Welke didactische aanpak van een programma voor brede talentontwikkeling heeft een positief effect op de motivatie van leerlingen?

 VO | Differentiatie | Motivatie

Talentontwikkeling staat hoog op de agenda in het voortgezet onderwijs, om leerlingen te motiveren en om ze beter te laten presteren. Daarbij gaat het zowel om ontwikkeling van schools talent als om brede talentontwikkeling. Belangrijke voorwaarde is een goed pedagogisch-didactisch klimaat in de klas. Leerlingen moeten zich veilig voelen, weten dat ze niet bang hoeven te zijn om vragen te stellen en dat het niet erg is om fouten te maken. Leerlingen hun eigen leerproces in handen geven en differentiatie versterken de motivatie. En opdrachten laten aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen bevordert motivatie, net als leerlingen laten samenwerken.

Effecten op prestaties

De kwaliteit van pedagogisch-didactische relaties is een voorwaarde voor de prestaties van de leerlingen. Leraren die in staat zijn een hoogwaardige relatie te leggen, kunnen meer uit leerlingen halen. Ook is het belangrijk dat zij persoonlijke belangstelling hebben voor de leerlingen en prikkelende, stimulerende vragen stellen. Een haalbaar en gedegen programma met uitdagende doelen en effectieve vormen van feedback biedt daarvoor een goede basis.

Talenten worden vooral ontwikkeld door betekenisvol onderwijs met ruimte voor creativiteit. Voldoende tijd is van belang. Zowel de leraar als de leerling moeten tijd kunnen en willen investeren. Daarnaast moeten leraren oog hebben voor groepsprocessen die bepalend zijn voor inzet van jongeren en de onderwerpen waar ze warm voor lopen. Leraren die de lesstof aan laten sluiten bij de leefwereld van de jongeren slagen erin de prestaties van hun leerlingen te bevorderen.

Effecten op motivatie

In programma’s gericht op brede talentontwikkeling ligt het accent niet zozeer op schoolse prestaties. Deze programma’s brengen leerlingen in contact met nieuwe terreinen waarop zij zich kunnen ontwikkelen. Dergelijke programma’s bieden zowel qua inhoud als didactische vormgeving meer ruimte voor een eigen invulling. Een diversiteit aan onderwerpen met meer variatie in vormgeving zou het plezier en de motivatie van leerlingen moeten stimuleren.

Er is een onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie is motivatie die van binnenuit komt. Leerlingen zijn gemotiveerd om iets te leren waarin zij zelf geïnteresseerd zijn. Intrinsieke motivatie vormt de kern van plezier in school. Bij extrinsieke motivatie zijn het externe prikkels die ervoor zorgen dat leerlingen gemotiveerd zijn, zoals een cijfer of diploma. Docenten kunnen de intrinsieke motivatie verhogen als ze in de leeromgeving aan drie basisbehoeften tegemoetkomen: autonomie, gevoel van competentie en sociale verbondenheid.

Motivatie versterken

Om intrinsieke motivatie te stimuleren, zet het onderwijs vaker werkvormen in waarmee leerlingen een actievere rol krijgen en meer grip op hun eigen leren. Onderwijs dat leerlingen meer keuzemogelijkheden biedt over hoe, wanneer of wat ze leren blijkt de motivatie daadwerkelijk te bevorderen. Wel is het belangrijk goed in de gaten te houden hoeveel vrijheid een leerling aankan en zo nodig aanvullende sturing te bieden.

Leerlingen hebben allerlei opvattingen over een vak of een lesonderdeel. Het is daarom goed om expliciet aandacht te besteden aan de beelden die bij leerlingen leven, wanneer in een programma voor brede talentontwikkeling nieuwe onderdelen aan bod komen.

Variatie in instructie en opdrachten bevordert de motivatie. Vooral groepsopdrachten (coöperatief leren) kunnen erg motiverend zijn. Het geeft jongeren niet alleen een gevoel van autonomie, leerlingen kunnen ook elkaar motiveren door elkaar te helpen. Door bewust heterogene groepjes samen te stellen, dus leerlingen van verschillende niveaus en met een duidelijke rolverdeling, kun je er bovendien voor zorgen dat de samenwerking ook echt voor álle leerlingen motiverend en leerzaam is.

Lesinhoud die aansluit bij de interesses of leefwereld van jongeren, motiveert. Het is ook effectief voor de leeropbrengsten. Betekenisvolle lessen zijn motiverender en leiden tot hogere prestaties dan lessen die deze relatie missen.

Meer weten?

Eerder beantwoorde KR-vragen over motivatie:

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Edith van Eck (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Ineke van der Veen (Kohnstamm Instituut) geconsulteerd.

Onderwijssector
VO

Vraagsteller
vo-instelling - docent

Gerelateerde vragen:

Met welke didactische strategieën kunnen docenten de motivatie en leergierigheid bij mbo-studenten positief beïnvloeden?
 MBO | Motivatie
Er zijn twee soorten motivatie: intrinsiek en extrinsiek. Intrinsieke motivatie komt van binnenuit en verhoogt de leerprestaties. Een docent kan de intrinsieke motivatie van de studenten bevorderen door in te spelen op drie psychologische basisbehoeften: autonomie, gevoel van competentie en sociale verbondenheid. Hoe beter de docent daarbij kan aanknopen, hoe hoger de intrinsieke motivatie van de leerlingen.
Lees verder
Wat is het effect van maatwerk op de motivatie van leerlingen?
 PO | VO | (V)SO | MBO | Differentiatie | Motivatie
Maatwerk is een verzamelterm voor een groot aantal verschillende manieren om het onderwijsaanbod beter aan te laten sluiten op de behoeften van leerlingen. Zo wordt maatwerk in verband gebracht met bijvoorbeeld differentiatie, flexibilisering, individualisering, personalisering en talentontwikkeling. De verwachting is dat leerlingen door dit maatwerk meer en beter worden uitgedaagd. En dat zou een positieve invloed kunnen hebben op de leermotivatie/leerhouding van leerlingen, zodat hun onderwijsprestaties verbeteren. Of dit ook zo is, hebben we in de literatuur niet eenduidig kunnen vaststellen.
Lees verder
Hoe kunnen docenten het eigenaarschap van leerlingen in het voortgezet onderwijs versterken?
 VO | Motivatie | Zelfregulerend leren
Eigenaarschap van leren is de mate waarin de leerling verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leerproces. Om het eigenaarschap van leerlingen te versterken kun je onder meer de motivatie, betrokkenheid, zelfsturing en metacognitieve vaardigheden bevorderen. Docenten kunnen daarvoor hun eigen gedragsrepertoire verbreden, bijvoorbeeld door didactische strategieën toe te passen die zijn gericht op het gevoel van autonomie, betrokkenheid en competentie. Ook leerlingen effectieve leerstrategieën aanleren en hen ondersteunende feedback geven, zijn voorbeelden van effectief docentgedrag. Bovendien kunnen docenten de leeromgeving verrijken met bijvoorbeeld goed toegankelijke informatiebronnen, internet en andere (digitale) hulpmiddelen.
Lees verder
Wat is het effect van deelname aan Skills Heroes vakwedstrijden op de persoonlijke vorming en vakontwikkeling van mbo-studenten?
 MBO | Leer- & gedragsproblemen
Van deelname aan de vakwedstrijden wordt verondersteld dat deze tot meer motivatie en enthousiasme van de deelnemende studenten leiden. Bovendien zouden ze bijdragen aan groei in vakmanschap, trots en zelfvertrouwen. Relevant onderzoek naar de effecten van die vakwedstrijden om dit te kunnen bevestigen, ontbreekt echter. Ook is niet duidelijk wat de bijdrage van de vakwedstrijden is aan de kwaliteitsontwikkeling van het beroepsonderwijs.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag