Hoe ontwikkelen zorgleerlingen zich in het reguliere basisonderwijs in taal, lezen, rekenen en sociaal-emotioneel, vergeleken met leerlingen in het speciaal basisonderwijs?

Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren op rekenen/wiskunde, woordenschat en technisch en begrijpend lezen lager dan leerlingen in het basisonderwijs zonder ondersteuningsbehoefte en hoger dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs (sbo). Zorgleerlingen lopen deze achterstand niet in; de geboekte leerwinst tussen negen en twaalf jaar is voor de drie groepen vergelijkbaar. Met twee uitzonderingen: bij technisch lezen ontwikkelen leerlingen in het sbo zich sneller dan de andere twee groepen, bij begrijpend lezen blijft de leerwinst bij zorgleerlingen in het basisonderwijs wat achter.

De sociaal-emotionele ontwikkeling van zorgleerlingen in het basisonderwijs respectievelijk in het sbo verschilt weinig. Ze scoren vergelijkbaar op welbevinden en op sociaal gedrag. Leerlingen in het sbo scoren echter een fractie hoger op werkhouding en motivatie dan leerlingen in het basisonderwijs. En ze hebben meer cognitief zelfvertrouwen.

Om in kaart te brengen hoe zorgleerlingen zich sinds de invoering van Passend onderwijs ontwikkelen binnen het basisonderwijs, dan wel in het speciaal basisonderwijs, maken we gebruik van het recent afgeronde cohort-onderzoek Cool-speciaal en het Cool-cohortonderzoek in het basisonderwijs.

Cognitieve prestaties

Op alle toetsen voor rekenen/wiskunde, begrijpend lezen, woordenschat en technisch lezen halen leerlingen in het speciaal basisonderwijs lagere scores dan zorgleerlingen in het basisonderwijs. Die laatsten scoren weer lager dan reguliere basisschoolleerlingen. Zorgleerlingen hebben dus een leerachterstand ten opzichte van leerlingen zonder ondersteuningsbehoefte en die is groter voor zorgleerlingen in het sbo dan in het basisonderwijs. Deze verschillen zien we zowel bij negenjarigen als bij twaalfjarigen

Vervolgens is de vraag hoe de twee groepen zorgleerlingen (in basisonderwijs respectievelijk sbo) zich hebben ontwikkeld tussen hun negende en twaalfde jaar. Dat verschilt voor de verschillende vaardigheden:

  • Voor rekenen/wiskunde en woordenschat vertonen zorgleerlingen in het basisonderwijs en leerlingen in het speciaal basisonderwijs evenveel leerwinst.
  • Bij technisch lezen boeken de leerlingen in het speciaal basisonderwijs meer leerwinst dan de zorgleerlingen in het basisonderwijs.
  • Bij begrijpend lezen boeken zorgleerlingen in het basisonderwijs minder vooruitgang dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Voor de vergelijking van leerlingen op sociaal-emotionele ontwikkeling kijken we naar sociaal gedrag, werkhouding, ‘cognitief zelfvertrouwen’, en naar motivatie en welbevinden. Verschillen tussen zorgleerlingen in het basisonderwijs en leerlingen in het speciaal basisonderwijs op deze aspecten zijn klein. Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren vergelijkbaar met leerlingen in het speciaal basisonderwijs op welbevinden en op sociaal gedrag. Ze scoren echter een fractie lager op werkhouding en motivatie dan leerlingen in het speciaal basisonderwijs, en lager op cognitief zelfvertrouwen.

Enkele kanttekeningen

Leerlingen met een ondersteuningsbehoefte die binnen het basisonderwijs worden opgevangen, kennen een minder zware en complexe problematiek dan leerlingen in het speciaal basisonderwijs. Dit moet worden meegewogen wanneer we gemiddelde scores van beide groepen vergelijken.

Meer weten?

Lees hier het volledige rapport geschreven als antwoord op de vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Kijk ook eens naar gerelateerde antwoorden van de Kennisrotonde:

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edith van Eck (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Guuske Ledoux en Jaap Roeleveld (Kohnstamm Instituut) geconsulteerd.

Onderwijssector
(v)so, po

Thema
leerprestaties (leerresultaten)

Vraagsteller
po-instelling - schoolleider