Hoeveel tijd kost het mbo-docenten om onderwijs te ontwerpen en te ontwikkelen?

 MBO | Professionalisering | Schoolorganisatie | Werkdruk

Ontwerp en ontwikkeling van onderwijs behoort tot de kerntaken van mbo-docenten. Het is echter niet bekend wat een reële tijdsbesteding is voor het ontwikkelen van onderwijs. Wel zijn er aanwijzingen dat het doorvoeren van innovaties en onderwijsontwikkelingen bijdraagt aan een gevoel van hoge werkdruk. Tijdsbesteding is vanzelfsprekend sterk afhankelijk van welke aspecten van het leerplan ontwikkeld en ontworpen moeten worden en de omvang daarvan. Ook competenties en taakopvattingen van docenten hebben invloed op het aantal uren dat ze nodig hebben voor het uitvoeren van die taken.

Scholen hebben veel vrijheid om hun onderwijs in te richten. Onderwijsontwikkeling behoort tot de kerntaken van een mbo-docent. In het kwalificatiedossier van de mbo-docent worden de volgende taken onderscheiden. De docent is en blijft een professional, hij ontwikkelt een onderwijsprogramma en voert die uit. De docent begeleidt de studenten en is actief betrokken bij de beroepspraktijkvorming. Ten slotte construeert, hanteert en evalueert de docent beoordelingsinstrumenten. Door recente ontwikkelingen is dat takenpakket verzwaard. Per 1 augustus 2016 is de herziene kwalificatiestructuur ingegaan, waarbij docenten en ontwikkelaars nieuwe keuzedelen moeten ontwikkelen.

Curriculumontwikkeling

Bij het ontwerpen van een curriculum is het kwalificatiedossier het startpunt. Dit dossier geeft aan wat een beginnend beroepsbeoefenaar moet kennen en kunnen aan het einde van zijn opleiding. In de herziene kwalificatiestructuur is sprake van een opbouw met drie delen: basis-, profiel- en keuzedelen. Een beroepsopleiding is gericht op een basisdeel, een profieldeel en één of meerdere keuzedelen. Verder zijn kwalificaties verbreed en geclusterd met het doel het aantal te verminderen (van 237 kwalificatiedossiers en 613 kwalificaties in 2013, naar 176 kwalificatiedossiers en 489 kwalificaties in 2016). Een belangrijk doel van de herziening was om doelmatigheid te vergroten en de samenhang van de kwalificaties binnen een kwalificatiedossier duidelijker te maken. De keuzedelen zijn een volledig nieuw onderdeel in het mbo-curriculum.

Werken aan innovaties en onderwijsvernieuwingen zorgt voor een hoge werkdruk bij docenten. In een recente inventarisatie stonden deze taken bij verreweg de meeste docenten in hun persoonlijke werkdruk top drie. Dit impliceert dat docenten vinden onvoldoende tijd te hebben om onderwijsinnovaties door te voeren. Hoeveel tijd docenten kunnen besteden en of dit reëel is, is echter niet bekend. De Algemene Onderwijsbond pleit voor minder lesuren op het mbo (van 850 naar 650 uur) zodat er meer ruimte is voor onder meer ontwikkeltaken. In andere onderwijssectoren zijn er inschattingen gemaakt van de tijd die docenten besteden aan onderwijsvernieuwing. Leerkrachten primair en voortgezet onderwijs werken respectievelijk 1 uur en 1,7 uur per week aan het ontwikkelen van lesmateriaal of het herschrijven van programma’s. Of hiermee voldoende tijd wordt besteed aan innovatie is niet duidelijk; hoewel opinies hierover eenduidig zijn. Onder docenten, schoolleiders en bestuurders bestaat grote overeenstemming dat er meer tijd nodig is voor onderwijsinnovatie, en dat er te weinig tijd beschikbaar is voor onderwijsverbetering.

Om een idee te krijgen hoeveel tijd het proces kost onderwijs te ontwikkelen en te ontwerpen, kan gekeken worden naar waaruit dit proces bestaat. Binnen het ontwerpproces van curricula zijn verschillende componenten te onderscheiden, die allemaal tijd in beslag nemen. Een veelgebruikte indeling is het zogenoemde circulair spinnenweb die uit tien componenten bestaat. Het spinnenweb geeft een beeld van de onderdelen van het curriculum en de kernvragen over het (plannen van het) leerproces. Voor al deze componenten kan worden nagegaan in hoeverre ze van toepassing zijn in een specifieke ontwikkeltaak. Het uitwerken van verschillende (ontwerp)stappen kan helpen om een realistische tijdsinschatting te maken van het proces van onderwijsontwerp- en ontwikkeling.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Andere relevante bronnen zijn:

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Ingrid Christoffels (kennismakelaar).

Onderwijssector
MBO

Vraagsteller
mbo-instelling - adviseur of beleidsmedewerker

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag