Hoe kunnen scholen voorkomen dat kinderen vooroordelen ontwikkelen op basis van huidskleur, etniciteit of religie?

Kinderen ontwikkelen al op jonge leeftijd stereotiepe beelden van zichzelf en anderen in relatie tot ras en etniciteit. Op welke manier kan het onderwijs kinderen bijbrengen dat iedereen gelijkwaardig is ongeacht iemands huidskleur? Aanpakken die contact tussen verschillende (etnische) groepen stimuleren, en die empathie en perspectief nemen bevorderen, blijken daarvoor een goede insteek. Dat kan zowel in een projectmatige aanpak als ingebed in het pedagogisch beleid.

Jonge kinderen beschrijven elkaar voornamelijk op basis van het uiterlijk. Rond hun achtste jaar gaan ze huidskleur en etniciteit associëren met eigenschappen of gedrag en koppelen ze etniciteit aan sociale status, normen en waarden.

Kinderen ontwikkelen al op jonge leeftijd vooroordelen. Ook kleuters kunnen al vooroordelen hebben over etnische of raciale minderheden. Gedurende de basisschool veranderen deze van expliciet naar impliciet en worden de vooroordelen van kinderen veelzijdiger en meer gedifferentieerd. Ook worden ze zich dan bewust van hun vooroordelen en leren zij hun bevooroordeelde reacties te controleren. Op deze leeftijd zijn ze gevoelig voor invloeden van buitenaf.

Individuele factoren, zoals het etnisch bewustzijn en de etnische identiteitsontwikkeling, beïnvloeden de ontwikkeling van vooroordelen. Daarnaast spelen sociale factoren een rol. Bepalend is bijvoorbeeld of kinderen thuis of op school vrienden hebben met een andere etnische herkomst en hoe hun ouders tegenover mensen uit een andere groep staan.

Effectieve aanpakken  

Om te voorkomen dat kinderen vooroordelen ontwikkelen op basis van huidskleur, etniciteit of religie zijn aanpakken die direct contact tussen verschillende (etnische) groepen stimuleren, en die empathie en perspectief nemen bevorderen, het meest effectief. Scholen kunnen die aanpakken zowel projectmatig uitvoeren als inbedden in het pedagogisch beleid.

Contactmogelijkheden in de school kunnen vooroordelen helpen terugdringen. Contact kan  gevoelens van angst voor en onbekendheid met een andere groep doen afnemen. Leerlingen maken dan minder onderscheid tussen mensen op basis van etniciteit. Ze ontdekken dat binnen andere groepen ook sprake is van diversiteit of ze ontwikkelen een groepsoverstijgende gemeenschappelijke identiteit.

Ook indirect contact via media en instructie kan helpen. Bijvoorbeeld met verhalen waarin een kind van de eigen etnische groep contact heeft met een kind van een andere etnische groep en daarover vertelt. Dit kan vooral voor homogene scholen van nut zijn. Kinderen op heterogene scholen denken minder in stereotypen.

Doelgroep

Het is belangrijk ook rekening te houden met de doelgroep van de aanpak; de effectiviteit van een aanpak blijkt verschillend. Programma’s die het contact tussen etnische groepen bevorderen, leiden tot minder vooroordelen onder kinderen van de etnische meerderheidsgroep, maar hebben geen effect bij kinderen van etnische minderheidsgroepen.

Ouders kunnen vooroordelen bij hun kinderen op dezelfde manieren terugdringen. Maar belangrijker is dat ouders zelf geen vooroordelen hebben. Vooroordelen van ouders worden namelijk ook indirect overgedragen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Interessant materiaal

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edith van Eck (kennismakelaar Kennisrotonde) en Merlijn Karssen (Kohnstamm Instituut). Zij hebben hiertoe Monique Volman (POWL, Universiteit van Amsterdam) geconsulteerd.

Onderwijssector
po

Thema
sociale vaardigheden (sociaal vaardig)

Vraagsteller
po-instelling - schoolleider