Wat zijn de effecten van talentgericht werken op motivatie, sociaal-emotionele ontwikkeling en leerprestaties in het primair onderwijs?

 PO | VO | Ook interessant

De effecten van talentgericht werken in het onderwijs zijn niet eenduidig. Modellen voor talentontwikkeling helpen bij het denken over de relatie tussen talentontwikkeling en uitkomsten op leerlingniveau. Ze schieten echter tekort als onderbouwing bij deze relatie. Motivatie is gunstig voor leerprestaties, werd lang gedacht. Recent onderzoek laat vooral het omgekeerde zien: het leveren van prestaties werkt motiverend. Kennis over gepersonaliseerd onderwijs wijst uit dat er onder bepaalde voorwaarden een positieve relatie is met motivatie en leeropbrengsten. Leerlingen moeten dan wel beschikken over metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden.

Talentontwikkeling is exclusief of inclusief te benaderen. De exclusieve benadering stelt dat talenten voor het grootste deel vastliggen. Sommige leerlingen zijn erg getalenteerd, andere minder. Het uitgangspunt van een inclusieve benadering is dat alle leerlingen gelijke kansen moeten krijgen om hun talenten te laten zien.

Motivatie als motor voor talentontwikkeling

Voor talentontwikkeling bestaan verschillende modellen, waaronder het Differentiatiemodel van begaafdheid en talent (DMGT) en het multifactorenmodel.

Het DMGT-model beschrijft de ontwikkeling van talent. Het begint met begaafdheid, het aangeboren natuurlijk vermogen. Begaafdheid omvat cognitieve capaciteiten, creativiteit, sociale vaardigheden en fysieke aanleg. De begaafdheden kunnen zich ontwikkelen tot talenten, bijvoorbeeld het beoefenen van kunstvormen, sporten of het beheersen van talen. Omgevingsfactoren en intrapersoonlijke kenmerken, waaronder motivatie, beïnvloeden het ontwikkelingsproces van talent.

Volgens het multifactorenmodel functioneert een begaafde leerling het best als bepalende factoren in balans zijn: persoonlijkheidsfactoren (motivatie voor prestatie), begaafdheidsfactoren (intelligentie en creativiteit), omgevingsfactoren (opleidingsniveau van ouders en schoolklimaat) en prestatiegebieden. Wanneer de school de leerling ondersteunt en het leerarrangement past bij zijn leerproces, ontstaat een goede balans tussen deze factoren. Volgens dit model leidt talentontwikkeling tot betere prestaties.

Effecten van de modellen

Onderzoek naar de effecten van de modellen over talentontwikkeling is lastig. De modellen zijn complex en bij de weinige praktijkvoorbeelden is de implementatie veelal niet precies genoeg uitgevoerd. Ze helpen wel bij het denken over de relatie tussen talentontwikkeling en uitkomsten op leerlingniveau, maar de modellen schieten tekort als onderbouwing bij de veronderstelde relaties. De conclusie is dat de modellen geen uitsluitsel geven over de effecten van talentontwikkeling op motivatie, sociaal-emotionele ontwikkeling en prestaties.

Effect van motivatie op leren

Diverse studies wijzen op positieve effecten van motivatie op het leren. Hier zijn wel kanttekeningen bij te plaatsen. Een gemotiveerde leerling begint weliswaar sneller aan iets, maar dit is geen garantie dat hij er wat van opsteekt. De omgekeerde relatie is wel aangetoond: iets leren leidt tot motivatie.

Onderwijs op maat voor talenten

Het is te vroeg voor algemene uitspraken over gepersonaliseerd leren (een aspect van inclusieve talentontwikkeling) omdat systematische evaluaties zeldzaam zijn. Wel is bekend dat sommige aspecten van gepersonaliseerd leren – vooral zelfregulerend leren – onder bepaalde voorwaarden een positieve relatie hebben met motivatie en leeropbrengsten. Gepersonaliseerd leren kan namelijk bijdragen aan autonomie en gevoel van competentie. Een voorwaarde is dat leerlingen beschikken over metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden. Leraren kunnen leerlingen helpen deze vaardigheden te ontwikkelen, door te zorgen voor een geleidelijke overgang van sturing door de leraar, via gedeelde sturing naar zelfsturing.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Ander relevant Kennisrotonde-antwoord: Wat is er bekend over de effectiviteit van samenwerking in netwerken van diverse actoren binnen het onderwijs? 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Henriëtte Vergoossen (antwoordspecialist) en Anne Luc van der Vegt (kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO, VO

Vraagsteller
ambulant begeleider

Gerelateerde vragen:

Wat is er bekend over de effectiviteit van samenwerking in netwerken van diverse actoren binnen het onderwijs?
 PO | VO | MBO | 21e-eeuwse vaardigheden | Professionalisering | Leergemeenschappen | Ook interessant
In het onderwijs kan worden samengewerkt binnen een professionele leergemeenschap. Deze kan het meest effectief bijdragen aan de verbetering van leerlingprestaties, wanneer de leden gericht toewerken naar vooraf concreet geformuleerde doelen en bereid zijn van elkaar te leren. Voor dit collectieve leerproces dienen de deelnemers intensief samen te werken aan onderwijsinhoudelijke producten. Met name de impliciete kennis van de deelnemers expliciteren, draagt bij aan het gezamenlijke leerproces. Wederzijds vertrouwen en openheid zijn hierbij een voorwaarde.
Lees verder

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag