Wat is er bekend over de relatie tussen vreemde talendidactiek en leeropbrengsten voor Engels als vreemde taal bij leerlingen van 4 tot 12 jaar?

 PO | Taal | Vakken

Langere blootstelling aan Engels in het onderwijs leidt niet automatisch tot hogere taalvaardigheid in Engels. De intensiviteit en de inhoud van het lesaanbod blijken cruciaal voor de bevordering van de taalontwikkeling in een vreemde taal. De vreemde taal in interactie gebruiken, is bewezen effectief. Ook kunnen strategieën die worden gebruikt in de moedertaal goed worden ingezet in de vreemde taal. Daarnaast blijken leerkrachtkenmerken van invloed op de leerprestaties.

Hoewel niemand zal betwijfelen dat tijdsinvestering bij taalleren een belangrijke factor is, blijkt de invulling van die tijd van de grootste betekenis. De kwaliteit van de instructie en de ondernomen activiteiten in de lessen lijken dus factoren die ertoe doen.

Succesvol vreemdetalenonderwijs bevat onder andere de volgende aspecten:
– Communicatieve strategieën in de moedertaal benutten voor het leren van de vreemde taal.
– Een aanpak die aansluit bij de (communicatieve) behoeften van de leerlingen.
– Leren van de vreemde taal in betekenisvolle contexten, bijvoorbeeld Engels in de vakken.
– Het benutten van de twee talen in het curriculum.
– Investeren in het klasse- en schoolklimaat.

Leraar

De leerkracht is ook van invloed op de leerprestaties Engels. Zo blijkt de taalvaardigheid van de leerkracht een relevante factor. De taalontwikkeling van leerlingen gaat sneller bij leerkrachten met een taalvaardigheid op C1/C2 niveau (vergevorderd) en bij native speakers, dan bij leerkrachten met een B1/B2 niveau (gevorderd). Wat betreft mondelinge woordenschatverwerving in een vreemde taal bij 6-8 jarigen scoorde de groep leerlingen die les kreeg van de minst ervaren en niet gekwalificeerde leerkracht het laagst. En als de leraar het idee heeft dat leerlingen geïnteresseerd zijn in Engels heeft dat positieve invloed op de resultaten van de woordenschattoets. Ook hoe de leraar de leerprestaties van goede leerders inschatten heeft positieve invloed.

Uit een aantal casestudies in verschillende Europese landen kwamen vergelijkbare succesvolle kenmerken van leraren naar voren: hoge motivatie, een goed onderwijsklimaat creëren met positieve relaties met leerlingen, en de aandacht van leerlingen kunnen vasthouden.

Didactische aanpak

Tussen de didactische aanpak van de leerkracht en het doeltaalgebruik van kleuters lijkt een verband te bestaan. Werkvormen, zoals liedjes zingen, het benoemen van en spelen met objecten en interactief voorlezen, zorgden voor meer doeltaalgebruik door leerlingen. Opdrachten verstrekken en de noodzaak om een boodschap over te brengen, stimuleren bovendien meer of complexer doeltaalgebruik. Daarnaast bleek het veelvuldig gebruik van de doeltaal als voertaal in het kleuteronderwijs positief samen te hangen met spontaan en niet ingestudeerd doeltaalgebruik door leerlingen.

Leerprestaties

Hoewel in het algemeen wordt aangenomen dat jong starten met het leren van een vreemde taal op school tot betere resultaten leidt, wijst onderzoek uit dat dit niet eenduidig is. Onderzoek onder13-14 jarigen in Kroatië liet bijvoorbeeld zien dat leerlingen met 8 jaar Engelse les geen betere lezers waren dan leerlingen met 5 jaar Engelse les. Leerlingen die later starten met het leren van Engels waren bij een gelijk aantal instructie-uren in het voordeel, zo bleek uit Spaans onderzoek. Ook op de lange termijn bleken jonge starters soms wel en soms niet beter te presteren. Echter, deze Spaanse resultaten zijn niet zomaar van toepassing op de Nederlandse situatie, omdat Spaanse kinderen buiten school nauwelijks in contact met de Engelse taal komen.

In Nederland is onderzoek gedaan naar leerprestaties voor Engels van leerlingen in het reguliere basisonderwijs en leerlingen in tweetalig onderwijs in groep 8. Hoewel de gemiddelde score op alle schriftelijke toetsen (luistervaardigheid, leesvaardigheid en woordenschat en zinsstructuur in context) voor de leerlingen in het tweetalig onderwijs hoger was, waren de verschillen tussen de scholen binnen beide groepen groot. Dat betekent dat leerprestaties voor Engels op sommige scholen met tweetalig onderwijs lager waren dan in het reguliere basisonderwijs. Dat kan zowel liggen aan verschillen in didactiek als aan verschillen in de leerlingpopulaties. Wel scoorden leerlingen in het tweetalig onderwijs op de mondelinge toetsen significant hoger dan leerlingen in het reguliere basisonderwijs.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Andere relevante artikelen/websites zijn:

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan José van der Hoeven en Raisa Huijsmans. Zij hebben hiertoe Rick de Graaff (Universiteit Utrecht) geconsulteerd.

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
Inspectie van het Onderwijs

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag