Hoe kunnen leerlingen in groep 3/4 zonder lesmethode vlot en accuraat leren lezen met ontwikkelingsgericht onderwijs?

 PO | Taal | Vakken

Achterstanden in het aanvankelijk (technisch) lezen zijn moeilijk te voorkomen wanneer zonder methodische ondersteuning wordt gewerkt. Leerlingen die moeite hebben met het automatiseren van woordherkenning moeten leesmateriaal krijgen dat daarvoor geschikt is. Daarnaast is het belangrijk dat zij gerichte instructie krijgen in de letter-klankkoppeling voor steeds moeilijkere woorden, beginnend bij de eenvoudige medeklinker-klinker(s)-medeklinker(mkm)-woorden. Als in ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) geen methode wordt gebruikt, dan moet de school het leesmateriaal zelf maken. En het is noodzakelijk leerkrachten van groep 3 en 4 te professionaliseren in systematische instructie voor zwakkere lezers, gericht op het automatiseren van de woordherkenning in de meest brede zin.

Leerlingen die een achterstand oplopen bij het leren lezen, blijven ook geruime tijd moeizaam lezen. Dat heeft negatieve gevolgen voor hun leesplezier en leesfrequentie. Het beperkt ook het rendement van onderwijs in andere vakken. Want in vrijwel alle vakken is het lezen van teksten en opdrachten een voorwaarde voor het leerproces.

Sommige scholen zetten ‘achterblijvers’ bij elkaar in niveaugroepen. Leerlingen in heterogeen samengestelde groepen voor aanvankelijk lezen zetten kan echter voordelen hebben. Leerlingen kunnen zich aan anderen optrekken. Ook het labelen van leerlingen als ‘probleemlezers’ kan averechts werken. Leerkrachten kunnen daardoor lagere verwachtingen hebben voor deze leerlingen (leidend tot lage doelen en dito resultaten).

Methoden

Al vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw woedt er een methodenstrijd over de meest effectieve aanpak van het aanvankelijk leesonderwijs. De tegenstelling laat zich kort samenvatten: woordherkenning als een technische vaardigheid die (op school) systematisch aangeleerd moet worden versus woordherkenning als een natuurlijk proces dat kinderen vanzelf verwerven door betekenisvolle teksten aan te bieden. In de meeste methoden voor aanvankelijk lezen in het Nederlands onderwijs is zowel aandacht voor de techniek van het lezen als voor de functie van het lezen, zoals leesplezier en begrijpend lezen. De verwachting is dat alle leerlingen hiervan kunnen profiteren.

Ontwikkelingsgericht aanvankelijk leesonderwijs

Hoe het aanvankelijk leesonderwijs vorm moet krijgen in OGO-scholen (zonder methode) om achterstanden bij groepen leerlingen te voorkomen, is niet bekend. Onderzoek naar de effecten van ‘functioneel aanvankelijk lezen’ – waarin de nadruk ligt op betekenis – geeft wel enig inzicht. Functioneel aanvankelijk lezen dat samengaat met systematische aandacht voor de techniek van het decoderen (woordherkenning) leidt tot resultaten vergelijkbaar met die van de traditionele aanpak die meer nadruk legt op de leestechniek. Toch moet niet vergeten worden dat in beide gevallen een deel van de leerlingen achterblijft in technische leesvaardigheid aan het eind van groep 3. Een pluriforme aanpak van het aanvankelijk leesonderwijs boekt betere resultaten dan eenzijdige aandacht voor techniek of betekenis.

Professionaliteit leerkrachten

Ontwikkelingsgericht aanvankelijk leesonderwijs zonder specifiek daarop gerichte methode stelt hoge eisen aan de professionaliteit van de leerkrachten in de groepen 3 en 4. Leerkrachten moeten zorgen voor een goede balans tussen ondersteuning in de technische kant van het leesproces en de functionele kant van geletterdheid. Bij technisch lezen gaat het om letter-klankkoppelingen aanbrengen bij steeds complexere woorden en dit proces gaandeweg te automatiseren tot het niveau van globale woordherkenning. De functionele kant van het lezen is onder andere kennis opdoen over schoolvakken en lees- en schrijfplezier bevorderen.

Daarnaast is het essentieel dat leerkrachten een positief sociaal klimaat in de klas realiseren. En ze dienen geschikte groeperingsvormen te bedenken voor leesonderwijs, waarbij langzame lezers optimaal ondersteund worden. Ook moeten zij leesteksten kunnen afstemmen op de vaardigheid van de leerlingen. Het is belangrijk dat zij leerlingen stimuleren om hun best te doen en dat leerkrachten relaties leggen tussen verschillende onderdelen van het onderwijs. Niet alleen binnen het taalonderwijs – begrijpend lezen, spelling en woordenschat – maar ook met zaakvakken.
Het heeft zin leerkrachten zich hierin te laten professionaliseren, zowel in ontwikkelingsgericht onderwijs als op andere scholen. Dat kan al met relatief korte cursussen, korter dan 30 uur.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Amos van Gelderen (Kohnstamm Instituut) i.s.m. Edith van Eck (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - schoolleider

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag