Welke interventies kunnen NT2-docenten inzetten om laagopgeleide, anderstalige cursisten te motiveren om ook buiten de les de Nederlandse taal te leren?

 VOLWASSENENEDUCATIE | Motivatie | Taal | Vakken | Vernieuwingsonderwijs

Anderstalige volwassenen leren beter een tweede taal als zij zowel binnen als buiten de les actief zijn met die taal. Om de motivatie voor het leren buiten de les te versterken is het belangrijk dat docenten inspelen op de interesses en ervaringen van hun cursisten. Daarnaast moet de lesstof goed aansluiten op realistische situaties. Docenten kunnen hen ook stimuleren door te zorgen voor een positieve leerervaring en hen wijzen op plekken buiten de les (zoals een taalcafé) waar ze kunnen oefenen.

Voor laagopgeleide anderstaligen is Nederlandse taalvaardigheid een sleutel om een goede plek in de samenleving te verwerven. Wie een tweede taal leert, doet dat vaak door een combinatie van formeel leren (bijvoorbeeld in een inburgeringsprogramma met taaldocenten), non-formeel leren buiten de school (bijvoorbeeld gesprekken met een taalbuddy) en informeel leren (bijvoorbeeld op het schoolplein of werk). Voor laagopgeleiden die NT2-lessen volgen zijn die combinaties extra belangrijk omdat deze zogeheten transfermogelijkheden ervoor zorgen dat zij zich verder ontwikkelen en zij de taal beter in de praktijk kunnen toepassen. Met vier verschillende strategieën kunnen docenten goede transfermogelijkheden bieden die anderstaligen stimuleren om ook buiten de les aan hun taalontwikkeling te werken.

  1. Praktijkgericht lesmateriaal ontwikkelen

Lesmateriaal dat inhoudelijk aansluit bij de belevingswereld van NT2-cursisten blijkt een positief effect op hun motivatie te hebben. Een docent die de connectie maakt tussen het lesmateriaal, de achtergrond van (laaggeletterde) deelnemers en hun leerwens, ziet zichtbaar sterker gemotiveerde mensen. Als docent kun je dit bijvoorbeeld doen door het taalonderwijs te koppelen aan onderwerpen rond opvoeding, transport, gezondheid of het zoeken van werk. Deelnemers blijken die informatie en kennis dan eerder te delen met vrienden en familie.

  1. Inzicht geven in de relevantie van de taal in de dagelijkse praktijk

Als de docent laat zien hoe taalkennis relevant is in het dagelijkse leven en hoe je het kunt toepassen, zal dit voor betere transfereffecten zorgen. Een concreet voorbeeld is dat iemand gemotiveerd kan zijn om de taal te leren om zodoende gemakkelijker te kunnen reizen binnen Nederland. Een theoretische uitleg over de verschillende vervoersmogelijkheden is dan niet genoeg. Een praktische uitleg over hoe je een kaartje koopt, is dat wel. Verder blijkt dat taallessen die vooral gericht zijn op het leren van grammatica niet altijd goed aansluiten bij het leerdoel van de deelnemers. Dat maakt het moeilijk om een transfer te maken naar taalactiviteiten buiten de les. Onderzoekers zagen wel dat laagopgeleide NT2-cursisten ondanks de focus op grammatica toch bepaalde taalactiviteiten ondernamen buiten de les, zoals een computer gebruiken, boeken aan kinderen voorlezen, ondertitelingen lezen en boodschappenlijstjes schrijven.

  1. Momenten voor positieve leerervaringen creëren

Belangrijk is verder dat docenten zorgen voor positieve leerervaringen. Laagopgeleide anderstaligen hebben regelmatig te maken met negatieve onderwijservaringen die belemmerend werken bij het leren. Ze kunnen weinig vertrouwen hebben in hun eigen capaciteiten en willen niet nog eens het risico lopen te falen. Door hen bijvoorbeeld met eenvoudige taken te laten beginnen kan het (zelf)vertrouwen groeien. Wat een negatief effect heeft op de motivatie van cursisten is een traditioneel autoritaire docent, onverschilligheid en een bepaalde manier van feedback (zoals corrigeren met een rode pen).

  1. Wijzen op oefenplekken buiten de les

Docenten kunnen NT2-cursisten tot slot ook wijzen op concrete mogelijkheden om buiten de les de Nederlandse taal te oefenen in een meer individuele setting, bijvoorbeeld in een taalcafé. Veel cursisten geven aan dat motiverend te vinden, evenals een goede docent, praktijkgerichte materialen en opdrachten en goede ondersteuning, ook van de omgeving.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Een ander relevant Kennisrotonde-antwoord: Met welke didactische strategieën kunnen docenten de motivatie en leergierigheid bij mbo-studenten positief beïnvloeden?

Canon Beroepsonderwijs: Motiveren van studenten

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Lisanne Bos (antwoordspecialist) en Niek van den Berg (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij hebben hiertoe Maurice de Greef (onderzoeker volwasseneneducatie) geconsulteerd.

Onderwijssector
VOLWASSENENEDUCATIE

Vraagsteller
volwasseneducatie - procescoördinator

Gerelateerde vragen:

Is er een plafond aan het leervermogen van sommige volwassenen, waardoor ze het vereiste niveau voor de startkwalificatie niet kunnen behalen? 
 VOLWASSENENEDUCATIE
Het startniveau van de leerder, het aantal lesuren en de inzet van formatieve toetsing beïnvloeden het leren van de basisvaardigheden die horen bij de startkwalificatie door volwassen cursisten. Wanneer het niet meer zinvol is een cursus te blijven volgen als de vooruitgang stagneert, is niet betrouwbaar vast te stellen. Het is dus onduidelijk of er een plafond is aan het leervermogen van sommige volwassenen. 
Lees verder
Met welke didactische strategieën kunnen docenten de motivatie en leergierigheid bij mbo-studenten positief beïnvloeden?
 MBO | Motivatie
Er zijn twee soorten motivatie: intrinsiek en extrinsiek. Intrinsieke motivatie komt van binnenuit en verhoogt de leerprestaties. Een docent kan de intrinsieke motivatie van de studenten bevorderen door in te spelen op drie psychologische basisbehoeften: autonomie, gevoel van competentie en sociale verbondenheid. Hoe beter de docent daarbij kan aanknopen, hoe hoger de intrinsieke motivatie van de leerlingen.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag