In hoeverre kunnen tieners in gepersonaliseerde leersituaties zelfgestuurd leergedrag laten zien?

 VO | MBO | Zelfregulerend leren | Ook interessant

Er bestaan meerdere varianten van gepersonaliseerd leren. De sturing van het leren kan volledig bij de leerlingen worden gelegd, waarbij zij zelf het leerproces ter hand nemen. Maar de sturing kan ook deels of volledig door de docent worden uitgevoerd. Of leerlingen die zelfsturing aankunnen, hangt onder meer af van hun kennis, ervaring en leeftijd. Bij veel tieners is volledig zelfstandig leergedrag (nog) niet ten volle waar te maken. De hersenfuncties die voor dit leergedrag nodig zijn, zijn nog in ontwikkeling. Zelfregulatie kan wel worden geleerd door directe instructie, door gepaste feedback, door leerlingen te inspireren en uit te dagen, en door de sturing langzaamaan aan hen over te dragen. Een motiverende rol van de docent is daarbij een noodzakelijke voorwaarde.

Bij door de leerling gestuurde gepersonaliseerde leersituaties is het de bedoeling dat de leerlingen het leerproces zelf ter hand nemen. Hierbij hanteert de leerling diverse leerstrategieën, te weten:

  • cognitieve leerstrategieën (lezen, herhalen, relaties leggen),
  • metacognitieve of regulatieve strategieën (oriënteren, plannen, proces bewaken, bijsturen, evalueren)
  • motivationele strategieën (jezelf motiveren, concentreren, inspannen, waarderen).

Leerlingen die over meer strategieën en meer zelfregulerende vaardigheden beschikken, halen betere prestaties. Daarnaast is zelfregulatie gunstig voor de leermotivatie.

Motivatie

Als er in gepersonaliseerde leersituaties sprake is van meer zelfregulerend leren en van de inzet van ict, dan halen leerlingen betere leerresultaten. Maar gepersonaliseerd leren vereist wèl dat leerlingen onder meer de metacognitieve en regulerende vaardigheden beheersen. En dat ze die op gewenste momenten (kunnen) inzetten tijdens het leren. Als dat het geval is, dan werkt gepersonaliseerd leren motiverender en heeft het positieve effecten op de leerprestaties. Of het voor leerlingen met minder zelfregulerend vermogen ook motiverender werkt, komt niet duidelijk uit onderzoek naar voren.

Volgens de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan raken leerlingen gemotiveerder als ze het gevoel hebben mee te mogen beslissen (autonomie) en het gevoel hebben de leertaak aan te kunnen (competentie). Daarnaast dienen de leerlingen een relatie met onder andere de docent te ervaren. De theorie zegt niet dat de leerlingen altijd het best kunnen worden losgelaten. Het is dus niet zo dat, als de sturing van het leerproces volledig bij de leerlingen wordt gelegd, leerlingen gemotiveerder zijn, en het leren zelf ook echt gaan sturen.

Het tienerbrein

Het brein is gedurende de tienertijd en adolescentie nog volop in ontwikkeling, maar niet alle hersengebieden ontwikkelen zich even snel. Hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor het (zo optimaal mogelijke) leergedrag ontwikkelen zich als laatste. Zo veranderen de cognitieve vaardigheden (het denkvermogen) nog in belangrijke mate, net als de executieve functies. Deze functies zijn onder andere nodig voor de aansturing van de cognitieve vaardigheden en voor de regulatie van emoties en gedrag.

Alleen door nieuwe ervaringen op te doen en uitgedaagd te worden (in combinatie met rijping), kunnen de hersenen zich ontwikkelen. Onderzoekers zijn het erover eens dat aandacht voor het bevorderen van zelfsturing in het onderwijs belangrijk is. Maar daarbij moeten we tieners zeker niet (altijd) zelf hun gang laten gaan. Sturing en feedback van leraren, ouders en anderen zijn ook hierbij belangrijk.

Bevorderen van zelfregulatie: hoe dan?

De volgende factoren blijken zelfgestuurd leren effectief te bevorderen:

  • expliciete instructie van cognitieve en metacognitieve strategieën geïntegreerd in het curriculum
  • geleidelijke overgang van externe regulatie (door de docent) naar zelfregulatie (door de leerlingen)
  • leerlingen stimuleren hardop te denken en met hen praten over metacognitie
  • een emotioneel ondersteunende omgeving (aanmoediging en veiligheid)

Deze factoren zijn ook relevant voor het ontwerpen van gepersonaliseerde leeromgevingen. Een geleidelijke overgang van externe sturing naar interne sturing bevordert dat leerlingen hun leerproces zelf meer gaan sturen. Inspiratie, training in gewenste leerstrategieën en passende feedback zijn hierbij vaak nodig.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen en/of lees meer over de toepassing van dit antwoord door de vraagsteller.

Bij de Kennisrotonde zijn meer antwoorden te vinden over gepersonaliseerd leren, bijvoorbeeld Welk leerkrachtgedrag bevordert zelfgestuurd leren bij leerlingen? en Tijds- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren

Andere informatie: www.jellejolles.nl

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Christa Teurlings (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VO, MBO

Vraagsteller
vo-instelling - docent

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag