Wat zijn goede voorspellers van de kansen voor succesvol opstromen naar vwo-niveau van leerlingen met een havo-advies?

 VO | Gelijke kansen | Schoolloopbaan

Wat goede voorspellers zijn voor succesvolle opstroom naar vwo van leerlingen met een havo-advies, is nauwelijks onderzocht. Basisschoolleerlingen met een hoger Cito-eindtoetsadvies dan het schooladvies blijken wel vaker op te stromen in de vierde klas van het voortgezet onderwijs. Ook rapportcijfers in het voortgezet onderwijs kunnen het schoolloopbaansucces voorspellen. Competentiemotivatie van achtstegroepers blijkt ook een voorspeller te zijn. Maar factoren als motivatie zijn vaak al verwerkt in het rapportcijfer. Als een school deze aanvullend meeweegt bij beslissingen over opstroom, kan dat leiden tot een over- of onderschatting van het schoolsucces.

De mogelijkheid om een hoger onderwijsniveau te halen dan het basisschooladvies (opstromen) is belangrijk om leerlingen gelijke kansen te bieden. In de praktijk blijken leerlingen uit hogere sociaal-economische milieus kansen om op te stromen echter beter te benutten dan leerlingen uit lagere sociaal-economische milieus. Determinatiebeslissingen in het vo (bijvoorbeeld over opstroom) moeten daarom worden gebaseerd op gegevens die zo betrouwbaar, objectief en valide mogelijk zijn.

Hoger eindtoetsadvies dan schooladvies kan opstroom voorspellen

Wat goede voorspellers zijn voor succesvolle opstroom naar vwo van leerlingen met een havo-advies, is nauwelijks onderzocht; hetzelfde geldt voor de andere niveaus. Wel blijken het schooladvies en de score op de Cito-eindtoets beide goede voorspellers te zijn voor de positie van een leerling in het vierde jaar van het voortgezet onderwijs. Leerlingen met een hoger toetsadvies dan hun schooladvies, zitten in het vierde leerjaar vaker op een hoger niveau. Mogelijk kunnen scores op toetsen uit het Leerling- en Onderwijsvolgsysteem (LOVS) in groep 6 tot en met 8 van de basisschool nog beter voorspellen dan de Cito-eindtoets; de LOVS-toetsen zijn hier echter niet voor bedoeld.

Rapportcijfers kunnen schoolloopbaansucces voorspellen (in de VS)

Vo-scholen gebruiken leerlingvolgsystemen voor Nederlands, wiskunde en Engels. De voorspellende waarde hiervan en van rapportcijfers (in Nederland) op schoolloopbanen is onbekend. Uit wetenschappelijk onderzoek in de Verenigde Staten blijk dat het gemiddelde rapportcijfer in het vo wel een goede voorspeller is voor schoolloopbaansucces. Vo-scholen in Nederland gebruiken vaak eindrapportcijfers bij determinatiebeslissingen. Omdat scholen verschillen in toetspraktijken en normering, moet iedere school voor zichzelf een balans zoeken tussen het bieden van kansen en het voorkomen van afstroom. Overigens kunnen eindexamencijfers ook schoolsucces voorspellen: goede vmbo-eindexamencijfers maken de kans op het behalen van een havo-diploma groter.

Competentiemotivatie in groep 8 kan opstroom voorspellen

Naast cognitieve indicatoren zoals rapportcijfers worden ook niet-cognitieve indicatoren gebruikt bij determinatiebeslissingen in het vo. Het gaat bijvoorbeeld om motivatie, concentratievermogen, interesse, doorzettingsvermogen, zelfvertrouwen of werkhouding. Deze aspecten wegen scholen ook vaak mee als ze leerlingen met een havo-diploma toelaten op het vwo. Competentiemotivatie van leerlingen gemeten in groep 8 van de basisschool blijkt voorspellend te zijn voor opstroom in de vierde klas van het voortgezet onderwijs. Competentiemotivatie  houdt in dat leerlingen gericht zijn op het leren om de stof te begrijpen. Overigens kan die bij leerlingen in de loop van hun schooltijd veranderen.

Risico’s voor over- of onderschatting van succes

Leraren nemen factoren als motivatie vaak al mee in de cijfers die ze geven. Daarnaast kunnen leerlingen mindere cognitieve vermogens compenseren met een goede motivatie en daardoor beter presteren. Als een school zelf rekenregels opstelt voor determinatiebeslissingen en naast rapportcijfers ook factoren als motivatie en een goede werkhouding laat meetellen, dan is dat dubbelop. Want die factoren zijn al verdisconteerd in de rapportcijfers. Daardoor kan er een over- of onderschatting van het schoolsucces ontstaan. Daar komt bij dat factoren zoals motivatie moeilijk objectief meetbaar zijn en ook dat maakt de kans op een foute inschatting van schoolsucces groter.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edwin Buijs (Kennismakelaar Kennisrotronde). Hij heeft hiertoe Cor Sluijter van Cito, en Anneke Timmermans van GION, Rijksuniversiteit Groningen geconsulteerd.

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - docent

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag