Hoe kunnen basisscholen bij educatief partnerschap ouders beter informeren over het schooladvies?

 PO | Ouderbetrokkenheid

Bij educatief partnerschap worden ouders gezien als samenwerkingspartners van de school in opvoeding en het leerproces van leerlingen. Die relatie is wederzijds, ouders en school moeten beide initiatief tonen. Als de leraar ouders regelmatig informeert over schoolwerk en ontwikkeling van de leerling, bevordert dit de betrokkenheid van de ouders. Ook helpt dit (realistische) verwachtingen te kweken. Dat kan onder andere door de resultaten van de leervolgsystemen in groep 6 met ouders te delen en deze goed toe te lichten.

Bij educatief partnerschap ondersteunen ouders en de school elkaar en proberen ze hun bijdragen zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen. Doel is het leren, de motivatie en de ontwikkelingen van de kinderen te bevorderen.

De term partnerschap geeft aan dat de relatie een wederzijds karakter heeft. Het gaat niet alleen om een beweging van ouders richting de school, maar ook om een beweging van de school richting de thuissituatie. Het kind staat hierbij centraal. Het idee achter educatief partnerschap is dat ouders en school hun ervaringen en kennis allebei inzetten en als partners gelijkwaardig zijn. Ze kunnen samen zo meer bereiken voor het kind dan ieder afzonderlijk.

De samenwerking tussen ouders en school vindt plaats op pedagogisch en didactisch gebied. Pedagogische samenwerking betekent dat school en ouders afspraken maken over opvoedkundige kwesties als straffen/belonen, en normen en waarden bijbrengen. Bij didactische samenwerking kan het onderwijs verbeteren door ouders goed te informeren, verwachtingen uit te spreken naar ouders en deze in te schakelen bij het leerproces van hun kind.

Het initiatief voor educatief partnerschap ligt bij de school. Leerkrachten zijn verantwoordelijk voor het onderhouden van de contacten met de ouders. Dit bepaalt hoe betrokken ouders zijn en of de samenwerking slaagt.

Schooladvies

Basisscholen bepalen zelf hoe het schooladvies tot stand komt en welke gegevens ze daarvoor gebruiken. Ze kunnen gegevens gebruiken uit het leerlingvolgsysteem als ook observaties van de ontwikkeling van de leerling. Vaak geven basisscholen een toelichting op het advies. Sommige scholen geven aan het eind van groep 7 of het begin van groep 8 al een voorlopig schooladvies af. Tijdens de zogenoemde definitieve schooladviesgesprekken bespreekt de leerkracht zowel het resultaat (van bijvoorbeeld de Cito-toets) als zijn of haar mening over dit resultaat met de ouders. Soms ontstaan er conflicten tussen ouders en leerkrachten door een tegenvallend schooladvies of een verwijzing naar het speciaal onderwijs.

Ouders informeren

Voor het educatief partnerschap is het belangrijk dat er vertrouwen ontstaat tussen de leerkracht en de ouders. En ouders moeten erop vertrouwen dat de leerkracht competent is en het beste met hun kind voor heeft. Een gesprek over wederzijdse verwachtingen tussen leraar en ouders aan het begin van het jaar kan helpen die vertrouwensband te creëren. Ouders geven aan dat goed contact met leerkrachten begint bij een relatie bouwen voordat de ‘belangrijke dingen’ worden besproken.

Tienminutengesprekken zijn niet (lang) genoeg om ouders op hun gemak te stellen. Er moet ook regelmatig laagdrempelig contact zijn met leraren, voor of na school op het schoolplein bijvoorbeeld. Op sommige basisscholen worden sociale aspecten besproken in oktober en in februari de cijfers, volgens de ouders is dit veel te laat. Als de leraar ouders regelmatig informeert over schoolwerk en ontwikkeling van de leerling, bevordert dit de betrokkenheid van de ouders. Ook helpt dit (realistische) verwachtingen te kweken. Geef ouders bijvoorbeeld al in groep 6 inzage in de resultaten van de leervolgsystemen. Ouders weten dan op welk niveau hun kind op verschillende vakken scoort en kunnen zo worden betrokken bij het ontwikkelingsproces. Ouders blijken soms niet te weten wat de resultaten betekenen. Het is daarom belangrijk deze goed toe te lichten.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Devorah van den Berg en Jo Scheeren (CAOP) en Ruud van der Aa (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
pabo - student

Gerelateerde vragen:

Wat is de invloed van ouderbetrokkenheid op het zelfgestuurde leerproces van leerlingen die werken met kindportfolio’s?
 PO | Ouderbetrokkenheid | Zelfregulerend leren
Zowel het gebruik van portfolio’s als zelfgestuurd leren hebben positieve effecten op de ontwikkeling van leerlingen: meer zelfvertrouwen, betere zelfregulatie, hogere prestaties. Bovendien kunnen portfolio’s zelfgestuurd leren bevorderen.Welke invloed ouderbetrokkenheid daarop heeft, daar heeft onderzoek nog geen antwoord op. We weten wel dat ouderbetrokkenheid een positief effect heeft als deze de ontwikkeling van de kinderen direct stimuleert. Een motiverende rol van ouders kan het zelfgestuurd leren met portfolio’s dus bevorderen.
Lees verder
Wat is de meerwaarde van de Cito-toetsen Woordenschat voor het volgen van de woordenschatontwikkeling?
 PO | Taal | Toetsen & feedback | Vakken
De toetspakketten LOVS Woordenschat van Cito zijn een hulpmiddel om op lange termijn het globale woordenschatniveau (brede woordenschat en diepe woordenschat) en de woordenschatontwikkeling van leerlingen in kaart te brengen. De resultaten van de toets geven informatie over die ontwikkeling en kunnen helpen om beslissingen te nemen over de schoolloopbaan van leerlingen. Om positieve effecten te sorteren op de woordenschatontwikkeling zouden scholen de toets ook formatief kunnen gebruiken. Dan zetten ze de toetsresultaten in om het woordenschatonderwijs aan te passen. Dit vereist een aantal randvoorwaarden: eigenschappen van de toets zelf, de frequentie van afname, de leerling, de schoolcultuur, de inrichting van het (digitale) LOVS en de expertise van schoolteams.
Lees verder
Hoe moeten oudergesprekken worden ingevuld naar tevredenheid van zowel ouders als leraren?
 PO | Ouderbetrokkenheid
Scholen staan voor de taak om educatief partnerschap een goede invulling te geven. Basis daarvoor vormt een ouderbeleid waarin afspraken, procedures, overlegstructuren en verantwoordelijkheden duidelijk zijn. Daarnaast is het belangrijk dat de partners bereid zijn tot samenwerking met respect voor ieders inbreng. Oudergesprekken blijken effectief wanneer er ruimte is voor uitwisseling, er vertrouwen is en een focus op onderwijsondersteunend gedrag. Gespreksprotocollen, reflectie en intervisie kunnen ondersteuning bieden. En deze kunnen de benodigde partnerschapsvaardigheden van leraren helpen ontwikkelen.
Lees verder
Wat weten we over de relatie tussen ouderbetrokkenheid en leerresultaten van leerlingen?
 PO | VO | Gelijke kansen | Ouderbetrokkenheid
Samenwerking tussen ouders en school, in het algemeen aangeduid als Family-School-Partnership (FSP) of educatief partnerschap, bestaat in verschillende vormen. Niet alle vormen van ouderbetrokkenheid zijn even effectief. Zo blijkt uit onderzoek dat we meer kunnen verwachten van ouderbetrokkenheid thuis (samen lezen, helpen bij huiswerk, praten over school) dan van ouderbetrokkenheid op school (contact tussen leraren en ouders en ouderparticipatie). Effecten van ouderbetrokkenheid zijn groter naarmate de sociale status van ouders lager is. Daarbij is het wel een voorwaarde dat de school deze ouders als serieuze gesprekspartners ziet. Niet alleen feitelijke samenwerking, maar ook de houding en verwachtingen van leraren doen ertoe. Ouders met een laag opleidingsniveau voelen zich meer betrokken dan veel leraren denken.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag