Hoe kunnen middelbare scholen instromende nt2-leerlingen het beste ondersteunen om hun potentie te bereiken?

 VO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan | Taal | Vakken

Nt2-leerlingen in de vo-leeftijd bereiken doorgaans een minder hoog onderwijsniveau dan andere leerlingen. In Nederland is het de bedoeling dat nieuwkomers zo snel mogelijk in het regulier onderwijs instromen en dat blijkt niet optimaal. Wat wel positief bijdraagt aan de ontwikkeling van nieuwkomers zijn onder andere een goede intake, en veiligheid en steun bieden tijdens de onderwijsloopbaan. Meertaligheid stimuleren en inzetten, is voor het leren beter. Dat geldt ook voor het aanbieden van de nieuwe taal in een vakcontext of anderszins zinvolle inhoud. Ook helpt het nieuwkomers in heterogene groepen te laten werken, mits goed gefaciliteerd door de docent. En ga ervan uit dat ouders positief betrokken zijn, ook al is dat niet meteen duidelijk.

In heel Nederland krijgen vo-scholen te maken met nieuwkomers: leerlingen tussen de 12 en 18 jaar die minder dan 2 jaar in Nederland zijn en nog geen Nederlands spreken. In de beginfase is er aandacht en ondersteuning voor nieuwkomers. Maar vervolgens moeten zij zich zo snel mogelijk voegen binnen het bestaande systeem. Dat betekent dat het niveau van de leerling zo snel mogelijk moet worden vastgesteld zodat deze kan instromen in een bijpassend regulier onderwijstype. Deze snelle keuze voor een schooltype ondermijnt de voortgang van nieuwkomers in de middelbare school leeftijd.

Potentie bereikt?

In Nederland komen nieuwkomers die te oud zijn voor de basisschool veelal terecht in een Internationale Schakelklas (ISK). Dit kan een aparte school zijn, maar ook een afdeling van een vo-school of roc (vaak voor de 16+ leerlingen). Soms stromen nieuwkomers direct in op een reguliere school. De meeste ISK’s zijn ondergebracht bij een vmbo.

Van de leerlingen die naar het vo uitstromen, stroomt naar schatting 70 procent naar het praktijkonderwijs of vmbo-basis of -kader door. En van de jongeren die naar het mbo gaan, zou 80 procent naar de entreeopleiding gaan. Deze geschatte uitstroomgegevens wijken behoorlijk af van de uitstroomniveaus van reguliere leerlingen. Gezien de variëteit aan nieuwkomers is het onwaarschijnlijk dat zij daadwerkelijk grotendeels thuishoren in de laagste onderwijstypen. Er wordt weinig evaluatieonderzoek gedaan naar het onderwijs aan nieuwkomers en de groep wordt niet gemonitord.

Aanbevelingen

Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar de beste manier om nieuwkomers zich naar hun vermogen te laten ontwikkelen. Uit kleinschalig onderzoek is wel een aantal aanbevelingen te destilleren voor onderwijs aan nieuwkomers in het vo.

  • Houd een uitgebreide intake en deel de relevante kennis met alle docenten (bijvoorbeeld geformuleerd als ondersteuningsbehoefte). Als een leerling uit een ISK doorstroomt, is een warme overdracht de start van de intake van de vo-school.
  • Zorg voor een vaste contactpersoon of begeleider voor elke individuele nieuwkomer en zorg voor een goed pedagogisch klimaat. Bevorder contact met Nederlandse leerlingen en voorkom uitsluiting. Alleen zeggen dat een school diversiteit omarmt, betekent niet dat er een gastvrij klimaat is. Focus niet enkel op schoolresultaten, het gaat ook om het welbevinden.
  • Wees niet bang voor meertaligheid. Geef nieuwkomers de vrijheid soms iets in de eigen taal te doen en houd niet geforceerd vast aan het Nederlands. Een docent kan best af en toe in het Engels iets toelichten als dat helpt om wiskunde beter te begrijpen.
  • Bied rijke taal aan in een betekenisvolle context, bijvoorbeeld in de context van vakinhoud.
  • Bied langdurige taalondersteuning (er is 4 – 7 jaar nodig).
  • Ouderbetrokkenheid: ga uit van een positieve grondhouding bij ouders, ook al uit die zich niet op de voor jou bekende manier.
  • Geduld: beslis niet te snel dat een nieuwkomer op het verkeerde schooltype zit en accepteer dat de loopbaan afwijkend kan verlopen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Zie ook het antwoord van de Kennisrotonde over ouderbeleid.

En het artikel over ex-vluchtelingen op school van Maarse, J. en Boerboom, H. (2017).

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sandra Beekhoven (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Jan Maarse (Sardes) geconsulteerd. 

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
samenwerkingsverband - orthopedagoog

Gerelateerde vragen:

Hoe kunnen scholen betrokkenheid van ouders versterken en wat vraagt dit van de leerkrachten?
 PO | Gelijke kansen | Ouderbetrokkenheid
Educatief partnerschap biedt een goede insteek om de wederzijdse betrokkenheid van school en ouders te versterken. De school is leidend bij de vormgeving van educatief partnerschap. Voldoende ruimte voor inbreng van de ouders is echter een voorwaarde voor succes. Belangrijk is dat scholen en de leraren positief en onbevooroordeeld staan tegenover de betrokkenheid van ouders. Ook is het goed als zij oog hebben voor cultuurverschillen en verschillen tussen ouders. Zij moeten met die verschillende ouders kunnen communiceren en kritisch kunnen kijken naar hun eigen geschiedenis en rol daarvan in het contact.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag