Wat werkt in het rekenonderwijs op de basisschool om bij leerlingen het automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen aan te leren?

 PO | Vakken

Veel oefenen helpt bij het leren automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen voor rekenen en wiskunde. Zwakke rekenaars zijn gebaat bij programma’s met een systematische lesopbouw, één strategie, directe instructie en herhalingsoefeningen. Ook een vorm van bewegend leren heeft een positief effect op het automatiseren. Over het beste moment en fasering is weinig bekend. Scholen met effectief onderwijs in het automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen rekenen en wiskunde onderscheiden zich van andere scholen door hun invulling van aanbod, onderwijstijd, didactisch handelen, zorg en begeleiding, en kwaliteitszorg.

Automatiseren is rekenhandelingen vrijwel routinematig uitvoeren. Voordat een leerling antwoord geeft op een som voert hij of zij snel enkele ‘ingesleten’ denkstappen uit. Memoriseren is het uit het hoofd kennen van de antwoorden van sommen. De leerling hoeft de uitkomst van een som niet meer te berekenen, die heeft hij paraat.

Het belang van het (werk)geheugen

Als een leerling goed kan automatiseren en memoriseren heeft dit een grote impact op het flexibel uitvoeren van berekeningen flexibel uitvoeren, het zelfbeeld voor rekenen en het maken van geavanceerde wiskundetaken later in de schoolloopbaan. Bij de leerling die basisbewerkingen heeft geautomatiseerd en gememoriseerd, blijft er een groter deel van het werkgeheugen beschikbaar voor de uitvoering van niet-geautomatiseerde handelingen. Het gaat daarbij niet alleen om het uitrekenen van sommen, maar ook om het tempo van het maken van de berekening.

Het automatiseren van basisbewerkingen moet worden onderhouden. Om de belangrijke informatie uit het kortetermijngeheugen op te slaan in het langetermijngeheugen is blijven oefenen belangrijk.

Succesvol onderwijs in automatiseren van basisbewerkingen

Het onderwijs in automatiseren van basisbewerkingen rekenen en wiskunde is uit te splitsen in aanbod, tijd, didactisch handelen, zorg en begeleiding, en kwaliteitszorg. Op rekensterke scholen zien die factoren er als volgt uit.

Het aanbod in de verschillende leerjaren sluit goed op elkaar aan. Er is een doorlopende lijn in het aanvullende aanbod. Leerkrachten differentiëren in de verwerkingsstof. Er is voldoende leertijd – minimaal tien minuten per dag – voor automatiseren van de basisbewerkingen. De onderwijstijd is afgestemd op de kenmerken van de leerlingenpopulatie en de verschillen tussen leerlingen binnen de groepen.

Leerkrachten zorgen voor interactieve instructie en wisselen af tussen werkvormen die gericht en productief oefenen stimuleren. De instructie is afgestemd op verschillen tussen leerlingen. De leerkrachten analyseren systematisch de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen en passen het onderwijsleerproces daarop aan.

Specifieke interventies

Er zijn geen harde gegevens over de wijze en het moment waarop leerkrachten het memoriseren en automatiseren effectief kunnen stimuleren. Enkele aanwijzingen zijn er wel. De eerste is ‘oefening baart kunst’. Leerlingen die meer oefenen scoren beter op automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen. Het lijkt erop dat die leerlingen dankzij de oefeningen en feedback meer zelfvertrouwen hebben.

De kenmerken van een rekenverbeterprogramma dat een positief effect heeft op de automatisering van basisbewerkingen van zwakke rekenaars in de bovenbouw, zijn een systematische opbouw, één strategie, herhaling bij het oefenen en directe instructie. Bij zwakke rekenaars in het speciaal onderwijs lijkt directe instructie beter te werken voor automatiseren. Voor andere leerlingen maakt geleide instructie in kleine groepjes of klassikale directe instructie geen verschil.

Leerkrachten zouden vaker gebruik kunnen maken van fysieke activiteit bij het herhalen en automatiseren van rekenoefenstof. Leerlingen die ‘bewegend’ oefenen met memoriseren, scoren duidelijk beter op rekentests dan inactieve leerlingen onder gelijke omstandigheden. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn het positieve korte- en langetermijneffect van bewegen op de werking van het brein, en de aandacht en taakgerichtheid van de leerlingen. 

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Rena Punt (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - bovenbouwcoördinator

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag