Leidt het aanbieden van visuele opdrachten in lerarenopleidingen met een creatieve component tot groter studiesucces?

 LERARENOPLEIDING | Ook interessant

Leervoorkeuren of leerstijlen van leerlingen en studenten die worden gerelateerd aan verbale of visuele informatieverwerking, hebben weinig tot niets te maken met hun ruimtelijke of verbale vaardigheden. De zogenoemde beelddenkers maken verbale opdrachten even goed als de woorddenkers en andersom. Op grond hiervan is niet te verwachten dat het studiesucces van beelddenkers toeneemt met minder talige opdrachten. 

Op een lerarenopleiding voor beroepsgerichte vakken komen relatief veel niet-talige vakken aan bod. De veronderstelling is dat de populatie van deze opleiding bestaat uit talige studenten en uit visueel ingestelde studenten. Oftewel: woorddenkers en beelddenkers. Omdat de opleiding erg talig is, zijn er weinig mogelijkheden voor studenten om hun creatieve kant te laten zien. Vraag is of dat die studenten beperkt. De daaraan voorafgaande vraag is of specifieke woord- en beelddenkers eigenlijk wel bestaan.

Onveranderlijk of flexibel

Een van de vele indelingen die onder het begrip leerstijlen vallen, is die tussen woorddenkers en beelddenkers. Al die indelingen verschillen in de mate waarin ze als onveranderlijk (persoonskenmerk) dan wel als flexibel (leervoorkeur of leerstrategie) worden beschouwd. Het onderscheid woord-beeld valt in de categorie min of meer onveranderlijk. Het is een van de belangrijkste dimensies binnen leerstijlen.

Er zijn diverse vragenlijsten om op basis van zelfrapportage mensen in te delen op deze dimensie. Respondenten geven dan aan welke voorkeur zij hebben bij het verwerken van informatie. Daarnaast zijn er objectieve tests, die de feitelijke vaardigheden van iemand meten. Herhaaldelijk onderzoek, uitgevoerd door verschillende wetenschappers bracht aan het licht dat er geen relatie was tussen de zelfrapportage van respondenten over hun leervoorkeuren en de feitelijke vaardigheden uit de objectieve test. Daardoor is er twijfel over het bestaan van een woord-beeldonderscheid.

Onderzoek onder leerlingen in het basisonderwijs onderstreept die twijfel. Een voorkeur voor beelddenken of verbaal denken, uitgesproken door de leerlingen zelf, hangt niet tot nauwelijks samen met de objectief gemeten vergelijkbare vaardigheden in de visuele en verbale domeinen.

Visueel op beelden of ruimtelijk

Bij een groep middelbare scholieren die naar eigen zeggen beelddenkers zijn, is gekeken naar een extra onderscheid daarbinnen. Het gaat om leerlingen die mogelijk meer op objecten gericht zijn of die meer ruimtelijk visueel georiënteerd zouden zijn. Dit vanuit de veronderstelling dat deze specificatie meer overeenkomsten tussen voorkeuren en vaardigheden zou opleveren. Dat blijkt niet het geval. Weliswaar zijn die groepen objectief gezien te onderscheiden, maar het levert geen systematische relaties tussen voorkeuren en corresponderende vaardigheden op.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
LERARENOPLEIDING

Vraagsteller
pabo - docent

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag