Zijn linkshandige kleuters motorisch minder goed ontwikkeld dan rechtshandige kleuters? Zo ja, welke interventies bevorderen hun motorische ontwikkeling?

 PO | Leer- & gedragsproblemen | Taal | Vakken

Linkshandige kinderen ontwikkelen zich veelal net als rechtshandige kinderen. Wel komt linkshandigheid wat meer voor onder kinderen met een ontwikkelingsachterstand, bijvoorbeeld dyslexie of motoriek. Wanneer een kind geen duidelijke handvoorkeur heeft, dan kan het een goede keus zijn het kind te leren schrijven met de hand die het duidelijkste handschrift oplevert. Veel bewegingservaring laten opdoen – thuis, op school, in sportklasjes – is voor kinderen met een motorische achterstand belangrijk. Als de achterstand ernstig is en aanhoudt, is verwijzing naar de kinderfysiotherapie de aangewezen weg. Dit geldt ongeacht de handvoorkeur.

Circa tien tot dertien procent van de mensen is linkshandig. Jonge kinderen hebben relatief vaak nog geen handvoorkeur. Ze doen dan een deel van de taken met de ene hand en andere taken met de andere hand. Of ze doen de taken afwisselend met de linker- of de rechterhand. Overigens ontwikkelen peuters en kleuters zich soms met horten en stoten. De motorische ontwikkeling kan bijvoorbeeld tijdelijk wat achterop raken, terwijl de taalvaardigheid in een versnelling zit, of omgekeerd.

Onder jonge kinderen hangen linkshandigheid en ontwikkelingsachterstanden samen

Linkshandigheid komt onder jonge kinderen met een ontwikkelingsachterstand (waaronder motoriek) wat meer voor dan bij andere kinderen. Ook komt linkshandigheid iets vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Zo zijn de oog-handcoördinatie en de fijne motoriek van linkshandige vier- tot zesjarigen verhoudingsgewijs minder ontwikkeld. Hetzelfde geldt voor jongens in die leeftijdsgroep.

Linkshandige – en sterker nog mixhandige – kleuters van een jaar of vier, vijf scoren op verschillende ontwikkelingstests lager dan rechtshandige leeftijdgenoten. Bij jongens zijn de verschillen groter dan bij meisjes. Rechtshandige kinderen zijn zowel grof- als fijn-motorisch vaardiger dan links- en mixhandigen, waarbij de laatste twee groepen niet veel van elkaar verschillen.

Met het ouder worden, neemt het verband tussen linkshandigheid en ontwikkelingsachterstanden af of het verdwijnt. Dit geldt ook voor de genoemde verschillen tussen jongens en meisjes.

Sommige veronderstelde kenmerken van linkshandigen kloppen niet

Naast motorische onhandigheid zijn er algemeen veronderstelde negatieve kenmerken die men met linkshandigheid associeert, bijvoorbeeld gezondheidsklachten, prikkelbaarheid en agressie. Positief kenmerk volgens de algemene opinie is grotere artistieke creativiteit. Feitelijk onderzoek geeft aanwijzingen dat mensen met een linker of zwakke handvoorkeur vaker dyslectisch of allergisch zijn, of gezondheidsklachten hebben. Vooral mixhandigheid lijkt samen te gaan met astma en diabetes.

Verder bevestigt onderzoek echter de heersende beelden over specifieke kenmerken van linkshandigen niet. Bij creativiteit en agressie blijkt er geen relatie met een linker handvoorkeur of een grotere linker handvaardigheid te zijn. Ook de veel gehoorde veronderstelling dat linkshandige sporters in het voordeel zijn, omdat zij gewend zijn tegen rechtshandigen te sporten, is niet bewezen.

Ondersteuning voor linkshandigen en voor kinderen zonder handvoorkeur

Voor linkshandigen zijn speciale pennen, scharen en andere materialen beschikbaar, evenals een aangepaste schrijfdidactiek. Als kinderen leren schrijven en geen duidelijke handvoorkeur hebben, dan kan het een goede keus zijn het kind te leren schrijven met de hand die het duidelijkste resultaat oplevert. Hiernaar is geen onderzoek gedaan, maar onder meer kinderfysiotherapeuten vinden het ontwikkelen van een leesbaar handschrift het belangrijkste. Later kan het kind altijd nog van schrijfhand wisselen.

Overigens geldt voor zowel links-, rechts- als mixhandige kinderen die zich motorisch minder goed ontwikkelen, dat een verwijzing naar een kinderfysiotherapeut of ergotherapeut zinvol kan zijn. Bewegingservaring is de belangrijkste factor die de motorische vaardigheid bepaalt. Ouders en leerkrachten kunnen buitenspelen en bewegingsspelletjes stimuleren, of kinderen laten deelnemen aan speciale sport en gymklasjes.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Niek van den Berg (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Reint Geuze (klinisch en ontwikkelings-neuropsycholoog) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag