Wat draagt luisteren/lezen in een tweede taal bij aan de mondelinge grammaticale opbouw van zinnen bij 8-jarige leerlingen?

 (V)SO | Taal | Vakken

De vraag of 8-jarige leerlingen die Nederlands als tweede taal leren mondeling betere grammaticale zinnen formuleren als ze meer luisteren/lezen in die taal, is niet eenduidig te beantwoorden. Wat daarbij een rol speelt is de verwantschap tussen talen, de leeftijd waarop leerlingen zijn begonnen met het leren van Nederlands en hoelang ze aan die taal zijn blootgesteld. De (grammaticale) ontwikkeling in de tweede taal gaat vooruit door taalproductie (spreken), tweezijdige interactie en door expliciete grammatica-instructie, waarbij leraren goed moeten afstemmen op de capaciteiten van het kind. 

De invloed van de ene taal op de andere

Er zijn meerdere factoren die het leren van een tweede taal bevorderen of verhinderen, zoals de verwantschap tussen talen en interferentie. Talen als Turks of Arabisch lijken niet erg op het Nederlands en dat kan het leerproces moeilijk maken. Zo zien we bijvoorbeeld bij Turkse kinderen dat zij vaak moeite hebben met de woordvolgorde in vragende zinnen in het Nederlands, omdat dit in hun moedertaal anders is. In hoeverre kinderen last hebben van deze interferentie hangt sterk af van de leeftijd waarop ze begonnen zijn met leren van Nederlands en hoelang ze blootgesteld zijn aan het Nederlands.

Grammaticale kennis

Uit onderzoek blijkt dat communicatie en interactie belangrijk zijn voor de taalontwikkeling van jonge kinderen. Voorlezen in de moedertaal (door ouders) biedt een context voor interactie en voor woordenschatverwerving, beide belangrijk voor  taalontwikkeling. Ook nieuwe woorden leren gaat hand in hand met het leren van grammatica.

Verder blijkt dat grammaticale kennis een belangrijke verklaring is voor het groepsverschil in leestijden tussen eerste- en tweedetaallezers. Leerlingen met meer grammaticale kennis lezen sneller en hebben een betere leesvaardigheid. Dat komt doordat grammaticale kennis ervoor zorgt dat een lezer voorspellingen kan doen over wat volgt op een bepaald woord. Bijvoorbeeld dat na een lidwoord een zelfstandig naamwoord volgt, of na een bepaald werkwoord een voorzetsel.

Taal leren door luisteren, interactie en productie

Allereerst is het van belang dat jonge leerlingen voldoende worden blootgesteld aan de tweede taal. Daarbij hoeft de moedertaal overigens niet te worden veronachtzaamd. Verder blijkt dat expliciete instructie in een tweede taal een duurzaam effect heeft en meer bijdraagt dan impliciete instructie. Daarnaast is het van belang leerlingen kansen te bieden om communicatieve ervaring op te doen. Dat is motiverend en het activeert het zogenoemde taalmodel. Alleen luisteren aanbieden zonder interactie helpt niet genoeg bij het leren van een tweede taal. Ten slotte is het aan te bevelen voldoende aandacht aan de mondelinge taalvaardigheid binnen het leesonderwijs te besteden. Leraren moeten daarbij niet alleen inzetten op woordenschat, maar ook op grammatica.

Meer lezen

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan José van der Hoeven (kennismakelaar Kennisrotronde). Zij heeft hiertoe prof.dr. W.B.T. Blom (UU) geconsulteerd.

Onderwijssector
(V)SO

Vraagsteller
vso-instelling - IB'er

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag