Welke vormen van taakbeleid bestaan er in het vo en wat is het effect op de werkdruk?

De verdeling van werkzaamheden binnen de school (taakbeleid) is zich van een kwantitatieve aanpak aan het ontwikkelen richting meer kwalitatieve aanpakken. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar omvang van de taken die een docent krijgt toebedeeld, maar ook wordt rekening gehouden met interesse, geschiktheid en persoonlijke omstandigheden van docenten. Verder wordt er regelruimte in het werk en in tijd gecreëerd. Ook krijgen docenten zeggenschap over invulling van het werk (professionele ruimte) en wordt de intensiteit van het werk meegewogen. Zo’n meer kwalitatief taakbeleid kan een gunstig effect hebben op de ervaren werkdruk door docenten.

Taakbeleid is de manier waarop de verschillende werkzaamheden binnen de school worden verdeeld. De meeste vo-scholen hanteren een kwantitatief taakbeleid waarbij de taakomvang en de taakverdeling, lesgebonden en niet-lesgebonden taken worden vastgesteld en verdeeld. Soms wordt daarbij wel gedifferentieerd naar kenmerken van docenten, starters worden bijvoorbeeld ontzien. Taakbeleid wordt vooral uitgedrukt in taken in klokuren op jaarbasis.

De werkdruk in het onderwijs is hoog. Taakbeleid zou die werkdruk moeten verlichten. Maar het traditionele taakbeleid lijkt eerder de werkdruk te verhogen. Het wordt vaak gezien als een uiting van wantrouwen en het leidt tot schijnzekerheid over uren en taakverdeling. Medewerkers prefereren een meer kwalitatief taakbeleid, waar bij de verdeling van taken rekening wordt gehouden met de intensiteit van de taken. Invullingen van taakbeleid in het vo zijn uitgewerkt door Penta Rho, een organisatie die trajecten ‘wijziging taakbeleid’ begeleidt.

Dialoog

In plaats van een algemeen vastgesteld taakbeleid zouden schoolleiders en leraren een dialoog moeten voeren over hoe een bij de school passend taakbeleid vorm moet krijgen. Uitgangspunt is niet invoering van een generiek model maar een specifiek model passend bij de behoeften van de school, team en docent, maatwerk dus. Medewerkers kunnen een rol spelen bij de vormgeving van het taakbeleid, maar ook hun professionele ruimte benutten om werkdruk die voortkomt uit het taakbeleid terug te dringen.

Een interessante insteek in dit verband is job crafting. Job crafting houdt in dat medewerkers de ruimte krijgen om – al dan niet in samenspraak met collega’s en leidinggevenden – de regie te nemen over de vormgeving van hun werk. Zij kunnen hun werk dan beter afstemmen  op hun eigen sterkte, voorkeuren, drijfveren en passies. Onderzoek laat zien dat tachtig procent van de cursisten na een training job crafting minder werkdruk bleek te ervaren.

Persoonlijke interesse

Docenten ervaren zeggenschap over invulling van hun werk als positief. Plezier in het werk neemt toe als docenten voldoende ruimte krijgen om het werk naar believen in te richten. Dit heeft zeer waarschijnlijk een positief effect op de ervaren werkdruk. Het is daarom wenselijk binnen het taakbeleid rekening te houden met persoonlijke interesse voor bepaalde taken, de geschiktheid om deze taken uit te voeren en de privéomstandigheden en levensfase van de docent.

Wat in de discussie over de verdeling van taken niet naar voren komt, is de mogelijkheid om taken die aan docenten worden toebedeeld, onder te brengen bij een ander type functionarissen, zoals ondersteuners, decanen of mediathecarissen. Zodat docenten zich weer kunnen richten op hun core-business: lesgeven.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Aanvullende bronnen zijn:

Onderwijssector

Voortgezet onderwijs, maar ook voor de andere sectoren

Vraagsteller

Docent wiskunde / ICT coördinator

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edith van Eck (kennismakelaar) en Marjan Glaudé (Kohnstamm Instituut).