Presteren kinderen beter door ‘bewegend leren’?

 PO | Schoolorganisatie

Het integreren van fysieke activiteiten en leertaken, bijvoorbeeld springen terwijl je bezig bent met automatiserings- en herhalingsopdrachten, lijkt een positieve invloed te hebben op het leren van basisschoolleerlingen. Onderzoek naar het effect van fysiek actieve reken- en taallessen laat zien dat basisschoolleerlingen direct na deze lessen meer gericht zijn op hun taak en dat hun reken- en spellingsvaardigheden verbeteren. Door bewegen vinden acute en structurele veranderingen plaats in de hersenstructuur. Deze hebben een positief effect op de executieve cognitieve functies van een kind (zoals planning, besluitvorming en bijsturing van gedrag) en – vermoedelijk – ook op diens aandacht en concentratie. Een hard en definitief bewijs voor een positieve invloed op de lange termijn is (nog) niet gevonden.

Dat ‘bewegend leren’ een positieve invloed heeft op het leren werd in de Verenigde Staten aangetoond voor het programma Physical Activity Across the Curriculum (PAASC), waarbij basisschoolleerlingen anderhalf uur per week bewegend leren en hun prestaties op rekenen, lezen en schrijven hierdoor verbeterden.

In Nederlands wetenschappelijk onderzoek zijn positieve effecten gevonden van het programma Fit & Vaardig op school. Het gaat hier om matig tot intensieve bewegingen die gecombineerd worden met automatiserings- en herhalingsopdrachten van taal en rekenen. Voorlopige resultaten gebaseerd op metingen gedurende twee jaar laten zien dat direct na fysiek actieve taal- en rekenlessen kinderen meer gericht zijn op hun taak. Ook laten de metingen zien dat fysiek actieve reken- en taallessen de reken- en spellingsvaardigheden van leerlingen verbeteren. Op de leesvaardigheid is echter geen effect zichtbaar.

Relatie tussen bewegen en schoolprestaties is complex

Recentelijk is door het Mulier Instituut een overzichtsstudie gedaan naar de relatie tussen sport en bewegen enerzijds en schoolprestaties anderzijds. Dit blijkt een complexe relatie te zijn. Sterke aanwijzingen voor een rechtstreekse relatie tussen bewegen en leerprestaties worden niet gevonden, de invloed op schoolprestaties verloopt vermoedelijk via effecten op de hersenstructuur, executieve functies, en verbeterde aandacht en concentratie.

In de overzichtsstudie werd in de eerste plaats bewijs gevonden voor een positieve relatie tussen fysieke activiteit, hersenstructuur en executief functioneren (cognitieve functies die nodig zijn bij planning en besluitvorming, bijsturing en foutencorrectie van gedrag, nieuwe vormen van gedrag en bij het inschatten van moeilijke situaties). Verscheidene studies leveren krachtig bewijs dat door bewegen acute en structurele veranderingen in de hersenstructuur plaatsvinden die een positief effect hebben op executieve cognitieve functies. Beweging waar je goed bij moet nadenken, zoals complexe vormen van beweging, of bewegen in een uitdagende omgeving, heeft meer verbetering tot gevolg dan simpele fysieke activiteit. Dit onderzoek geeft nog geen inzicht in bijvoorbeeld welk type beweegactiviteiten de beste resultaten opleveren, en hoe lang of hoe intens deze moeten worden uitgevoerd.

Meer weten?

Lees hier het antwoord op de vraag, inclusief geraadpleegde bronnen en suggesties voor mensen die meer willen weten.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Gitta Snijders en Anne Luc van der Vegt.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Gerelateerde vragen:

Interview met vraagsteller Femke Bouwer
Is het wenselijk om tabletgebruik door jonge kinderen af te stemmen op hun lichamelijke kenmerken of ontwikkeling?
 PO | ICT
Werken met een tablet belast bepaalde spieren zwaar. In combinatie met een verkeerde houding kan dat leiden tot lichamelijke klachten, zeker bij jonge kinderen. Zij zijn nog volop in de groei en nemen niet altijd vanuit zichzelf een betere houding aan. De risico’s zijn te beperken als kinderen regelmatig pauzeren en veel bewegen op andere momenten van de dag. Leraren kunnen letten op goede, afwisselende zithoudingen bij leerlingen. Daarnaast zijn er ergonomische hulpmiddelen, zoals tabletstandaards en op maat afgesteld meubilair.
Lees verder
Is er een relatie tussen de ervaren werkbelasting en hoe bekwaam leraren zich voelen om bewegingsonderwijs en cultuureducatie te geven?
 PO | Vakken | Werkdruk
De werkbelasting die leraren ervaren en hun gevoel van bekwaamheid hangen met elkaar samen. Leerkrachten die een grote werkbelasting of stress ervaren, voelen zich minder bekwaam. En leerkrachten die zich bekwaam voelen, zijn tevredener over hun werk. Of dit voor alle vakken evenveel geldt, is moeilijk te zeggen. Bij cultuureducatie hebben veel groepsleerkrachten het gevoel dat hun kennis tekortschiet. Ze zijn ook minder gemotiveerd voor dit vak dan voor de basisvakken. Leraren die zich bekwaam voelen om bewegingsonderwijs te geven, lijken gemotiveerder voor hun vak.
Lees verder
Welke invloed heeft het geven van theorielessen in een buitenlokaal op de leerprestaties en motivatie van vmbo leerlingen?
 VO | Motivatie | Schoolorganisatie
Buiten leren zou positieve effecten hebben op de motivatie en het leren. Maar naar het effect van formeel leren (theorielessen) in buitenlokalen is geen recent wetenschappelijk onderzoek gedaan. Uit onderzoek naar klaslokalen weten we wel dat zuurstof, daglicht en een niet te hoge of lage temperatuur belangrijke omgevingsfactoren zijn die een impact hebben op de cognitieve prestaties. 
Lees verder
Is de klasopstelling in groep 3 van invloed op de mate waarin leerlingen spiegelend schrijven?
 PO | Taal | Vakken
Dat kinderen tot ongeveer 7 jaar soms spiegelend schrijven komt waarschijnlijk doordat bij hen het zogenoemde lateralisatieproces nog gaande is. Hersenen maken dan nog geen onderscheid tussen links en rechts. Dat betekent dat klasopstelling hier vermoedelijk geen invloed op heeft.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag