Is er een plafond aan het leervermogen van sommige volwassenen, waardoor ze het vereiste niveau voor de startkwalificatie niet kunnen behalen? 

 VOLWASSENENEDUCATIE

Het startniveau van de leerder, het aantal lesuren en de inzet van formatieve toetsing beïnvloeden het leren van de basisvaardigheden die horen bij de startkwalificatie door volwassen cursisten. Wanneer het niet meer zinvol is een cursus te blijven volgen als de vooruitgang stagneert, is niet betrouwbaar vast te stellen. Het is dus onduidelijk of er een plafond is aan het leervermogen van sommige volwassenen. 

Er is weinig onderzoek naar de effectiviteit van onderwijs aan laaggeletterde volwassenen. Volgens een bepaalde leercurve kan iedere volwassene zich zijn hele leven blijven ontwikkelen. Maar het is niet te zeggen in hoeverre de leercurve dusdanig afvlakt dat sommige volwassenen het vereiste niveau van een startkwalificatie niet kunnen behalen.

Vooruitgang basisvaardigheden

De meeste mensen halen een startkwalificatie voor hun achttiende levensjaar, in de periode dat ze voltijds naar school gaan. Het leren van basisvaardigheden – taal- en rekenvaardigheden vergelijkbaar met vmbo-niveau of mbo 1, 2 of 3 – die horen bij de startkwalificatie is in de volwasseneducatie geen voorspelbaar proces. Het is niet zo dat elk uur extra onderwijs zorgt voor een meetbare vooruitgang in een vaardigheid. De vooruitgang in basisvaardigheden wordt beïnvloed door het startniveau van de leerder, het aantal contacturen en de manier van toetsing.

Startniveau van de leerder

Toename of afname van beïnvloeden zowel algemene als specifieke kennis en vaardigheden. Een afname van deze basisvaardigheden kan komen door het ouder worden of wanneer iemand de vaardigheden onvoldoende gebruikt. Anderen hebben het voortgezet onderwijs voortijdig verlaten en hebben daarom hun basisvaardigheden minder ontwikkeld. Iemand die slechts een paar jaar onderwijs heeft genoten, heeft een dermate grote achterstand dat veel tijd nodig is om alsnog op het niveau van een diploma te komen. Iemand die in het examenjaar stopte met school heeft minder tijd nodig.

Aantal contacturen

Er is een duidelijke relatie tussen het aantal benodigde contacturen en vooruitgang in de basisvaardigheden. Het is goed om hierbij in gedachte te houden dat het aantal uren dat een cursus duurt een fractie betreft van het aantal uren waarin leerlingen in een reguliere onderwijssituatie basisvaardigheden leren. Bij een intensieve cursus van meer dan 20 uur per week is er een positief effect van het aantal uren dat volwassenen meedoen. Boven de drempel van 20 uur per week helpt het om nog meer uur les te volgen.

Manier van toetsing

Toetsen draagt het meeste bij aan leerprestaties en leerwinst als de nadruk ligt op formatief toetsen. Ook in de volwasseneneducatie leveren formatieve beoordelingen een bijdrage aan de leerwinst. Volwassen leerders voelen zich door het ontvangen van feedback en formatief toetsen meer betrokken bij de cursus. Daardoor nemen ze langer deel aan cursussen en zal hun vaardigheidsniveau toenemen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Ander relevant Kennisrotonde-antwoord:

Welke interventies van docenten NT2 kunnen anderstaligen stimuleren en motiveren om buiten de les en buiten de school aan hun taalontwikkeling te werken?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Lisanne Bos (antwoordspecialist) en Sandra Beekhoven (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
VOLWASSENENEDUCATIE

Vraagsteller
volwasseneducatie - procescoördinator

Gerelateerde vragen:

Welke interventies kunnen NT2-docenten inzetten om laagopgeleide, anderstalige cursisten te motiveren om ook buiten de les de Nederlandse taal te leren?
 VOLWASSENENEDUCATIE | Motivatie | Taal | Vakken | Vernieuwingsonderwijs
Anderstalige volwassenen leren beter een tweede taal als zij zowel binnen als buiten de les actief zijn met die taal. Om de motivatie voor het leren buiten de les te versterken is het belangrijk dat docenten inspelen op de interesses en ervaringen van hun cursisten. Daarnaast moet de lesstof goed aansluiten op realistische situaties. Docenten kunnen hen ook stimuleren door te zorgen voor een positieve leerervaring en hen wijzen op plekken buiten de les (zoals een taalcafé) waar ze kunnen oefenen.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag