Bestaan er voorbeelden van tijds- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren en wat is de rol van de docent hierbij?

 VO | MBO | Differentiatie
shutterstock_468372110

Het Nederlandse project Urway is een vorm van tijds- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren. In dit project draagt de docent de regie over het leerproces deels over aan de leerling en neemt zelf een coachende rol aan. Voor leeropbrengsten bij tijd- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren is het van belang dat de dialoog tussen deelnemers en docent, de structuur van het onderwijsprogramma en de autonomie van de leerling in balans zijn. Maar net als in de onderwijspraktijk is ook in de wetenschappelijke literatuur het aantal voorbeelden bijzonder schaars.

Bij tijd- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren leert de leerling niet alleen op school, maar ook op andere plekken. Het moment van leren is niet vastgelegd en het leermateriaal is aangepast aan de behoefte van de leerling. Topsport Talentscholen zien in deze manier van leren een oplossing voor leerlingen die regelmatig afwezig zijn vanwege hun sportbeoefening.

Project Urway

In het Nederlandse project Urway krijgen leerplichtige jongeren die niet meer naar school gaan, online begeleiding. De opzet van Urway is gebaseerd op het Engelse Notschool.net project. De jongeren maken deel uit van een besloten community waarbij ze in een online leeromgeving ondersteuning-op-afstand krijgen. Via de online begeleiding wordt met de jongeren een maatwerkleertraject ontwikkeld dat zo goed mogelijk aansluit bij de motivatie en leerbehoefte van de jongere.

Leerlingen krijgen een eigen individueel leertraject en werken daarnaast samen met andere leerlingen in groepsopdrachten. De leraar heeft meer een rol als coach die de leerling zodanig begeleid dat hij of zij de leerling zelfstandig aan het werk kan.

Het project is per 2010 gestopt omdat het organisatorisch en financieel niet haalbaar bleek; niet vanwege de inhoud. Het online leren was een succes en een groot deel van de leerlingen is na Urway doorgestroomd naar vervolgonderwijs.

Tips van een voormalige coach over de opzet van zo’n project en de rol van de coach en expert:

  • Om dynamiek te krijgen op een online platform moeten er voldoende leerlingen meedoen.
  • Werk met bestaande content, dat bespaart veel tijd.
  • Naast het online contact, is het goed als de leerling ook face-to-face contact heeft met een coach.
  • De coach moet ook online sociaal vaardig zijn om het online gedrag van de leerling te duiden.
  • Een goede leraar voor de klas is niet per se geschikt als online coach of expert. Als expert heb je in een online omgeving minder regie en moet je meer een coachende rol aannemen.

Leeropbrengst

Er is geen onderzoek dat de leeropbrengst van tijd- en plaatsonafhankelijk gepersonaliseerd leren afzet tegen leeropbrengsten van andere onderwijsvormen. Wel is onderzoek gedaan naar de factoren die van invloed zijn op de leeropbrengsten. De leeropbrengst bij afstandsonderwijs is afhankelijk van drie factoren, te weten de dialoog, de structuur van het onderwijsprogramma en de autonomie van de leerling. Deze drie factoren moeten in balans zijn. Na de aanpassingen in structuur (lesmateriaal toegespitst op leerdoel en toetsing gericht op leerproces) en dialoog (toename aantal face-to-face momenten en verschillende manieren van ondersteuning) vonden de onderzoekers een verhoging in de leeropbrengsten.

Bij de dialoog gaat het om de communicatie tussen docent en leerling en de communicatie tussen leerlingen onderling. De communicatie is idealiter constructief van aard en gericht op het verkrijgen van inzicht in de leerling. De dialoog bestaat uit een interactie van vragen, antwoorden, aanwijzingen en tips. Niet de frequentie van de communicatie maar de effectiviteit ervan helpt leerlingen bij mogelijke leerproblemen.

Bij de structuur van het curriculum gaat het vooral om de mate van flexibiliteit. Bijvoorbeeld de mate waarin leerdoelen, opdrachten en toetsen zijn vastgelegd of kunnen worden aangepast om tegemoet te komen aan de behoeften van de leerling.

Ten slotte moeten de leerlingen beschikken over een bepaalde mate van autonomie. Ze moeten het gevoel hebben dat ze zeggenschap hebben over het leren.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Bekijk ook het antwoord op deze vraag over zelfgestuurd leren gesteld aan de Kennisrotonde: Welk leerkrachtgedrag bevordert zelfgestuurd leren bij leerlingen?

 

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Carolien van Rens (kennismakelaar).

Onderwijssector
VO, MBO

Vraagsteller
vo-instelling - teamleider

Niet gevonden waar je naar op zoek bent?

Stel direct jouw vraag