Kunnen de resultaten van leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs schoolsucces in de bovenbouw voorspellen?

 VO | Ook interessant

Resultaten in het basisonderwijs van leerlingvolgsysteemtoetsen en de eindtoets, voorspellen wel redelijk goed de onderwijspositie in het vierde jaar van het voortgezet onderwijs. Maar over de voorspellende waarde van leerlingresultaten in de onderbouw van het voortgezet onderwijs is weinig bekend. Onderzoek daarnaar is niet eenvoudig uit te voeren. De leerlingresultaten worden namelijk niet gemeten met een landelijk genormeerd instrument, maar leraren bepalen de rapportcijfers.

De gestelde vraag is niet eenvoudig te beantwoorden op basis van wetenschappelijk onderzoek. Er is geen onderzoek bekend van enige omvang naar de voorspellende waarde van de resultaten uit de onderbouw op het schoolsucces in de bovenbouw.

Wat weten we over voorspellende waarde?

Er is wel het een en ander bekend over de voorspellende waarde van eerder behaalde leerlingresultaten. Het onderzoek betreft vooral landelijk genormeerde toetsen in het basisonderwijs en examenresultaten in het voortgezet onderwijs, niet de toetsen die leraren in de onderbouw van het vo zelf ontwikkelen.

Voorspellende waarde leerlingresultaten basisonderwijs – In het basisonderwijs is onderzoek gedaan naar de samenhang tussen resultaten op leerlingvolgsysteemtoetsen, de eindtoets basisonderwijs en het schooladvies. Er blijkt een sterke relatie te zijn. De toetsscores zijn tamelijk goede voorspellers van de schooladviezen. Hoe vervolgens de schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs verloopt, is moeilijker te voorspellen. Niettemin zijn deze toetsen in het basisonderwijs nog redelijk goede voorspellers van de onderwijspositie in het vierde jaar van het voortgezet onderwijs.

Voorspellende waarde binnen het voortgezet onderwijs – Wetenschappelijk onderzoek naar voorspellende waarde van leerlingresultaten binnen het voortgezet onderwijs ontbreekt. Dergelijk onderzoek is ook niet zo eenvoudig uit te voeren, omdat er bínnen het onderwijs niet één gestandaardiseerd instrument wordt gebruikt om de vorderingen van leerlingen te bepalen. Daarin verschilt het voortgezet onderwijs van het basisonderwijs. Leraren bepalen rapportcijfers op basis van hun eigen toetsen. Er worden ook wel onafhankelijke leerlingvolgsystemen gebruikt (zoals bijvoorbeeld Cito Volgsysteem VO of Diataal). Maar die zijn er slechts voor enkele vakken (Nederlands, wiskunde, Engels) en het aantal meetmomenten is zeer beperkt. Landelijk onderzoek naar de voorspellende waarde van die leerlingvolgsystemen is niet bekend.

Waarom is schoolsucces in het voortgezet onderwijs moeilijk te voorspellen?

In het voortgezet onderwijs maken leraren de toetsen voor hun eigen leerlingen en bepalen de norm op basis waarvan een cijfer wordt toegekend. We spreken dan van criteriumgerichte toetsen: de constructeur van de toets bepaalt hoe hoog de ‘lat’ ligt om een voldoende te halen. In feite kan elke leraar dat op zijn eigen manier doen. Door verschillen in toetsing en normering tussen scholen en tussen leraren is de voorspellende waarde van rapportcijfers in de onderbouw beperkt.

Een tweede reden is dat de toetsconstructie op veel scholen voor voortgezet onderwijs niet voldoende voorbereidt op wat in de bovenbouw wordt gevraagd van leerlingen. In de onderbouw gaan toetsen vooral over het reproduceren van kennis. Of leerlingen de stof op een dieper niveau verwerken, waarbij ze inzicht verwerven, wordt veel minder getoetst. Juist in de bovenbouw wordt inzicht steeds belangrijker.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Anne Luc van der Vegt (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - docent

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag