Hoe kunnen lerarenopleiders studenten begeleiden om in dialoog goede onderzoeksvragen te formuleren?

 LERARENOPLEIDING | Professionalisering | Ook interessant

Een goede onderzoeksvraag is relevant voor de praktijk, verankerd in de theorie, precies geformuleerd, functioneel en consistent. Veel studenten vinden het moeilijk om tot een goede onderzoeksvraag te komen, in interactie met betrokkenen in de praktijk en gebruikmakend van theorie. Studenten hebben hiervoor verschillende soorten kennis, vaardigheden en houdingsaspecten nodig. Er is nauwelijks effectonderzoek gedaan naar manieren waarop lerarenopleiders hen daarbij het best kunnen begeleiden. Er zijn wel verschillende onderbouwde werkvormen die kunnen helpen en de dialoog kunnen stimuleren tussen begeleiders, studenten onderling en betrokkenen uit de praktijk, zoals de 5W+H-methode.

Studenten op lerarenopleidingen moeten regelmatig praktijkgericht onderzoek uitvoeren. Dat betekent om te beginnen dat zij een consistente onderzoeksvraag moeten formuleren naar aanleiding van een vraagstuk uit de praktijk. Veel studenten vinden het ten eerste moeilijk om de vertaalslag te maken naar de abstracte en conceptuele taal van de theorie. Ook hebben zij vaak moeite om een precieze vraag te formuleren die methodologisch consistent is. Samenwerken met belanghebbenden in de onderwijspraktijk vraagt bovendien een andere invulling van hun rol en ook dat blijkt lastig.

Nauwelijks onderzoek naar effectieve begeleiding

In het algemeen blijkt dat studenten onderzoek het beste leren doen door het zelf te doen met een structurerende en coachende begeleiding. Onderzoek naar effectieve begeleiding dat zich specifiek richt op de startfase van een onderzoek (die in een onderzoeksvraag moet uitmonden) is echter niet beschikbaar. Er zijn wel onderzoeken die aanknopingspunten bieden voor goede begeleiding.

Meermalen doorlopen proces leidt tot goede onderzoeksvraag

Een goede onderzoeksvraag is relevant voor de praktijk, verankerd in de theorie, precies geformuleerd, functioneel en consistent. Het proces om tot die vraag te komen is niet een lineair stappenplan maar een cyclisch proces. Het begint met een vraag rondom een specifiek thema. Daarna volgt een verkenning en verdieping om het vraagstuk helder te krijgen. Dit is vaak een proces van divergeren: een vraagstuk van allerlei kanten bekijken. Een belangrijk onderdeel hiervan is het theoretiseren en daarmee conceptualiseren van het vraagstuk. Ten slotte is er een proces van convergeren waarbij steeds scherper wordt wat een specifieke onderzoeksvraag kan zijn.

Kennis, vaardigheden en houding om dit proces te doorlopen

Uit een studie zijn vier domeinen van kennis te destilleren die een student nodig heeft bij zijn onderzoek:

  • Conceptuele kennis: het theoretisch kunnen duiden en verankeren van een vraag;
  • Epistemische kennis: kennis over werkwijzen, waarden en normen in de onderzoekspraktijk;
  • Procedurele kennis: vaardigheden en technieken om een probleem te analyseren, zoals interviewen of goed kunnen formuleren;
  • Sociale kennis: communiceren over en binnen het onderzoek.

Verder is het essentieel dat er een goede dialoog is tussen de student en de verschillende betrokkenen en belanghebbenden bij het onderzoek. Een veilige en gelijkwaardige setting waarin ideeën open besproken kunnen worden, is ook belangrijk voor die dialoog om tot een goede onderzoeksvraag te komen. Net als een onderzoekende cultuur binnen de onderwijspraktijk waar het te onderzoeken vraagstuk speelt.

Begeleiden op inhoud en proces

Omdat er niet veel onderzoek bekend is naar effectieve begeleiding, moeten docenten vooral vertrouwen op hun kennis en ervaring. Het voorgaande biedt wel wat aanknopingspunten. Begeleiding en coaching van studenten kan het best gericht zijn op:

  • Het proces, met de verschillende stappen om tot een goede vraag te komen;
  • De onderzoekskennis, houding en vaardigheden die nodig zijn;
  • Het betrekken van belanghebbenden uit de eigen praktijk en omgaan met de verschillende rollen die de student daarin heeft.

Een concreet voorbeeld is het inzetten van de 5W+H-methode waarbij een student precies moet omschrijven wat het probleem is, wie het probleem heeft, waarom het een probleem is, waar en wanneer het probleem zich voordoet en hoe het probleem ontstaan is. Hoewel deze interventie niet is onderzocht op effectiviteit is het aannemelijk dat het een goed instrument betreft. 

Meer weten

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Lisette Munneke (antwoordspecialist) en Niek van den Berg (Kennismakelaar Kennisrotonde)

Onderwijssector
LERARENOPLEIDING

Vraagsteller
lerarenopleiding - docent

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag