Wat veroorzaakt rekenzwakte bij mbo-studenten en welke remediërende strategieën zijn er?

 MBO | Leer- & gedragsproblemen | Vakken

Een belangrijke oorzaak van rekenproblemen is een niet-stimulerende omgeving, waardoor het leren buiten de school stagneert. Als het rekenonderwijs gedurende een langere periode onvoldoende is afgestemd op de leerbehoefte van de student kunnen rekenproblemen ontstaan. Ernstige rekenproblemen of dyscalculie komen hoogstwaarschijnlijk door een afwijkende informatieverwerking in het brein. Rekenzwakke studenten zijn gebaat bij een behandelingsplan en directe en expliciete instructie door de docent.

Rekenen is een complex leerproces, waardoor er makkelijk leerproblemen ontstaan. Er is sprake van een probleem als er een duidelijke rekenachterstand is in vergelijking met klasgenoten, en als de problemen structureel of hardnekkig zijn. Biologisch veroorzaakte stoornissen en beperkte cognitieve vermogens vereisen een speciale aanpak. Dyscalculie komt vaak tegelijk voor met onder meer ADHD en dyslexie. Studenten met rekenproblemen kunnen terechtkomen in een neerwaartse spiraal. Negatieve ervaringen met rekenen versterken problemen met het leren van rekenen, waardoor studenten steeds slechter presteren en mogelijk rekenangst creëren.

Passend onderwijsaanbod

Rekenstoornissen zijn heel verschillend van aard, omdat rekenen afhankelijk is van zeer uiteenlopende vaardigheden. Daaronder vallen telvaardigheid, getalbegrip, kennis van rekenhandelingen, leesvaardigheid, geheugen en probleemoplossend vermogen. Er zijn grofweg drie factoren voor deze problemen te onderscheiden, namelijk een biologische oorzaak, omgevingsfactoren en onderwijs van onvoldoende niveau. Oplossingen liggen derhalve eveneens op verschillende terreinen. Als het gaat om de rol van de school is van belang dat het rekenonderwijs is afgestemd op de onderwijsbehoefte van de student. Ernstige rekenproblemen kunnen ontstaan als er gedurende een langere periode geen goed onderwijs wordt gegeven. Rekenzwakke studenten zijn sterk afhankelijk van de juiste stimulans, zodat passend onderwijsaanbod essentieel is om rekenproblemen te beperken of voorkomen. Studenten die ‘normale’ rekenproblemen ervaren, lossen deze problemen meestal op door extra afgestemde instructie en meer oefentijd.

De basis voor een goede rekenles is een behandelingsplan om het rekenprobleem van de student aan te pakken. De docent geeft directe en expliciete instructie, en leert vooral heuristieken aan – dat wil zeggen aanpakken die op meerdere oefeningen van toepassing zijn. Hij maakt veel gebruik van visuele modellen zoals diagrammen, of manipulatie van concrete objecten ter illustratie. Online of digitale begeleiding kan ondersteunend zijn. Tijdens de les geeft de docent voortdurend feedback, die bevestigend, aanmoedigend en inhoudelijk is.

Veel van bovengenoemde kenmerken zijn niet specifiek voor het rekenonderwijs, maar algemene onderwijsprincipes geldend voor alle lessen. Toegespitsts op het mbo valt daar het volgende aan toe te voegen. Een rekenles is effectief als de docent zich goed voorbereidt op een les en zorgt voor een aangenaam leerklimaat. Hij maakt duidelijk welke doelen in een les of leerstofblok aan de orde zijn, en hij laat evenwicht zien tussen voorspelbaarheid en verrassing. Op een aantal momenten kan de docent aandacht schenken aan subgroepen en/of individuele studenten, terwijl andere studenten met hun eigen oefenwerk bezig zijn. De docent kiest bij het doel passende werkvormen, geeft korte en activerende instructies, stemt oefenwerk af op de te behalen doelen, en reflecteert met de groep op het effect van de les.

Het model van convergente differentiatie, waarbij het streven is om alle studenten naar een minimumniveau te brengen, biedt mbo-rekendocenten houvast om te differentiëren in de rekenles. Dit leidt tot betere resultaten bij zwakke leerlingen. Uitgangspunt van dit model is dat de groep zo lang mogelijk bij elkaar blijft; zowel zwakke als sterke rekenaars krijgen klassikale instructie. Pas als studenten de opdracht gaan uitwerken, geeft de docent een extra instructie aan zwakke rekenaars. Die studenten beperken zich tot de meest elementaire zaken, terwijl de sterke rekenaars zelfstandig aan de slag gaan.

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Annemarie Groot (ecbo) en Ingrid Christoffels (kennismakelaar Kennisrotonde). Hiertoe hebben zij Monica Wijers (Freudenthal Instituut) en Rinske Stelwagen (CINOP) geconsulteerd.

Onderwijssector
MBO

Vraagsteller
onderzoeker

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag