Wat weten we over de relatie tussen ouderbetrokkenheid en leerresultaten van leerlingen?

 PO | VO | Gelijke kansen | Ouderbetrokkenheid
vader helpt dochter met huiswerk

Samenwerking tussen ouders en school, in het algemeen aangeduid als Family-School-Partnership (FSP) of educatief partnerschap, bestaat in verschillende vormen. Niet alle vormen van ouderbetrokkenheid zijn even effectief. Zo blijkt uit onderzoek dat we meer kunnen verwachten van ouderbetrokkenheid thuis (samen lezen, helpen bij huiswerk, praten over school) dan van ouderbetrokkenheid op school (contact tussen leraren en ouders en ouderparticipatie). Effecten van ouderbetrokkenheid zijn groter naarmate de sociale status van ouders lager is. Daarbij is het wel een voorwaarde dat de school deze ouders als serieuze gesprekspartners ziet. Niet alleen feitelijke samenwerking, maar ook de houding en verwachtingen van leraren doen ertoe. Ouders met een laag opleidingsniveau voelen zich meer betrokken dan veel leraren denken.

In onderzoeksliteratuur wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van educatief partnerschap: contact tussen leraren en ouders (elkaar informeren, verwachtingen uitspreken, de voortgang van de kinderen bespreken, nieuwsbrieven versturen en lezen), betrokkenheid op school (ouderparticipatie) en ouderbetrokkenheid thuis. Effectieve activiteiten van thuisbetrokkenheid zijn samen lezen, bezoek aan bibliotheek, het doen van educatieve spelletjes met cijfers en letters, rijmen en zingen. Verder is ouderbetrokkenheid vooral effectief als deze het positieve zelfbeeld van de leerling versterkt. Ouders kunnen dat positief beïnvloeden door bijvoorbeeld het uiten van hoge verwachtingen. De positieve effecten van thuisbetrokkenheid zijn gevonden voor leerlingen van verschillende leeftijden: in de voor- en vroeg¬schoolse periode, tijdens de basisschool en tijdens het voortgezet onderwijs

Effecten van thuisbetrokkenheid

Dat thuisbetrokkenheid sterker effect sorteert dan betrokkenheid op school wordt duidelijk uit enkele internationale overzichtsstudies. Hieruit blijkt dat ouderbetrokkenheid thuis positieve effecten heeft op leerlingenuitkomsten in zowel het basis- als het voortgezet onderwijs. In Nederlands onderzoek is een positieve invloed aangetoond op de cognitieve ontwikkeling en taalprestaties van kinderen. Bij jongere kinderen was het effect groter dan bij oudere kinderen van de basisschool. In onderzoek binnen het voortgezet onderwijs zijn positieve effecten gevonden van thuisbetrokkenheid op de prestaties en de houding ten aanzien van wiskunde.

Relatie ouderbetrokkenheid en sociale status

Ouderbetrokkenheid was in Nederland lange tijd vooral gericht op gezinnen met een sociaal-economisch zwakkere positie. Nog steeds worden scholen geconfronteerd met de kloof tussen thuis- en schoolcultuur als het gaat om gezinnen met een lage sociaal-economische status. Hoopgevend is dat onderzoek laat zien dat de effecten van ouderbetrokkenheid groter zijn, naarmate de sociale status van de ouders lager is. Een reden daarvoor kan zijn dat hogere milieus over allerlei compensatiemogelijkheden beschikken bij een lage mate van ouderbetrokkenheid, vanwege het culturele en sociale kapitaal in de omgeving van het kind. Een andere, gerelateerde reden daarvoor is dat bij deze groepen nog veel winst te boeken is met betrekking tot de ontwikkeling van kinderen door de ouderbetrokkenheid te bevorderen.

Mismatch in verwachtingen

Een Nederlandse studie uit 2007 laat zien dat niet alleen feitelijke samenwerking, maar ook de houding en verwachtingen van leraren ertoe doen. Veel leraren overschatten de betrokkenheid van hoger opgeleide ouders en hebben twijfels over de competenties van vooral ouders uit de lagere sociaal-economische milieus en ook die van allochtone ouders. Deze ouders zeggen zelf desgevraagd wel degelijk geïnteresseerd te zijn in de ontwikkeling van hun kinderen en over hen positieve verwachtingen hebben. Er kan sprake zijn van een mismatch in verwachtingen. Zo zijn veel allochtone ouders vooral geïnteresseerd in de vorderingen van hun kind, terwijl de school de ouders vooral wil informeren over de onderwijsaanpak en het schoolsysteem.

Meer weten?

Lees hier het volledige rapport geschreven naar aanleiding van de vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Anne Luc van der Vegt.

Onderwijssector
PO, VO

Vraagsteller
schoolbestuur - adviseur of beleidsmedewerker

Gerelateerde vragen:

Welke voor- en nadelen zien scholen, ouders en besturen in ouderportalen? En waarom gebruikt het primair onderwijs deze minder vaak dan het voortgezet onderwijs?
 PO | VO | Ouderbetrokkenheid
Ouderportalen kunnen bestaande communicatie versterken, is de ervaring van scholen. En ouders zijn volgens hen beter geïnformeerd. Daardoor worden face-to-face gesprekken inhoudelijker en voelen ouders zich meer betrokken. Veel scholen voelen niettemin enige reserve, vooral omdat ze het idee hebben dat digitale informatie over leervorderingen onduidelijk kan zijn voor ouders. In het primair onderwijs is er keuze uit verscheidene ouderportalen. Maar de meeste hebben geen directe koppeling met een leerlingadministratiesysteem. In het voortgezet onderwijs is die koppeling tussen ouderportalen en die systemen er wel.
Lees verder
Hoe kunnen basisscholen bij educatief partnerschap ouders beter informeren over het schooladvies?
 PO | Ouderbetrokkenheid
Bij educatief partnerschap worden ouders gezien als samenwerkingspartners van de school in opvoeding en het leerproces van leerlingen. Die relatie is wederzijds, ouders en school moeten beide initiatief tonen. Als de leraar ouders regelmatig informeert over schoolwerk en ontwikkeling van de leerling, bevordert dit de betrokkenheid van de ouders. Ook helpt dit (realistische) verwachtingen te kweken. Dat kan onder andere door de resultaten van de leervolgsystemen in groep 6 met ouders te delen en deze goed toe te lichten.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag