Kunnen theorieën over begeleide groepsontwikkeling bijdragen aan een positief klasklimaat in het primair onderwijs?

 PO | Professionalisering

Theorieën over groepsontwikkeling proberen antwoord te vinden op de vraag hoe groepen zich door de tijd heen ontwikkelen. Er zijn verschillende van dit soort theorieën. Een van de bekendste is de theorie van Tuckman, die ook wordt toegepast in het basisonderwijs. Het is echter niet duidelijk of toepassing van deze theorie kan bijdragen aan een positief klasklimaat.

Theorieën over begeleide groepsontwikkeling zijn onder te verdelen in drie typen modellen: lineaire modellen, cyclische modellen en hybride modellen.

Lineaire modellen gaan ervan uit dat groepen zich op een geleidelijke en lineaire manier ontwikkelen. Stap voor stap zouden groepen steeds beter gaan functioneren. Lineaire modellen kennen verschillende fases die groepen in een vaste volgorde doorlopen. Het bekendste lineaire model is dat van Tuckman (zie ook dit antwoord van de Kennisrotonde over samenstelling van groepen en de fases van Tuckman). In dit model doorlopen groepen vijf fases: forming (verheldering en kennismaking), storming (spanningen en conflicten), norming (regels en normen), performing (stabilisering en productiviteit) en adjourning (afronding). Daarnaast maakt Tuckman onderscheid in taakgerichte aspecten en sociaal-emotionele aspecten. Volgens Tuckman zoeken groepen namelijk altijd naar een balans tussen de eisen van de uit te voeren taak en de behoeften van individuele groepsleden.

Cyclische modellen kenmerken zich door een herhalend patroon. Groepen doorlopen de fases niet in een vaste volgorde, maar bewegen zich in kleine cycli tussen fases heen en weer. Groepen kunnen in verschillende fases tegen problemen aanlopen. Daardoor moeten ze terugkeren naar een eerdere fase van waaruit ze weer verder kunnen ontwikkelen. 

Hybride modellen combineren eerder ontwikkelde modellen om zo een nieuw model te vormen. Deze modellen gaan niet uit van een voorgeschreven patroon van groepsontwikkeling. Hybride modellen zien groepen als open systemen die beïnvloed worden door de context waarin ze bestaan. Effectieve groepen passen zich continu aan de context aan. 

Bruikbaarheid van theorieën over groepsontwikkeling in het basisonderwijs

Er zijn slechts enkele onderzoeken waarin de bruikbaarheid van theorieën over groepsontwikkeling in een onderwijssetting is onderzocht. De meeste gaan over de theorie van Tuckman en/of andere contexten dan het basisonderwijs. Het is daardoor onduidelijk in hoeverre andere theorieën dan die van Tuckman bruikbaar zijn in het basisonderwijs.

Hoewel ook Tuckmans theorie er niet specifiek voor is ontwikkeld, is die wel toegepast in het basisonderwijs. Het is echter de vraag of zijn theorie hier ook effectief is omdat deze vooral gebaseerd is op onderzoek met therapiegroepen. Bovendien is het lineaire karakter van Tuckmans theorie achterhaald. Tegenwoordig wordt ervan uit gegaan dat groepen zich op verschillende manieren kunnen ontwikkelen. Tot slot worden groepen hier beschouwd als gesloten systemen, terwijl ze in werkelijkheid worden beïnvloed door omgevingsfactoren.

Effect op het klasklimaat

Leerkrachtinterventies op basis van Tuckmans theorie kunnen effect hebben op de groepsontwikkeling en het klasklimaat. Dat betekent overigens niet dat het gebruik van Tuckmans theorie het klasklimaat positief beïnvloedt. Ook is niet duidelijk welk voordeel dit oplevert voor de leerresultaten.

Hoe de theorie van Tuckman kan worden gebruikt in het onderwijs beschrijft Van Engelen in het boek Grip op de groep. Hij laat zien hoe Tuckmans theorie leerkrachten kan helpen bij het creëren van een positieve sfeer in de groep. Tuckmans derde fase (norming) is volgens Van Engelen van cruciaal belang om een positieve groep te vormen. Het is de fase waarin groepsnormen worden opgesteld: hoe gaan we in deze groep met elkaar om? Werken met de volgende vier groepsnormen kan bijdragen aan een positief klasklimaat: (1) veilig voelen, (2) elkaar respecteren, (3) positief communiceren en (4) helpen en samenwerken. Bij elke norm worden in het boek activiteiten en opdrachten voorgesteld. In hoeverre deze activiteiten daadwerkelijk bijdragen aan een positief klasklimaat is niet onderzocht.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Femke van der Wilt (antwoordspecialist) en Niek van den Berg (Kennismakelaar Kennisrotonde).

Onderwijssector
PO

Vraagsteller
po-instelling - leraar

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag