Welke invloed heeft het geven van theorielessen in een buitenlokaal op de leerprestaties en motivatie van vmbo leerlingen?

 VO | Schoolloopbaan | Schoolorganisatie

Buiten leren zou positieve effecten hebben op de motivatie en het leren. Maar naar het effect van formeel leren (theorielessen) in buitenlokalen is geen recent wetenschappelijk onderzoek gedaan. Uit onderzoek naar klaslokalen weten we wel dat zuurstof, daglicht en een niet te hoge of lage temperatuur belangrijke omgevingsfactoren zijn die een impact hebben op de cognitieve prestaties.

Over leren in de buitenlucht is wel het een en ander bekend. Er zijn aanwijzingen dat buiten leren positieve effecten heeft op de motivatie en het leren. Voordelen van buiten leren zijn:

  • Verblijf in de natuur is goed voor ontspanning, het zou de hersenen ‘resetten’. Natuurlijke omgevingen zouden ook het speelse leren van kinderen stimuleren.
  • Buitenlessen zijn goed omdat je buiten meer beweegt. Er is een sterke relatie tussen mentale en fysieke gezondheid.
  • Formeel onderwijs afwisselen met informeel onderzoek kan goed zijn voor de cognitieve ontwikkeling. Buitenlessen ‘in de praktijk’ kunnen een betekenisvolle aanvulling zijn op lessen binnen. Een voorbeeld: theorielessen over bevers aanvullen met veldwerklessen in de natuur naar echte beverdammen.

Theorielessen in buitenlokalen hebben veel van deze voordelen echter niet. Als buitenlessen te veel lijken op formele, klassikale lessen, zijn de voordelen veel kleiner. Dit suggereert dat de hierboven genoemde voordelen van buitenlessen beter tot hun recht komen in aanvullende, speciale lesprogramma’s, met informele, betekenisvolle praktijk- of veldwerklessen.

Klaslokalen

Een heel ander soort reden om een buitenlokaal in te richten, is om te zorgen voor een beter fysisch leerklimaat. Denk aan: meer licht, meer frisse lucht, meer ruimte. Onderzoek naar klaslokalen laat zien welke kenmerken op dit gebied effectief zijn. Het percentage tussen haakjes geeft aan hoe belangrijk deze factor is ten opzichte van het totaal van alle factoren.

  1. Licht (21%): voldoende daglicht, maar niet te veel direct licht of tegenlicht. Ook de kwaliteit en kwantiteit van elektrisch licht maakt uit.
  2. Goede, regelbare temperatuur: geen directe zonnewarmte, controle over de temperatuur (12%). Te hoge temperaturen gaan gepaard met lager presteren. Verlagen van de temperatuur van 25 naar 20 graden verbetert de leerprestaties.
  3. Goede luchtkwaliteit (16%): lokalen met mechanische ventilatie of waar ramen goed open kunnen, zijn beter. Voldoende zuurstof is belangrijk voor het cognitief presteren.

Wat betekenen deze resultaten voor buitenlokalen? Buitenlokalen hebben voldoende daglicht, alhoewel tegenlicht een aandachtspunt is. De temperatuur valt moeilijk te regelen in een buitenlokaal. Dat zou kunnen betekenen dat je het buitenlokaal alleen gebruikt als de temperatuur zo tussen 18 en 22 graden is. De lucht buiten bevat meer zuurstof dan binnen, maar de luchtkwaliteit hangt af van de omgeving (bijvoorbeeld in de buurt van een snelweg of industrie is die minder goed). Geluidsoverlast door omgevingsgeluid kan bij buitenlokalen ook een aandachtspunt zijn.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Andere relevante antwoorden van de Kennisrotonde:

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Melissa van Amerongen (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - adviseur of beleidsmedewerker

Gerelateerde vragen:

Is de klasinrichting van invloed op leerprestaties?
 PO | Vakken
Ja, wetenschappelijk is aangetoond dat de inrichting van de klas ertoe doet. De inrichting blijkt een aanzienlijke invloed te hebben op de prestaties voor rekenen, leesvaardigheid, schrijfvaardigheid en helpt om de creativiteit van kinderen te stimuleren. Om verschillende vormen van leren te bevorderen zou de klasinrichting flexibel moeten zijn. Klassen die bestaan uit diverse helder afgebakende activiteitenhoeken dragen bij tot een krachtigere leeromgeving en tot hogere leerwinst.
Lees verder
Presteren kinderen beter door ‘bewegend leren’?
 PO
Het integreren van fysieke activiteiten en leertaken, bijvoorbeeld springen terwijl je bezig bent met automatiserings- en herhalingsopdrachten, lijkt een positieve invloed te hebben op het leren van basisschoolleerlingen. Onderzoek naar het effect van fysiek actieve reken- en taallessen laat zien dat basisschoolleerlingen direct na deze lessen meer gericht zijn op hun taak en dat hun reken- en spellingsvaardigheden verbeteren. Door bewegen vinden acute en structurele veranderingen plaats in de hersenstructuur. Deze hebben een positief effect op de executieve cognitieve functies van een kind (zoals planning, besluitvorming en bijsturing van gedrag) en – vermoedelijk – ook op diens aandacht en concentratie. Een hard en definitief bewijs voor een positieve invloed op de lange termijn is (nog) niet gevonden.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag