Over welke competenties moeten mentoren in het mbo beschikken om voortijdig schoolverlaten terug te dringen?

 MBO

Van mentoren wordt verwacht dat zij signalen van dreigende uitval onder studenten herkennen, studenten ondersteunen bij het ontwikkelen van een loopbaanperspectief en bij het aanleren van studievaardigheden. Mentoren bewerkstelligen een goed en veilig klimaat op school en in de klas. Dan ontstaat er ook binding en kunnen studenten in dialoog met betrokkenen reflecteren op hun loopbaan. Zo nodig kunnen mentoren ook externe zorg inschakelen.

Schoolverzuim is nogal eens een voorbode van schooluitval. Spijbelen is onderdeel van een proces waarbij motivatie en inzet voor het huiswerk en de betrokkenheid bij school steeds verder afnemen, met voortijdig vertrek uit het onderwijs als gevolg. De redenen voor verzuim vormen vaak een aanwijzing voor het risico op voortijdig schoolverlaten. Waar de meeste leerlingen spijbelen vanwege tussenuren, doen latere voortijdig schoolverlaters dit omdat ze een hekel hebben aan school en aan leren.

Integrale aanpak

Oorzaken van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten kunnen liggen bij de leerling, het thuismilieu, de vriendengroep, de school en de samenleving. Ook onderwijsachterstanden vormen een risicofactor. Belangrijk is dus een integrale aanpak. Succesvolle initiatieven streven naar het ontstaan van binding tussen de individuele leerling en de school. Ze ondersteunen leerlingen bij het ontwikkelen van een toekomstperspectief, waardoor het belang van opleiding en een diploma zichtbaarder worden gemaakt. Ze bieden ondersteuning en ontwikkeling van academische vaardigheden. Ten slotte betrekken ze de ouders; het gezin speelt immers een belangrijke rol in het al dan niet aanwezig zijn en het afmaken van de school. Het tijdig informeren en overleg met ouders is essentieel, en dan niet pas als er iets niet goed gaat met de leerling.

Bovenstaande bevindingen betreffen verzuim en uitval in brede zin. In het mbo is daarnaast een belangrijke rol weggelegd voor de werkvloer, het beroepenveld. Ondersteuning van leerlingen bij het ontwikkelen van een toekomstperspectief staat dan gelijk aan (beroeps)loopbaanoriëntatie. Uitval in het mbo blijkt met name in de eerste jaren op het ROC plaats te vinden. Als reden voor uitval noemen de jongeren vaak dat ze verkeerd hebben gekozen. Soms is dat echt de reden, soms is de opleiding te moeilijk of spelen privéproblemen. In dat geval is het nodig dat de school in gesprek gaat met de studenten en doorvraagt om de echte reden boven tafel te krijgen en tot een passende oplossing te komen. Een intensieve begeleiding van mbo-studenten werkt goed bij het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Ook een goede verzuimregistratie helpt.

Wat eveneens werkt, is het versterken van autonomie, competentie en verbondenheid. Problemen in de privé-situatie, financiële problemen, verslaving, gezondheids- en psychische problemen, een moeizame relatie met ouders, geringe sociale vaardigheden en intellectuele problemen zijn allemaal potentiële risicofactoren. Deels gaat het daarbij om problemen die buiten het bereik van de school liggen en waarvoor externe deskundigheid is vereist. Dit maakt zichtbaar hoe belangrijk het is dat er binnen de school personen zijn die een goed overzicht hebben van het zorgnetwerk in de regio. Zo kunnen leerlingen met dit type problemen gericht worden door- en terugverwezen.

Studieloopbaanbegeleiding en een goede loopbaanoriëntatie spelen een essentiële rol bij het voorkomen van verzuim en voortijdig schoolverlaten. Van belang daarbij zijn een goede (werk)relatie tussen begeleider en studenten en een veilige leeromgeving. Die begeleiding doet een sterk appel op leren door exploratie en reflectie. Dit zijn vaardigheden die studenten moeten leren. Een eerste stap bij het aanleren van reflectie is het onder woorden kunnen brengen van ervaringen, gedachten en emoties. De begeleider heeft als taak om de student daarbij te ondersteunen. Ook persoonlijke ontwikkelingsplannen, portfolio’s, reflectieverslagen en logboeken kunnen behulpzaam zijn in dit proces. Het is echter de uitdaging voor de begeleider om het instrumentele gebruik van dergelijke hulpmiddelen te overstijgen en ze relevant en betekenisvol voor studenten te maken, zodat het perspectief van de student verbreed of verdiept wordt.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Migchiel van Diggelen (antwoordspecialist) en Edith van Eck (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
MBO

Vraagsteller
mbo-instelling - projectleider

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag