Wat dragen kennis van en ervaring met zinsontleding bij aan de taalbeheersing van leerlingen in de onderbouw van het vwo?

 VO | Taal | Vakken
Nederland. Amsterdam, 05-03-2014. Photo: Patrick Post. Leerlingen van de Brede brugklas van de Open Scholengemeenschap Bijlmer (OSB) volgen een les aardrijkskunde gegevens door onderwijzeres Marije Ebbens.
Beeld: Patrick Post | Hollandse Hoogte

Bij zinsontleding gaat het om herkennen en benoemen van elementen uit een zin: onderwerp, lijdend voorwerp, persoonsvorm, aanwijzend voornaamwoord, e.d. Veel scholen voor voortgezet onderwijs voelen zich genoodzaakt om hun leerlingen in de onderbouw uitvoerig zinsontleding en spelling aan te bieden, omdat hogescholen dat vaak bij taaltoetsen vragen. Onderzoek laat echter nauwelijks effecten zien van traditionele zinsontleding op vaardigheden als begrijpend lezen, spelling of schrijven.

Zinsontleding, leesbegrip en schrijfvaardigheid

Internationaal, dus niet op de Nederlandse situatie toegespitst, onderzoek laat zien dat leerlingen in de basisschoolleeftijd met een goed besef van zinsbouw in latere schooljaren beter begrijpend lezen. Leerlingen die een juiste zinsstructuur herkennen, begrijpen beter wat zij lezen. Zinsontleding, dus het herkennen en benoemen van elementen uit een zin, blijkt niet samen te gaan met een beter leesbegrip. Als het gaat om schrijfvaardigheid blijkt tevens onvoldoende bewijs voor de aanname dat instructie over zinsontleding enig (positief of negatief) effect heeft op de schrijfvaardigheid van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Er zijn wel aanwijzingen dat het combineren van meerdere korte zinnen tot één lange zin een (tijdelijk) positief effect heeft op de schrijfvaardigheid van leerlingen. Dit combineren van zinnen betreft een andere benadering van grammatica-instructie ten opzichte van de traditionele zinsontleding. Ondanks het feit dat deze aanpak past bij de kerndoelen voor het vak Nederlands is het de vraag of het aansluit bij de manier waarop scholen zinsontleding in het traditionele curriculum aanbieden.

De beperkte effectiviteit van zinsontleding op leesbegrip en schrijfvaardigheid is een relatieve geruststelling wanneer we het grammaticaniveau van leerlingen in het laatste jaar van het voortgezet onderwijs in Vlaanderen (aso) en Nederland (vwo) in ogenschouw nemen. De meerderheid behaalt namelijk niet de beoogde eindtermen op de onderdelen zinsontleding en woordsoorten, met uitzondering van leerlingen die Latijn in hun vakkenpakket hebben.

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Marlies ter Beek (antwoordspecialist Kennisrotonde) en Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - docent

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag