Wat is in het basisonderwijs effectiever voor anderstalige leerlingen: het gelijktijdig leren van twee vreemde talen of het na elkaar leren?

 PO | Taal | Vakken

Gelijktijdig leren van twee vreemde talen op de basisschool is mogelijk en effectief. Er is daarbij wel een verschil tussen schriftelijke en mondelinge taalvaardigheden. Instructie voor lezen en schrijven in verschillende talen kan beter na elkaar plaatsvinden, om interferenties te voorkomen. Leren spreken en leren luisteren kan juist goed naast elkaar. Een nieuwe taal leren is makkelijker als deze lijkt op een eerder geleerde vreemde taal.

Het leren van twee moderne vreemde talen in het basisonderwijs komt vooral voor op internationale basisscholen. Anderstalige leerlingen leren dan Nederlands en Engels. Het onderwijs aan niet-Nederlandstalige leerlingen op reguliere basisscholen lijkt in enige mate op die situatie. Die leerlingen hebben een andere moedertaal en leren het Nederlands als tweede taal op school, en eventueel het Engels als derde taal.

Tweetalige en drietalige scholen

In de tweetalige en drietalige scholen overheerst het gelijktijdig leren van vreemde talen. De school dienen daarbij te zorgen voor voldoende tijd per taal, in een bepaalde structuur. Het onderwijs is georganiseerd in blokken van aaneengesloten tijd en hoeveelheid interactie per taal. Dat kan bijvoorbeeld afwisselend een dagdeel of een dag per taal zijn. Deze gestructureerde inrichting van het taalaanbod in het zogeheten ‘onderdompelingsonderwijs’ is gebaseerd op kennis over meertalig opgroeien van jonge kinderen met meerdere moedertalen. Hierbij gaat het om informeel leren van de mondelinge taalvaardigheden, spreken en luisteren.

De tweetalige ontwikkeling profiteert van een gestructureerd taalaanbod. Dat kan gestructureerd per situatie (bijvoorbeeld thuis de moedertaal en op school een vreemde taal) of per ouder (moeder en vader spreken elk een andere taal). Het onderwijs streeft voor de mondelinge taalvaardigheden een dergelijke informele leersituatie na, waarbij de school de situatie van de moedertaalontwikkeling van jonge kinderen nabootst. Beide modellen lijken positieve effecten op te leveren.

Als het gaat om schriftelijke taalvaardigheden lijkt verstandig om het leren lezen en schrijven in de beide talen na elkaar te programmeren, om verwarring te voorkomen. De leerlingen leren dus eerst in het Nederlands lezen en schrijven, en daarna in het Engels. Vergelijkend onderzoek naar de effecten van gelijktijdig of na elkaar leren van vreemde talen is echter nog niet gedaan.

Invloeden van verschillende talen op elkaar

Hoewel het niet bezwaarlijk is om twee vreemde talen gelijktijdig te leren, heeft het voordelen als de ene taal al redelijk beheerst wordt, voor aan de derde wordt begonnen. Het leren van de ene vreemde taal heeft namelijk meestal een positieve invloed op het leren van de andere vreemde taal. Door beheersing van de ene vreemde taal ondervinden leerlingen steun bij het leren van een volgende taal. Dat geldt vooral als die derde taal op de tweede taal lijkt en er verwant aan is. Dit geldt ook voor de internationale basisschool, met Nederlands als tweede en Engels als derde taal.

Het lijkt raadzaam om twee vreemde talen na elkaar te leren. Wanneer de leerlingen eerst de ene taal tot een bepaald niveau beheersen, kunnen ze een tweede vreemde taal leren. Welke taal het eerst geleerd moet worden, is niet te zeggen. Op internationale scholen lijkt het logisch met Engels te beginnen, aangezien dat doorgaans de voertaal is. Een ander argument hiervoor is dat veel internationale leerlingen relatief kort in Nederland zijn en weinig contact hebben met Nederlands sprekenden in hun omgeving.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Evelien Krikhaar (antwoordspecialist) en Anne Luc van der Vegt (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag