Is er een relatie tussen kwaliteitsbeleid van scholen voor voortgezet onderwijs en hun lerend vermogen?

 VO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leergemeenschappen | Schoolorganisatie | Ook interessant

Vo-scholen streven steeds vaker een meer continue verbetercultuur na en willen zich tot een lerende organisatie ontwikkelen. Of kwaliteitsbeleid bijdraagt aan het lerend vermogen van een school of de ontwikkeling naar een lerende organisatie, is niet bekend. Scholen melden zelf andere elementen dan kwaliteitsbeleid die daarvoor belangrijk zijn, bijvoorbeeld goede samenwerking tussen management en werkvloer, de mogelijkheid om zich gezamenlijk te ontwikkelen en een duidelijk plan voor die ontwikkeling. 

De veronderstelling van de vragensteller is dat kwaliteitsbeleid het lerend vermogen van de organisatie versterkt. Dat lerend vermogen zou vo-scholen kunnen helpen om in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Dat zou weer kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs.

Het ‘lerend vermogen’ is nauw verwant aan het begrip ‘lerende organisatie’. Een lerende organisatie gebruikt de denkkracht en betrokkenheid van alle werknemers om de organisatie te verbeteren. Een lerende organisatie probeert bewust de processen en daarmee producten of diensten te verbeteren op basis van nieuwe inzichten.

Leren

Veel van de literatuur over lerende organisaties (in onderwijscontext) grijpt terug op de vijf elementen (disciplines) van Senge uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Die vijf elementen zouden essentieel zijn om organisaties daadwerkelijk te kunnen laten leren:

  • persoonlijke bekwaamheid – eigen visies en persoonlijke ontwikkeling van werknemers
  • mentale modellen – (onbewuste) veronderstellingen, beelden, patronen over hoe werknemers de werkelijkheid ervaren
  • gedeelde visie – wat werknemers in hun organisatie willen voortbrengen en bereiken
  • leren als team – het belang van interactie en dialoog tussen teamleden om te kunnen samenwerken en samen te kunnen leren van en met elkaar
  • systeemdenken – het besef dat allerlei zaken die in een organisatie plaatsvinden, niet los staan van elkaar maar onderling samenhangen en elkaar beïnvloeden

Een school als lerende organisatie zou dus hoog moeten scoren op deze vijf elementen. Empirisch onderzoek waarin scholen langs een ‘meetlat van lerende organisaties’ worden gelegd, is niet aangetroffen. Ook is er geen meetinstrument voor ‘lerend vermogen’ of ‘lerende organisaties’ in het onderwijs ontwikkeld. Mogelijke reden daarvoor is dat het concept lerende organisatie bedoeld is om organisaties handvatten voor verandering/beweging te geven en niet om organisaties te beschrijven of processen in organisaties te verklaren. Of een kwaliteitszorgsysteem of een actief kwaliteitsbeleid bijdraagt aan het ontwikkelen tot een lerende organisatie kan dan ook niet worden bevestigd.

Professionele leergemeenschap

In de literatuur wordt sinds 2000 vaker gesproken over ‘professionele leergemeenschap’ dan over lerende organisatie. Bij professionele leergemeenschappen gaat het ook om het leren van een organisatie te bevorderen. Door gezamenlijk te werken aan verbetering en te kijken naar manieren om kennis te delen. De elementen ‘gedeelde visie’ en ‘team leren’ maken dus ook onderdeel uit van de professionele leergemeenschap. Een eerder antwoord in de Kennisrotonde geeft meer informatie over professionele leergemeenschappen.

Verbetercultuur

In het ondersteuningsprogramma School aan Zet komt de term ‘lerende organisatie’ weer aan de orde. De overgrote meerderheid van de deelnemende scholen gaf aan dat ze zich wilden ontwikkelen naar een lerende organisatie, met daarin aandacht voor een continue verbetercultuur. Uit casestudies onder 12 vo-scholen bleek dat de vier van de vijf disciplines van Senge op deze scholen zijn terug te vinden: visie, mentale modellen, professioneel meesterschap en teamleren. Op deze scholen bleek een kwaliteitssysteem geen voorwaarde om zich te ontwikkelen naar een lerende organisatie. Deze scholen benoemen zelf andere relevante voorwaarden:

– een structuur die de mogelijkheid geeft om gezamenlijk te ontwikkelen, die gefaciliteerd wordt door het management
– een bijbehorend duidelijk plan voor de ontwikkeling
– een groep mensen die het initiatief neemt
– de tijd die nodig is om te kunnen experimenteren, waarbij acties worden ondernomen en ook zaken mogen misgaan
– voorbeeldgedrag van management/initiatiefnemers
– goede samenwerking tussen management en werkvloer
– collectieve wens om te verbeteren
– doelgericht en cyclisch werken, via bijvoorbeeld een pdca-cyclus (Plan Do Check Act).

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Gerelateerde antwoorden van de Kennisrotonde:

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
Ministerie van OCW - beleidsmedewerker of afdelingshoofd

Gerelateerde vragen:

Hoe kom je tot verticaal alignment in het onderwijs?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Management | Leergemeenschappen | Schoolorganisatie | Ook interessant
Verticaal alignment is geen doel op zich, maar is gericht op beter onderwijs en het leren van kinderen. Om alignment, oftewel verbinding en afstemming te bereiken tussen de verschillende lagen betrokkenen in het onderwijs, is het creëren en onderhouden van eigenaarschap van al die betrokkenen een sleutelfactor. Zo kunnen ze samen werken aan gemeenschappelijk doelen. Daarbij moet er aandacht zijn voor de verschillende rollen van de betrokken mensen en organisaties. En het is nodig een kwaliteitscultuur te creëren waarbinnen men ruimte en vertrouwen voelt om kennis te delen en te innoveren.
Lees verder
Wat is er bekend over de effectiviteit van samenwerking in netwerken van diverse actoren binnen het onderwijs?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leergemeenschappen | Ook interessant
In het onderwijs kan worden samengewerkt binnen een professionele leergemeenschap. Deze kan het meest effectief bijdragen aan de verbetering van leerlingprestaties, wanneer de leden gericht toewerken naar vooraf concreet geformuleerde doelen en bereid zijn van elkaar te leren. Voor dit collectieve leerproces dienen de deelnemers intensief samen te werken aan onderwijsinhoudelijke producten. Met name de impliciete kennis van de deelnemers expliciteren, draagt bij aan het gezamenlijke leerproces. Wederzijds vertrouwen en openheid zijn hierbij een voorwaarde.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag