Wat hebben leerlingen uit 3-havo/vwo nodig voor een goed inzicht in de studies en beroepen die aansluiten op een bepaald profiel?

 VO | Ook interessant

Leerlingen die staan voor hun profielkeuze hebben baat bij een breed palet aan informatie en persoonlijke begeleiding. Gesprekken met een decaan, mentor of studieloopbaancoach kunnen leerlingen helpen inzicht te krijgen in hun keuzemotieven, en in hun interesses en capaciteiten. Informatie over vervolgopleidingen, beroepen en de arbeidsmarkt moet concreet en realistisch zijn.

De begeleiding bij profielkeuze is een fase in een langlopend studieloopbaantraject. Dat traject start met het bepalen van het onderwijsniveau in het voortgezet onderwijs, en eindigt bij de overgang naar de arbeidsmarkt. Over de effectiviteit van voorlichtingsactiviteiten voor profielkeuze is weinig bekend. Hetzelfde geldt voor profielkeuzedagen die scholen samen met vervolgopleidingen organiseren. Vanuit een breder perspectief op studiekeuzebegeleiding voor leerlingen in het voortgezet onderwijs is wel iets te zeggen over ‘wat werkt’.

Begeleiding bij het maken van een studiekeuze

Leerlingen zijn zich vaak niet bewust van hun studiekeuzemotieven. Sommige leerlingen gaan vooral uit van hun interesses en aanleg, anderen stellen hun ambities voorop. Een derde groep kiest vanuit hun actuele motivatie. Het is van belang aan die verschillende perspectieven tijdens de fase van de profielkeuze aandacht te besteden. Hetzelfde geldt voor de strategie. Waar sommige leerlingen uitgaan van het eerste idee is het beste, zijn andere geneigd om eerst alle voor- en nadelen zorgvuldig af te wegen. Het een is niet beter dan het ander.

Degene die de leerling begeleidt bij zijn keuzeproces zou in elk geval de autonomieontwikkeling van de leerling moeten ondersteunen. Zo’n begeleider stelt vooral coachende vragen die leiden tot zelfreflectie en aanzetten tot eigen initiatief. Daarnaast toont de begeleider interesse in de mogelijkheden en opvattingen van de leerling die een rol spelen in het keuzeproces. Leerlingen die actiever bezig zijn met het studiekeuzeproces, zijn meestal tevredener over hun keuze.

Voorts dienen begeleiders alert te zijn op de druk die jongeren ervaren vanuit hun omgeving, vooral van ouders. Zij mikken voor hun kind zo hoog mogelijk. Dat kan betekenen dat het kind zijn persoonlijke keuzes en interesses op de achtergrond plaatst. Vooral sturende ouders zijn medebepalend in de studiekeuze van hun kind. Zij letten daarbij ook op de inhoud van het studieprogramma en op de studiekosten. Het kind zelf kijkt meer naar sociale aspecten, zoals vrienden die naar dezelfde opleiding gaan.

Individuele begeleiding is de effectiefste vorm van studieloopbaanbegeleiding. Vooral gesprekken die de leerling inzicht geven in de relatie tussen hun doelen en de stappen die nodig zijn om die doelen te bereiken.

Zelfinzicht en zelfsturing

Om keuzes te leren maken, hebben leerlingen zelfinzicht en zelfsturing nodig. In dat proces werken leerlingen aan een aantal loopbaancompetenties. Het gaat in de eerste plaats om bewustwording van wat zij belangrijk vinden in het leven, en wat nodig is om prettig te kunnen werken. Vervolgens achterhalen leerlingen hun kwaliteiten en talenten voor hun toekomstige loopbaan en beroep. Die kunnen ze afzetten tegen de eisen die werkgevers stellen en een beroep van ze vraagt. Leerlingen moeten in staat zijn om leren en werken te plannen en te sturen. Ze moeten weloverwogen keuzes kunnen maken en de consequenties daarvan overzien. Ten slotte is het opbouwen en onderhouden van contacten op de arbeidsmarkt van belang. Zowel voor hun loopbaanontwikkeling als voor het kunnen vragen van feedback op het eigen functioneren.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Marianne Boogaard en José van der Hoeven (kennismakelaars Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - decaan

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag