Welke factoren geven inzicht in de ontwikkeling van het creatief denken van leerlingen in de leeftijdscategorie 4 tot en met 12 jaar?

 PO | 21e-eeuwse vaardigheden
creatief-1024x683

Creativiteit is een combinatie van divergent denken (het vermogen om veel verschillende ideeën te bedenken) en convergent denken (probleemoplossing). Zo’n combinatie komen we tegen in de vijf kenmerken van de creatieve geest: nieuwsgierig, volhardend, vindingrijk, samenwerkend en gedisciplineerd. Er zijn verschillende instrumenten beschikbaar om creativiteit te meten, merendeels Engelstalig. Veel vragenlijsten hebben een psychologische invalshoek en zijn ontwikkeld om onderliggende vaardigheden van creativiteit in kaart te brengen. Andere vragenlijsten geven zicht op de creatieve activiteiten van leerlingen in de kunstvakken. Recentelijk is door TNO een Nederlandstalig instrument ontwikkeld voor het meten van creatief vermogen.

Het belang van creativiteit in het onderwijs krijgt steeds meer erkenning. Volgens het model voor 21e eeuwse vaardigheden van SLO Kennisnet is creativiteit één van de elf vaardigheden die leerlingen in hun latere leven nodig hebben). Over creativiteit wordt soms gesproken alsof het een ongrijpbaar fenomeen is. Niettemin proberen psychologen al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw om creativiteit te meten. Een van hen, Guilford, introduceerde toen de begrippen convergent denken en divergent denken.

Creativiteit: combinatie van divergent en convergent denken

Divergente creativiteit is gericht op het ontwikkelen van ideeën, bijvoorbeeld om een nieuw product of een nieuwe werkwijze te ontwikkelen. Van belang is dat ook gereflecteerd wordt op de verschillende fasen van een creatief proces. Bij divergent denken gaat het om een flexibele denkwijze waarbij ideeën uit verschillende cognitieve categorieën worden gecombineerd.

Convergente creativiteit is een meer systematische manier van creativiteit. Bij een vraagstuk of probleem wordt gezocht naar één of enkele oplossingen. Bij convergente creativiteit richt het denken zich op één cognitieve categorie. Er is meer controle bij convergent denken dan bij divergent denken.

Creatieve processen vragen om een integratie van divergent en convergent denken. Er vindt een afwisseling plaats tussen beide denkwijzen. Uit onderzoek blijkt dat divergent en convergent denken zowel tegelijkertijd als in dezelfde mate plaatsvinden. Ze volgen elkaar dus niet altijd op in de tijd. Divergent denken is dan de vaardigheid om bepaalde opdrachten van diverse kanten te onderzoeken en convergent denken de vaardigheid om beargumenteerd naar oplossingen te zoeken.

Het meten van creativiteit

Een halve eeuw geleden ontwikkelden onderzoekers de eerste testen om creativiteit te meten. Twee van de oudste instrumenten, de Guilford Alternative Uses Tasks en de Torrance Test of Creative Thinking (TTCT) gaan uit van vier indicatoren, die vooral het divergente denken meten:

  1. vloeiendheid: het vermogen om diverse oplossingen voor een probleem te bedenken;
  2. flexibiliteit: in staat zijn om verschillende categorieën oplossingen te bedenken en alternatieven tegen elkaar af te wegen;
  3. originaliteit: innovatieve oplossingen kunnen bedenken;
  4. uitwerking: vermogen om oplossingen in detail uit te werken.

Andere tests zijn meer geschikt om het convergente denken te meten. Een voorbeeld daarvan is de Remote Associates Task (RAT). Deelnemers aan de test moeten bij drie gegeven woorden een vierde woord vinden. Aangezien ze hier het enig goede antwoord moeten geven, meet deze test eerder convergentie en probleemoplossen. Een recent ontwikkeld instrument dat zowel divergent als convergent denken meet, is de Formative Assessment of Student Creativity in School. De vragen in dit instrument zijn gebaseerd op vijf kenmerken van de creatieve geest: nieuwsgierig, volhardend, vindingrijk, samenwerkend en gedisciplineerd.

Er zijn ook vragenlijsten ontwikkeld rond creativiteit in de kunstvakken. In deze vragenlijsten wordt bijvoorbeeld gevraagd hoe vaak deelnemers bepaalde creatieve activiteiten ondernemen. Bekende vragenlijsten zijn: de Creative Achievement Questionnaire, de Biographical Inventory of Creative Behaviours en de Creative Behavior Inventory.

Door TNO is recentelijk een Nederlands meetinstrument ontwikkeld om creativiteit van leerlingen op school te meten. Het instrumenten is getoetst op betrouwbaarheid en validiteit bij leerlingen van groep 7 basisonderwijs tot en met het vierde jaar van het voortgezet onderwijs. Dit heeft geresulteerd in zeven schalen, waarin we aspecten herkennen van zowel divergent als convergent denken:

  1. nieuwsgierig: onderzoeken, verkennen;
  2. vindingrijk: spelen met mogelijkheden, nieuwe combinaties maken, intuïtie gebruiken;
  3. volhardend: vasthoudend, omgaan met onzekerheid;
  4. anders durven zijn: langer een pad verkennen, ook als anderen dat geen goed idee vinden;
  5. interacteren met anderen: feedback vragen, feedback geven, ideeën delen;
  6. outputgericht; reflecterend op product en proces, convergerend denken, nauwkeurigheid;
  7. trots op je werk: werk en gemaakte keuzes kunnen uitleggen, vertrouwen op eigen ideeën.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sanne Kruijer, Anne Luc van der Vegt en Pieter Appelhof.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Gerelateerde vragen:

Draagt programmeerles bij aan de probleemoplossingsvaardigheden van leerlingen?
 PO | 21e-eeuwse vaardigheden | ICT
Wie programmeert zet diverse vaardigheden in om problemen op te lossen. Denk aan problemen in kleine stukjes opdelen, logisch denken, als-dan redeneringen hanteren enzovoort. Deze vaardigheden worden computational thinking skills genoemd. Leerlingen kunnen dit soort vaardigheden aanleren in het programmeeronderwijs. Ook kan programmeeronderwijs bijdragen aan andere generieke vaardigheden, zoals kritisch denken, creatief denken, reflectie en metacognitie.
Lees verder
Hoe kunnen onderwijsprofessionals hoogsensitiviteit herkennen bij kinderen in het basisonderwijs en op welke manier kunnen zij daarop inspelen?
 PO | Leer- & gedragsproblemen
Hoogsensitiviteit is een aangeboren eigenschap die zich door opvoeding en socialisatie verder ontwikkelt. Kenmerkend is de intense zintuiglijke ervaring waardoor kinderen snel overprikkeld en gestrest raken. Er is een specifieke test voor kinderen om de hooggevoeligheid te meten. Leerkrachten kunnen hoogsensitieve kinderen zonder oordeel en met begrip tegemoet treden. Essentieel is om die kinderen een veilige omgeving, op school en in de klas, te bieden.
Lees verder
Welke didactische benadering zet aan tot en draagt bij aan de ontwikkeling van creatief denken bij kinderen?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden
Creativiteit is een combinatie van divergent denken (het vermogen om met veel verschillende ideeën te komen) en convergent denken (tot een toepasbare probleemoplossing komen). Er zijn verscheidene pedagogisch-didactische aanpakken en materialen ontwikkeld, gericht op het bevorderen van creatief denken. Er is nog niet empirisch vastgesteld op welke wijze het onderwijs effectief kan bijdragen aan de ontwikkeling van creativiteit en welke didactische aanpakken daarbij de beste zijn.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag