Welke instrumenten kunnen basisscholen gebruiken om de emotieregulering van leerlingen te monitoren?

 PO | Professionalisering | Ook interessant
Docente troost huilende leerling

Er is in het Nederlands één instrument beschikbaar dat specifiek meet hoe kinderen omgaan met gevoelens van boosheid, angst en verdriet, en welke strategieën zij gebruiken om hun emoties te reguleren: de FEEL-KJ. Het instrument bestaat uit een zelfrapportage die kinderen en jongeren van acht tot achttien jaar kunnen invullen. FEEL-KJ is voor het onderwijs goed bruikbaar om inzicht te krijgen in de emotieregulatie van leerlingen.

Executieve functies zijn processen in de hersenen waarmee mensen hun sociaal en doelgericht handelen filteren en reguleren. Een van die functies is emotieregulatie, het vermogen om emoties te regelen om doelen te realiseren, taken te voltooien of gedrag te controleren. Leerprestaties worden beïnvloed door een aantal executieve functies: geconcentreerd kunnen werken, taken en huiswerk kunnen plannen, kunnen schakelen als de situatie dat vraagt, en emoties kunnen beheersen. Drie domeinen van executieve functies (werkgeheugen, impulsbeheersing en cognitieve flexibiliteit) zijn meer cognitief van aard en worden ‘koude EF’ genoemd. Daarnaast is er de ‘warme EF’ van emotieregulatie, het vermogen om controle te hebben over de eigen emoties.

FEEL-KJ

Voor het monitoren van executieve functies zijn diverse instrumenten beschikbaar. Er is echter maar een instrument dat voldoende aandacht heeft voor emotieregulatie en tevens toegesneden is op gebruik door onderwijsprofessionals. Het is ook een betrouwbaar instrument. De vragen meten daadwerkelijk wat ze bedoelen te meten. De Vragenlijst over Emotieregulatie bij Kinderen en Jongeren (FEEL-KJ), biedt inzicht in de emotieregulatie van kinderen en jongeren tussen de acht en achttien jaar. Zij beantwoorden negentig vragen over omgaan met boosheid, angst en verdriet – dertig vragen per emotie. De FEEL-KJ geeft scores voor vijftien strategieën voor emotieregulatie, onderverdeeld in drie categorieën: adaptief, maladaptief en externe regulatie. Onder de adaptieve strategie vallen onder meer probleemgericht handelen, positieve stemming oproepen en accepteren. De maladaptieve strategie bestaat uit bijvoorbeeld opgeven, terugtrekken en zelfdevaluatie. Sociale steun, expressie en emotionele controle vallen onder de externe regulatiestrategie.

Vijf instrumenten die deels de emotieregulatie in kaart brengen zijn BRIEF, CHEXI, ZO!, SDQ-Dut en de vragenlijst Dawson & Guare.

BRIEF (Behavior Rating Inventory of Executive Function) is een leerkrachtvragenlijst over gedragingen van leerlingen. De items over emotieregulatie bestaan uit uitspraken als “Reageert overdreven op kleine problemen” en “Verandert vaak van humeur”. De vragen kunnen met nooit, soms of vaak beantwoord worden. BRIEF bestaat uit acht schalen waarvan emotieregulatie er een is. De andere schalen zijn: inhibitie, flexibiliteit, initiatief nemen, werkgeheugen, plannen en organiseren, ordelijkheid en netheid, en gedragsevaluatie.

CHEXI is een instrument voor het meten van executieve functies bij kinderen in de basisschoolleeftijd, te gebruiken door ouders en onderwijsprofessionals. De vragenlijst bestaat uit 24 items, waarvan er twee specifiek over emotieregulatie gaan. “Raakt overenthousiast wanneer er iets speciaals gaat gebeuren, bijvoorbeeld op schoolreis gaan” en “Heeft moeite zijn/haar glimlach in te houden in situaties waarin dit ongepast is”.

ZO! Zelfregulatie in het Onderwijs is een observatielijst, in te vullen door leerkrachten of zorgcoördinatoren. Zo kunnen zij het ontwikkelingsniveau van een leerling voor zelfregulatie in beeld brengen. Van de vijftien items verwijzen er vier naar emotieregulatie: inzicht in eigen emoties, reguleren van emoties en spanning, rekening houden met de reactie van anderen op het eigen gedrag, en hulp aanvaarden.

Van SDQ-Dut (Strength & Difficulties Questionnaires) zijn varianten voor ouders en voor leerkrachten, en voor jongeren vanaf elf jaar voorhanden. De items bestaan uit gedragsobservaties verdeeld over vijf subschalen: emotionele symptomen, gedragsproblemen, hyperactiviteit/gebrek aan aandacht, problemen in de peergroep en prosociaal gedrag. Tien van 25 items gaan over een aspect van emotieregulatie.

In het boek ‘Slim, maar…’ staat de vragenlijst van Dawson & Guare. Ouders kunnen hiermee de sterke en zwakke kanten van hun kinderen achterhalen. De ontwikkelaars van de vragenlijst onderscheiden elf executieve functies en elke functie komt in drie subvragen aan bod.

Meer weten?

Lees het volledige rapport als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Jeroen Aarssen en Marianne van Teunenbroek (Sardes) en Sandra Beekhoven (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - schoolleider

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag