voor positieve effecten

Of apart groeperen van zwakpresteerders tot beter presteren leidt, is afhankelijk van de aanpak en de context. Het wel of niet effectief zijn van differentiëren blijkt vooral afhankelijk van 1) de kwaliteit van de extra aandacht, 2) de tijd die beschikbaar is voor extra instructie en 3) de inzet en opvattingen van de leerkracht.

1) De kwaliteit van de extra aandacht
Extra instructie is effectief als het is ingebed in een totaal leerarrangement. Effecten zijn altijd groter als apart groeperen gecombineerd wordt met het afstemmen van het leerproces op de leerling door te variëren in instructie, inhoud en begeleiding. De aanpak is eveneens succesvoller als de leerkracht de te realiseren doelen helder voor ogen heeft. Of de doelen gehaald zijn, moet steeds opnieuw worden vastgesteld. Ook komt het de kwaliteit ten goede als in een kleine kring gevarieerd les wordt gegeven en leerlingen zo veel  mogelijk hun leerproces zelf kunnen sturen.

2) De tijd die beschikbaar is
Extra instructie voor laagpresteerders is pas effectief als dat minimaal een uur per dag is, vier of vijf keer per week. Minder beschikbare tijd heeft eerder een negatief effect, vooral voor de laagpresteerders.

3) De leerkracht(en)
De leerkracht lijkt het meest van invloed op mogelijke effecten van differentiatie. Er zijn wel grenzen aan de extra aandacht of verlengde instructie die een leerkracht kan verzorgen. Extra handen in de klas zouden mogelijk helpen, maar er is niet bewezen dat dit leidt tot betere prestaties. Verder speelt de beroepsopvatting van de leraar over wel of niet differentiëren in een kleine groep een rol.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Andere interessante bronnen:

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Gerda Geerdink (kennismakelaar).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Gerelateerde vragen:

Wat zijn de effecten van homogeen en heterogeen groeperen op de taal- en rekenprestaties op de basisschool?
 PO | Differentiatie
Groeperen op leerprestaties heeft positieve effecten, vergeleken met instructie geven aan de hele klas. Homogeen groeperen heeft gemiddeld positievere effecten dan heterogeen groeperen. De effecten van homogeen groeperen zijn daarbij sterker voor taal dan van voor rekenen. Vooral gemiddelde en beter presterende leerlingen hebben baat bij homogeen groeperen. Voor zwakker presterende leerlingen lijkt heterogeen groeperen effectiever.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag