Wat is een effectieve rekendidactiek voor leerlingen in het basisonderwijs en hangt dat samen met kenmerken van de leerlingpopulatie?

 PO | Vakken | Ook interessant

Constructivistische rekenmethoden, zoals realistisch reken-wiskundeonderwijs, leveren geen betere resultaten op dan traditionele rekenmethoden zoals directe instructie, maar ze doen er ook niet voor onder. De rekenprestaties hangen samen met de kennis en vaardigheden van de leraar, de interactie tussen leraar en leerlingen en de aandacht en tijd voor rekenen-wiskunde. Rekenzwakke leerlingen lijken problemen te ondervinden bij relatief open didactische methoden, omdat zij meer behoefte aan structuur hebben dan betere rekenaars.

In het rekenonderwijs gebruiken leraren zowel het directe instructie-model als verschillende vormen van constructivistisch onderwijs; een daarvan is realistisch rekenen. Sommige leraren gebruiken onderdelen van beide methoden naast elkaar. Uit onderzoek blijkt dat de ene rekendidactiek niet beter of slechter werkt dan de andere.

Realistisch reken-wiskundeonderwijs

Constructivistische rekenmethoden, zoals het realistisch rekenonderwijs, gaan ervan uit dat kennis en vaardigheden niet alleen passief moeten worden overgedragen. Het leren is een actief, cognitief proces, waarbij de leerling zelf ook kennis en vaardigheden ontdekt en construeert. Het idee is dat die kennis daardoor langer en beter beklijft. Bij realistisch rekenen worden opgaven in een context geplaatst die aansluit bij de belevingswereld van de leerlingen. Zij moeten zelf ook ideeën en oplossingen aandragen.

Directe instructie

Bij directe instructie reikt de leraar één efficiënte standaardmethode aan om een bepaald type opgave op te lossen. De leerlingen oefenen tot ze die beheersen en ontwikkelen zo de beoogde kennis en vaardigheden. Voorstanders van deze methode vinden dat realistisch rekenen vooral voor gemiddelde en zwakke leerlingen verwarrend is, omdat er verschillende strategieën door en naast elkaar worden gebruikt. Zo kunnen leerlingen vaak geen goede keuze maken voor de beste oplossingsmethode. Verder zou de zogenoemde ‘hapjesmethode’ bij delen tot slechtere leerresultaten leiden dan de standaardalgoritmen zoals de staartdeling.

De beste rekendidactiek: de leraar maakt het verschil

Een speciaal aangestelde commissie onderzocht de relatie tussen rekendidactiek en rekenvaardigheid. Er is geen overtuigend verschil tussen beide didactieken in effectiviteit behalve voor zwakkere rekenaars; zij hebben meer baat bij vormen van directe instructie. Belangrijk voor leerprestaties zijn de manier waarop de betreffende didactiek wordt uitgewerkt en de interactie tussen de leraar en leerling. Meer onderwijstijd en aandacht voor rekenen leidt ook tot betere resultaten. Ook de vakinhoudelijke en pedagogische kennis en goed klassenmanagement van de leraar dragen meer bij aan de rekenprestaties van leerlingen dan de rekenmethode. Wat ook positief werkt, is leerlingen uitgebreide feedback geven. Huiswerk heeft een klein positief effect op rekenprestaties, het integreren van rekenen in andere vakken niet.

Succesvolle rekenverbeterprogramma’s

Uit een andere studie blijkt dat het rekenverbeterprogramma Kwaliteitsversterking rekenen en wiskunde tot betere rekenprestaties leidt. Dit programma zet in op adaptieve instructie, formatieve toetsing, kwaliteit van instructie en actief leren. Ook het programma Zo leer je kinderen rekenen is effectief. Dit gaat uit van een systematische opbouw, herhaling bij het oefenen, aanbieden van één strategie en groepsgewijze directe instructie. Het programma helpt vooral zwakke rekenaars beter te automatiseren. Verder bleken leerlingen te profiteren van reken(oefen)spellen op de computer en van trainingen die hen helpen uitwerkingsstappen te expliciteren en te noteren. Ook het bevorderen van zelfvertrouwen en motivatie verbetert de rekenprestaties.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Andere relevante Kennisrotonde-antwoorden:

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan antwoordspecialist Joost Meijer  (Kohnstamm Instituut) en Edith van Eck (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Gerelateerde vragen:

Dragen zelfwerkzaamheid en groepswerk in rekenonderwijs bij aan een abstract rekenniveau in groep 3-5?
 PO | Vakken
De ontwikkeling van rekenvaardigheid en inzicht staan bij rekenen centraal. Daarbij is rekenvaardigheid een voorwaarde om inzicht te ontwikkelen. Niet bekend is echter hoe het behalen van beheersingsniveaus in rekenen en rekendidactiek samenhangen. Dus de vraag is niet direct te beantwoorden. Er zijn wel factoren die de rekenontwikkeling kunnen stimuleren. Bijvoorbeeld gelegenheid creëren om te leren, instructie op maat, uitdagingen bieden en een focus op wiskundig probleemoplossen. Daarbij lijkt didactische ondersteuning, zoals het aanbieden van opgaven met beelden, goed te werken.
Lees verder
Wat is het effect van kolomsgewijs rekenen, als tussenstap, op de rekenprestaties van leerlingen?
 PO | Vakken
Het maakt waarschijnlijk weinig uit of kolomsgewijs rekenen wel of niet als tussenstap tussen hoofdrekenen en cijferen aan leerlingen wordt aangeboden. Rekenmethoden blijken een verwaarloosbaar tot hooguit klein effect te hebben op rekenprestaties.
Lees verder
Wat is het effect van concrete materialen in het rekenonderwijs op de prestaties van leerlingen in groep 3 tot en met 8?
 PO | Vakken
Het gebruik van driedimensionale materialen heeft een klein tot matig positief effect op rekenprestaties, vergeleken met het gebruik van abstracte rekenkundige symbolen. Vooral op de basisvaardigheden voor rekenen hebben concrete materialen een positieve invloed.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag