Wat is de optimale lesduur in voortgezet onderwijs dat gebruikmaakt van gevarieerde werkvormen?

 VO | Schoolorganisatie

Hoe lang een les duurt lijkt voor de leerresultaten niet (veel) uit te maken binnen de bestaande variatie in lesduur. Er zijn diverse onderzoeken naar het effect van lesduur op leerresultaten beschikbaar, vooral bij wiskunde en taal. De meeste onderzoekers vinden geen significant of slechts een beperkt effect op leerlingniveau. Wel maakt het uit hoe de les wordt ingevuld.

Het traditionele rooster en een blokrooster zijn de meest voorkomende invullingen van de lesdag in het voortgezet onderwijs. In een traditioneel rooster bestaat de lesdag uit 5 tot 8 lessen met een lengte van ongeveer 40 tot 60 minuten. Vakken worden aangeboden gedurende het gehele schooljaar.

Er zijn verschillende blokroosters. Zoals het 4×4-blokrooster waar leerlingen elke dag hetzelfde lesrooster volgen en per semester andere vakken krijgen. De blokken variëren van ongeveer 85 tot 100 minuten. Een variant hierop is het A/B-blokrooster waarin de roosters elkaar het hele jaar door om de dag afwisselen. Tot slot is er een hybride rooster waarin het aantal vakken of lesduur kan verschillen en er soms roosters worden gecombineerd.

Effect lesduur op leerresultaten

De gedachte achter het blokrooster is dat meer tijd beschikbaar is voor interactie tussen docent en leerling en voor verdieping van de lesstof. Ook biedt de extra tijd de mogelijkheid voor actievere betrokkenheid van leerlingen, het gebruiken van verschillende instructievormen in de les, en een verbeterde docent-leerling-onderwijsrelatie.

Er zijn ook nadelen van het blokrooster. Leerlingen missen bijvoorbeeld lesstof bij afwezigheid en dat het is lastig de benodigde lesstof door het jaar heen te plannen. Ook is er het risico dat in de extra tijd meer van hetzelfde wordt gedaan in plaats van de tijd op een andere manier te gebruiken. Dit kan leiden tot verveling en verminderde concentratie van leerlingen. Een ander mogelijk nadeel is dat de extra tijd te veel wordt gevuld met zelfstandig werken en/of passieve werkvormen.

De meeste onderzoekers vinden geen significant of slechts een beperkt effect van lesduur op leerresultaten. Bovendien zijn de bevindingen soms in het voordeel van een blokrooster, soms in het voordeel van een traditioneel rooster. Wat waarschijnlijk meespeelt is dat naast lesduur een groot aantal andere factoren van invloed is op leerresultaten. Bijvoorbeeld de inzet van passende instructievormen, de doelgroep of het specifieke vak dat gegeven wordt.

Een verandering in lesduur leidt niet automatisch tot een verandering in effectiviteit van de lessen, aanpassing van het onderwijsproces of leerresultaten. Wat de lengte van de les ook is, de wijze waarop deze wordt ingevuld is van groter belang dan de lengte van de les zelf. Elke lesduur kan effectief worden benut.

Effectieve invoering van blokroostering

Docenten vinden het, bij invoering van een blokrooster lastig om voldoende instructievormen en materialen te vinden voor de extra tijd en voor leerlingen die eerder klaar zijn met een activiteit. De invoering van een nieuw lesrooster vraagt veel tijd, visie en ondersteuning. De meeste onderzoekers raden dan ook aan om goed te kijken naar het beoogde rendement van een aanpassing. Als dat puur betrekking heeft op leerresultaten, is het de vraag of de verandering de moeite waard is. Als een school overstapt op een ander roostersysteem is het van belang de implementatie goed voor te bereiden en uit te voeren. Veelgenoemde succesfactoren zijn:

  • Doelstelling: stel op basis van de lokale context vast wat het beoogde effect van de verandering is en welk model daar het best bij past
  • Context: stel per vak, doelgroep en locatie vast wat het meest effectief is in deze context en betrek dit bij de uitwerking van de verandering
  • Instructievormen: zorg voor diverse verschillende instructievormen, actieve betrokkenheid van leerlingen bij de les, en effectieve inzet van verschillende instructievormen in de les
  • Persoonlijke ontwikkeling docenten: besteedt aandacht aan wat de overgang naar langere lessen betekent voor docenten. Ondersteun hen bij de aanpassing van het lesaanbod en bij het (her)ontwerp van effectieve instructievormen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Barbara Janssen (antwoordspecialist) en Niek van den Berg (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
schoolbestuur - bestuurder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag