Aan welke eisen moeten lesmaterialen voldoen om laagopgeleide volwassen NT1-deelnemers hun moedertaal Nederlands aan te leren tot het niveau 1F?

 VOLWASSENENEDUCATIE | Differentiatie | Taal | Vakken

Omdat methodisch lesmateriaal voor laagopgeleide volwassenen met Nederlands als moedertaal nagenoeg ontbreekt, kunnen docenten volwasseneneducatie  lesmaterialen Nederlands als tweede taal gebruiken. Om de taal aan te leren moeten de docenten NT2-materiaal tot en met Niveau A2 aanreiken. Het is dan wel belangrijk om ruimte te bieden voor communicatieve vaardigheden, naast expliciete instructie voor grammatica. Dat alles afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van de deelnemer. Ook zorgen authentieke lesmaterialen voor leerwinst en kan invoering van leren leren onafhankelijkheid van de deelnemer bewerkstelligen.

Docenten kunnen daarnaast gebruikmaken van lesmaterialen die passend zijn bij het Raamwerk Alfabetisering. Dit is echter niet helemaal toereikend, omdat dit Raamwerk niet verder gaat dan niveau Alfa C, dat vergelijkbaar is met het Niveau A1van het Raamwerk NT2.

Expliciete aandacht voor communicatie en de deelnemer

Naast het geven van expliciete grammatica-instructie is aandacht voor het oefenen van communicatie een belangrijke factor om een taal te leren. Zowel voor het leren van Nederlands als eerste taal als voor Nederlands als tweede taal zou het onderwijs meer tijd moeten inruimen voor communicatieve taalvormen; vooral het spreken. Te veel tijd aan grammatica besteden, kan ten koste gaan van aandacht voor communicatie.

Verder is van belang dat bij het toepassen van de taal de deelnemer centraal staat. Het oefenen moet aansluiten bij het niveau van de taalbeheersing van de deelnemer. Hier kan de docent kijken naar de morfosyntactische ontwikkeling van de deelnemer, oftewel hoe de deelnemer de opbouw van zinnen en vervoegingen of verbuigingen realiseert en zich eigen maakt. Dit sluit aan bij de Standaarden en eindtermen volwasseneneducatie, waar het gaat om een combinatie van communicatie en het expliciet verwerken van taal. Voorbeelden zijn mondelinge taalvaardigheid (gesprekken voeren, luisteren en spreken), lezen (zakelijke, fictionele, verhalende en literaire teksten), schrijven en kennis van begrippen rondom taal en taalverzorging.

Authenticiteit en het leren leren

Bij het aanleren van taal lijken er twee bevorderende factoren te zijn, te weten: authenticiteit en het leren leren. Tijdens het leren van de taal kan een rechtstreeks verband met de taalmomenten uit het dagelijks leven van de deelnemers zorgen voor leerwinst. Dat geldt ook als het leren aansluit bij de gediagnosticeerde behoeften van deelnemers. Authentieke leeractiviteiten en teksten hebben een duidelijke invloed; deelnemers gaan vaker lezen en schrijven, en staan open voor meer soorten teksten. Authenticiteit van materialen is onder meer belangrijk bij schrijfprogramma’s die teksten gebruiken gebaseerd op uitdrukkingen en meningen van deelnemers.

Naast authenticiteit draagt het leren leren mogelijk bij aan de onafhankelijkheid van de deelnemer. Het ‘leren leren-model’ werkt in elk geval in het voortgezet onderwijs, waarbij leerlingen achtereenvolgens leren om onafhankelijk te werken, te leren en zelfsturend te leren. Het beheersen van het leerproces verschuift van de docent naar de docent in samenspraak met de deelnemer en uiteindelijk naar de deelnemer zelf.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VOLWASSENENEDUCATIE

Vraagsteller
volwasseneducatie - docent

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag